Twee Kamers, één herdenking

De Eerste en Tweede Kamer herdenken prins Bernhard maandag gezamenlijk in een speciale Verenigde Vergadering. Het bijeenroepen van een vergadering voor een gezamenlijke herdenking is vrij nieuw. De eerste keer dat zo'n bijeenkomst werd gehouden naar aanleiding van een overleden lid van het koninklijk huis, was in 2002 na de dood van prins Claus.

De keer daarvoor dat een lid van het koninklijk huis overleed, koningin Wilhelmina op 28 november 1962, herdachten de Kamers haar dood nog afzonderlijk. De Tweede Kamer stelde een commissie samen, bestaande uit de Kamervoorzitter en fractievoorzitters, die dezelfde dag nog naar koningin Juliana toog om medeleven te tonen, met een zogeheten adres van rouwbeklag. Een afvaardiging van de Eerste Kamer ging pas twee dagen na de uitvaart, op 10 december, naar het staatshoofd voor het rouwbeklag.

Tegenwoordig geven de Kamervoorzitters een verklaring uit, meteen nadat het overlijden bekend wordt. Hun rouwbeklag doen zij na de herdenkingsvergadering door langs de baar in paleis Noordeinde te lopen en het condoleanceregister te tekenen.

De bijzondere vergadering van de Eerste en Tweede Kamer begint maandag even na twaalven 's middags met muziek. De opening wordt verzorgd door de voorzitter van de Verenigde Vergadering. Dat is altijd de voorzitter van de Eerste Kamer, nu mevrouw Timmerman-Buck. Daarna volgen toespraken van Tweede-Kamervoorziter Weisglas, premier Balkenende, nogmaals de Senaatsvoorzitter, en een minuut stilte en het Wilhelmus.

In de jaren negentig kwamen de voorzitters van Eerste en Tweede Kamer tot de conclusie dat het gepaster was om niet afzonderlijk hun rouwbeklag te doen, maar samen in één Verenigde Vergadering. Deze vergadering zelf is geen nieuw fenomeen. Jaarlijkse vergaderen beide Kamers samen op prinsjesdag en ook over wetsvoorstellen voor toestemming van huwelijken van mogelijke troonopvolgers besluit het parlement in Verenigde Vergadering. Sinds de herdenking van prins Claus is daar dus ook het rouwbeklag aan toegevoegd.

Overigens is niet alles anders dan in 1962. Gedurende de tien dagen tussen de sterfdagen van prins Claus en koningin Juliana en de dagen van hun uitvaarten en bijzettingen vergaderde het parlement niet. Na de dood van Bernhard besloot het parlement dat de activiteiten weer worden hervat na de herdenkingsbijeenkomst. Net als na de dood van Wilhelmina. Want toen kwam het parlement tot de conclusie dat het ,,handelend in de geest van Hare Majesteit de Koningin'' beter was om door te werken.

Zou het parlement dit keer in de geest van prins Bernhard herdenken, dan ging het gedurende twee jaar niet meer aan het werk. Althans, als Bernhard het voor het zeggen had gehad dan moest het parlement maar eens twee jaar thuisblijven, zo zei hij begin jaren zeventig: ,,In zo'n systeem kan een regering echt werken''.