Waarom Iraks shi'ieten willen stemmen

In Irak wordt fel getwist over het al dan niet doorgaan van de verkiezingen. Shi'ieten willen op 30 januari stemmen; met name de sunnieten niet.

Van de 26 miljoen Irakezen is naar algemeen wordt aangenomen ruim 60 procent shi'itisch. Arabische sunnieten en Koerden, in meerderheid ook sunnitisch, plus wat Turkmenen en christelijke Assyriërs, maken de resterende kleine 40 procent uit. Dat op zich verklaart al waarom de shi'ieten erop stáán dat de voor 30 januari vastgestelde verkiezingen voor een 275 leden tellende Nationale Assemblee op die datum doorgaan, geweld of geen geweld, en de sunnieten fel daartegen zijn. De Assemblee moet een nieuwe president en premier kiezen en een grondwet opstellen die de basis vormt voor een nieuw Irak.

Democratie is de heerschappij van de meerderheid, is de overtuiging van de shi'ieten. Zij kijken uit naar het moment dat niet langer de sunnieten het voor het zeggen hebben zoals onder het bewind van Saddam Hussein in grote lijnen het geval was, maar zij, jarenlang de onderliggende partij. De verkiezingen worden gehouden volgens het systeem van evenredige vertegenwoordiging, en shi'itische lijsten krijgen hoe dan ook een meerderheid – shi'ieten stemmen op shi'ieten. Hoe minder sunnieten en sunnitische partijen meedoen, hoe groter de shi'itische meerderheid. Niet voor niets heeft de belangrijkste geestelijk leider van de shi'ieten, groot-ayatollah Ali Sistani, er altijd op gehamerd dat er zo snel mogelijk verkiezingen moesten worden gehouden en zijn gelovigen in een fatwa, een religieus decreet, opgedragen te gaan stemmen.

Om de verkiezingen wordt nu fel gestreden in Irak. Zeventien Koerdische, sunnitische en seculiere partijen drongen vorige week in een gezamenlijke verklaring aan op uitstel van de verkiezingen. Hun belangrijkste argument is de slechte veiligheidssituatie. Met name in het door geweld geteisterde sunnitische midden van het land is er ondanks grote Amerikaanse legeroffensieven nog steeds nauwelijks verbetering zichtbaar. Maar ook willen sommige van deze partijen meer tijd om te proberen zich aan de kiezers te verkopen.

De zeer invloedrijke sunnitische Associatie van Islamitische Geestelijken heeft begin vorige maand naar aanleiding van het Amerikaanse offensief tegen de rebellen in Falluja opgeroepen tot een boycot van de verkiezingen. Want die ,,zullen plaatshebben op de lijken van onze mensen, of het nu in Falluja is of elders''. Onder de huidige omstandigheden zeggen veel sunnieten uit woede over het Amerikaanse militaire optreden gehoor te geven aan zo'nboycot. Daarbij komen nog de potentiële kiezers die door het geweld fysiek verhinderd worden te gaan stemmen.

Miljoenen leven in steden en gebieden die structureel toneel zijn van geweld, van de zijde van rebellen en in antwoord daarop door het Amerikaanse leger. In Falluja zouden nu helemaal geen verkiezingen kunnen worden gehouden. De 300.000 inwoners van deze stad ten westen van Bagdad zijn vorige maand voor het Amerikaanse offensief tegen de plaatselijke rebellen gevlucht, en zij mogen niet terug zolang er nog verzetshaarden zijn.

De Iraakse veiligheidsdiensten die door de Amerikanen worden opgeleid, zouden tijdens de verkiezingen de orde moeten bewaken. Maar in de sunnitische gebieden waar rebellen actief zijn, verdampen zij bijna even snel als zij in dienst komen. In Mosul, met tegen de 2 miljoen inwoners de op twee na grootste Iraakse stad, worden de politiemannen die nog niet zijn gedeserteerd (niet meer dan een kwart van de oorspronkelijke macht) door rebellen geterroriseerd met een campagne van moorden. Zelfs de plaatselijke Amerikaanse legercommandant, brigade-generaal Carter Hamm, zei deze week dat in de huidige omstandigheden in Mosul geen verkiezingen kunnen worden gehouden. Ook in Bagdad zelf zijn hele buurten wegens de aanwezigheid van rebellen voor de autoriteiten ontoegankelijk.

Het is logisch dat sunnitische partijen bij een dergelijk gebrek aan kiezers tot uitstel van de verkiezingen oproepen. De seculiere ondertekenaars van de verklaring van 26 november vrezen eveneens kiezers te ontberen, maar omdat zij anders dan de religieuze en etnische partijen een machtsbasis missen.

Sommige lijden bovendien onder de rol van hun leiders in de impopulaire interim-regering, zoals het Iraaks Nationaal Akkoord van premier Iyad Allawi zelf. Allawi houdt vol dat de verkiezingen op 30 januari doorgaan, maar zijn partij was aanwezig bij de bijeenkomst die tot de verklaring van 26 november leidde, al ondertekende zij het manifest niet. Ook van Allawi zouden snelle verkiezingen niet hoeven.

De grote Koerdische partijen, naaste bondgenoten van de Amerikanen (die vooralsnog het doorgaan van de verkiezingen onderstrepen), hebben hun eigen natuurlijke aanhang in hun relatief veilige gebied in Noord-Irak. Zij hebben meegedeeld gewoon mee te doen als de verkiezingen doorgaan, maar prefereren uitstel omdat dit eveneens uitstel zou meebrengen van de gelijktijdige gemeenteraadsverkiezingen in Kirkuk. Zij willen eerst hun greep op de oliestad consolideren. Maar de Koerden zijn ook bang voor een grote shi'itische meerderheid in het parlement die de Koerdische eis van een federale staat zou kunnen dwarsbomen.

Shi'itische leiders wijzen alle verzoeken om uitstel van de verkiezingen af met het argument dat dit ,,zou betekenen dat de terroristen een van hun belangrijkste oogmerken zouden verwezenlijken''. Maar mogelijk zou doorgaan van de verkiezingen en een resulterende uitsluiting van de sunnitische minderheid uit het politieke proces een grotere overwinning voor de rebellen zijn.