Wil de laatste lakei het licht uitdoen?

Inwoners van Soest en Baarn zullen moeten wennen aan een leven zonder koninklijke familie. Het personeel van Paleis Soestdijk wordt bedankt voor bewezen diensten.

Al vijfendertig jaar levert slager R. van Asch uit Soest het vlees voor het huishouden van Paleis Soestdijk. Op woensdag, op de dag van het overlijden van prins Bernhard, haalde de paleiskok ,,nog gewoon het vlees voor de lunch op'', zegt hij. Maar Van Asch zag de bestellingen de afgelopen jaren steeds kleiner worden toen de bewoners van paleis Soestdijk, prinses Juliana en prins Bernhard, ouder werden. ,,We merkten dat er steeds minder bezoek kwam.''

Niet alleen slager Van Asch, ook de andere middenstanders van Baarn en Soest zullen de gevolgen merken van het overlijden van Prins Bernhard. Met vele anderen uit de omgeving ziet burgemeester K. Janssen van Soest dan ook het liefst dat er weer snel een Oranje op Soestdijk komt wonen.

Maar hij hoopt het vooral voor de personeelsleden van het paleis, omdat die daarmee misschien kunnen blijven werken op het paleis. Voor hen is het nog een raadsel wat de toekomstige bestemming van het paleis is. Wel is sinds de dood van prins Bernhard een regeling van kracht om ander werk voor hen te vinden, zo bevestigt de Rijksvoorlichtingsdienst.

,,Als ik zou mogen blijven, zou ik God op mijn blote knieën danken'', zegt een werkneemster die om privacyredenen niet met haar naam in de krant wil. Ze werkt al meer dan tien jaar in de huishoudelijke dienst.

Na het overlijden van Juliana in maart van dit jaar moesten al acht medewerkers weg. ,,Die zeggen allemaal dat ze uitstekend terecht zijn gekomen'', stelt de paleismedewerkster opgelucht vast. Maar nu ook prins Bernhard is overleden, hebben ook de 62 overgebleven personeelsleden te horen gekregen dat zij een andere betrekking moeten zoeken.

Niet alleen degenen die verantwoordelijk waren voor de verzorging van de prins of zijn administratie deden, ook de werknemers die het paleis en de tuinen onderhielden moeten het veld ruimen, terwijl hun werk hoe dan ook gedaan moet worden. ,,We moeten allemaal uitgaan van ontslag, en omdat we niet weten wat er met het paleis gebeurt, worden we daar allemaal zenuwachtig van'', aldus de medewerkster.

Juliana en Bernhard woonden op Soestdijk sinds hun huwelijk in 1937 en zijn er, behalve in de Tweede Wereldoorlog, altijd gebleven. Koningin Beatrix en haar zussen groeiden er op. Voor die tijd gebruikten vorsten en stadhouders het vooral als buiten- en zomerverblijf. Voor Baarn en Soest zijn Juliana en Bernhard dé symbolen voor het koningshuis.

Het paleis is eigendom van de staat en valt onder de Rijksgebouwendienst, een onderdeel van het ministerie van VROM. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst moet het kabinet beslissen over de toekomst. De 62 personeelsleden zijn in dienst van de koningin. Dat zij nu allen moeten omzien naar een nieuwe baan, sterkt de indruk dat het paleis niet meer door het leden van de koninklijke familie bewoond zal worden. Een museumfunctie is het meest gehoorde alternatief, om het publiek te laten zien hoe de familie geleefd heeft.

Het personeel van de koninklijke familie kan net als andere werknemers lid worden een vakbond. Hun cao staat in het `Oranje boekje'. Yntse Koenen van de vakbond ABVAKABO FNV onderhandelde begin dit jaar voor het personeel van Soestdijk met de werkgever, in dit geval de Grootmeester, de hoogste baas van de hofhouding, over een `sociaal beleidsplan'. Enkele weken na het afronden van de onderhandelingen overleed prinses Juliana.

Volgens de regeling moet de Grootmeester, zodra hij besluit dat personeel overtollig is, tot achttien maanden helpen bij het vinden van een nieuwe baan. Al die tijd krijgt het personeel salaris doorbetaald. ,,Ze gunnen ons de tijd, we hebben een veel te hechte band met het paleis om sneller weg te gaan'', zegt de medewerkster van paleis Soestdijk.

Yntse Koenen heeft nog aardig zijn best moeten doen voor het personeel. De werkgever wilde volgens hem aanvankelijk iedereen kunnen ontslaan, met de belofte dat zij assistentie zouden krijgen bij het zoeken naar nieuw werk. Maar de vakbond wees er op dat ook de hofhouding valt onder het Algemeen Rijksambtenarenreglement. Daarin staat dat `herplaatsingskandidaten' pas kunnen worden ontslagen als er na achttien maanden geen ander passend werk voor hen gevonden is.

Koenen vindt dat in de toekomst in het Oranje boekje, de cao voor de hofhouding, ook de mogelijkheid voor het oprichten van ondernemingsraden wordt opgenomen. ,,Dat zou een mooi moderniseringsplan zijn. Nu heeft het personeel een Commissie van Overleg, maar die kan niet naar de rechter stappen in geval van een conflict met de werkgever.''

Maar zo ver zal het waarschijnlijk niet komen, denkt Koenen. Het plan geeft recht op professionele hulp bij het zoeken naar een geschikte baan. De hofhouding kan misschien door de bijzondere werkomstandigheden en vaak hoge leeftijd niet gemakkelijk ergens anders wennen. De meesten zullen terechtkomen op een ander paleis, in de diplomatie of met vervroegd pensioen gaan. Koenen: ,,En wegens de bijzondere uitstraling van het hof zal de werkgever toch redeneren volgens noblesse oblige, adel verplicht.''