Wallonië heeft duidelijke voorsprong op Nederland

Hans Buddingh's informatieve artikel in NRC Handelsblad van 26 november bevat enkele onnauwkeurigheden. Zolang België eenheidsstaat was, had het uiteraard nog geen `federale' regering.

Voorts wordt de provincie Luxemburg omgekeerd voorgesteld. Daar werken geen `Fransen, Duitsers en Luxemburgers van net over de grens'. Integendeel pendelen inwoners van deze Belgische provincie naar een werkkring in de dienstensector van het groothertogdom Luxemburg. Zelfs vestigen Belgen uit andere delen van hun land zich bij de Belgisch-Luxemburgse grens, omdat woningen in België relatief goedkoop en groothertogelijke salarissen relatief hoog zijn. Die forenzen dragen bij aan de levensstandaard in deze Waalse provincie. Haar hoofdstad Arlon is een welvarende provinciestad, vrij burgerlijk, want ze heeft (nog) geen universiteit. Studenten bezoeken dus de Franstalige universiteiten van Namen, Louvain-la-Neuve en Brussel, waar zij overigens als verplicht bijvak de Nederlandse taal bestuderen. Omdat zij tevens Engels en/of Duits leren is hun talenkennis aanzienlijk beter dan die van Nederlandse studenten met hun tot Engels verschraalde talenonderricht.

Ongenoemd blijven de inkomsten uit het toerisme. Schilderachtige plaatsjes als Hotton en La-Roche-en-Ardenne ondergaan de Nederlandse gewoonte om zich voorzien van rijwiel en vaak aardappelvoorraad ter camping te begeven.

Daar bekwamen zelfs autoriteiten zich in de Nederlandse taal. Nederland zal weinig campings of ook hotels tellen waar de Franstalige bezoeker in het Frans wordt ontvangen. Een duidelijke voorsprong van Wallonië op Nederland.