Topsport in België zit volledig in het slop

In België is het debat opgelaaid over de schamele sportprestaties. In `Athene' werden maar drie medailles gehaald, de Rode Duivels zijn bijna uitgeschakeld voor het WK in 2006. ,,Het gaat hier om de jobkes.''

Robert van de Walle is een van de vijf genomineerden voor de verkiezing van de meest markante Vlaming van 2004. Hij was chef d'équipe van de olympische ploeg in Athene. Maar de slechte prestaties van de Belgen, die drie medailles behaalden, hebben z'n reputatie niet aangetast. Integendeel. Al langer veegt de ex-judoka de vloer aan met het Belgische sportbeleid.

De schamele oogst in Athene gaf hem gelijk. Ter vergelijking: de Nederlandse equipe was met ruim tweehonderd atleten vier keer zo groot als de Belgische en veroverde in Athene 22 medailles. België won drie plakken. Sinds 1976 heeft België zelfs nooit meer aan een olympische teamsport deelgenomen. De 50-jarige Van de Walle behoort als olympisch kampioen (1980) met wielrenner Eddy Merckx, hardloper Gaston Roelants en tennister Justine Henin tot de ikonen van de Belgische sport.

Drie jaar geleden lanceerde hij een plan naar Nederlands voorbeeld voor een veel professioneler aanpak van de topsport. Hij praatte geld los bij premier Guy Verhofstadt, die zelf een wielerfanaat is. Hij zou België tien medailles op de Olympische Spelen van Peking in 2008 bezorgen als hij z'n gang mocht gaan.

Alle inspanningen liepen stuk op de Belgische sportbureaucratie. Communautaire tegenstellingen tussen Vlaanderen en Wallonië maken het sportbeleid ook al niet eenvoudiger. Sport is een bevoegdheid van de regionale regeringen. En de meeste sportbonden zijn gesplitst in een Vlaamse en Waalse tak. Veel van de Belgische sportgelden gaan op aan overheadkosten. ,,In Nederland is een team van 27 man met topsport bezig'', zegt Van de Walle. ,,In Vlaanderen zijn het er vijfhonderd. Het gaat hier om de jobkes.'' België mag het politieke cliëntelisme grotendeels achter zich hebben gelaten, in de sportorganisaties lijken de oude tradities zich voort te zetten. De voorzitter van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) is volgens Van de Walle ,,een bankier die niets van topsport weet''.

Al voor de Olympische Spelen in Athene overwoog hij zijn functie als chef d'équipe op te geven, maar uit solidariteit met de sporters ging hij mee. Iedereen is het erover eens dat de teamgeest in de Belgische ploeg dankzij de persoonlijke inbreng van de chef d'équipe nog nooit zo goed was.

Intussen heeft Van de Walle uit teleurstelling over alle tegenwerking de sport de rug toegekeerd. Zijn stap heeft het debat over wat er mis is in de Belgische topsport opnieuw aangewakkerd. De vrijwel zekere uitschakeling van het nationale voetbalelftal voor het WK van 2006, na de recente nederlaag thuis tegen Servië-Montenegro, drukt de Belgen ook met de neus op de feiten.

Van de Walles nominatie voor de titel van markantste Vlaming is niet verwonderlijk. Zijn sportgeschiedenis spreekt tot de verbeelding. Als 15-jarige jongen vertrok hij uit Vlaanderen om hoogovens te gaan schoonmaken bij Cockerill Sambre in Charleroi. Hij wilde zo het geld verdienen om naar Japan te gaan en z'n judodroom te realiseren. ,,Ik was achttien jaar toen ik naar Japan vertrok en ik ben er vier jaar gebleven'', zegt hij. Het adres van de judoschool in Tokio kreeg hij van de Nederlandse judokampioen Wim Ruska.

Na zijn sportcarrière begon Van de Walle geen judoschool. ,,Daar zijn er al genoeg van'', zegt hij. ,,Ik wilde eigenlijk liever een andere richting uit. In Japan wordt judo gebruikt als sport maar ook als opvoeding, als filosofie eigenlijk. En dat boeide mij veel meer. Hoe kon ik dat vertalen naar mensen die geen judo doen, die actief zijn in het bedrijfsleven en die andere doelstellingen hebben dan succesvol zijn in de sport.'' Al jaren leidt hij het succesvolle Resourcement Centre Robert van de Walle in Zuid-Spanje, waar bedrijfsmanagers cursussen kunnen volgen. De rest van zijn tijd is de oud-judokampioen op zijn afgelegen woonboerderij in het Westvlaamse Diksmuide.

Drie jaar geleden vroeg de sportwereld hem te helpen de Belgische topsport uit het slop te halen. Wat Van de Walle vooral mist is de passie voor topsport, nog het meeste bij de sportbonden.

Volgens hem ontbreken de stimulansen voor de jongeren, omdat veel oud-topsporters door gebrek aan begeleiding na hun sportcarrière in een zwart gat vallen.

Zo kunnen oud-olympiërs ook geen voorbeeld zijn voor de jeugd. Van de Walle: ,,We moeten onze oud-atleten waardevoller maken, zodat ze een sociale functie kunnen hebben in onze gemeenschap. Als je ziet dat onze oude topzwemmers schoenen verkopen, dan zullen mamma's en pappa's het voor hun kinderen niet de juiste weg vinden.'' De topsportscholen, waarvan ook Nederland er een aantal heeft, bieden volgens hem nauwelijks extra faciliteiten voor toekomstige topsporters.

,,Mijn idee was een heel klein team te vormen. ,,Keep it small and keep it simple.'' Zo moesten er volgens Van de Walle tien ervaringsdeskundigen komen voor de tien sportbonden met de meeste potentie. Zij zouden gaan inventariseren wat er in elke sportbond nodig is om topsport te bedrijven. Van de Walle hield zijn eigen voorkeuren voor zichzelf om niet al bij voorbaat conflicten te veroorzaken. Ook moest er een topsportmanager komen – naar het voorbeeld van oud-volleybalcoach Joop Alberda in Nederland – die de eindverantwoordelijkheid zou krijgen. Een manager human resources zou atleten moeten begeleiden om de juiste leefvoorwaarden te creëren. Verder moest er een pool van internationale toptrainers komen. Bij het BOIC zou een speciale afdeling voor jeugdsport en opleiding worden gecreëerd. Alle contracten zouden resultaatverbintenissen moeten bevatten.

Maar terwijl Van de Walle bezig was met de voorbereidingen, groeide het verzet bij de sportbonden: ,,Ze zeiden dat ik een nieuwe structuur wilde. Daarna hebben ze het op een akkoordje gegooid om de vrijgekomen middelen van de federale overheid te gebruiken. Op alle meetings werd zonder mij beslist.''

Veel van zijn ideeën zijn overgenomen in een vorige maand gepresenteerde sportnota van de Vlaamse regering. Maar Van de Walle heeft geen vertrouwen in de uitvoering. ,,Er moet grote kuis bij de sportbonden komen. Je kunt het niet doen met dezelfde mensen die er twintig jaar lang niks van maakten.'' Aan geld ontbreekt het niet. Maar minder dan tien procent daarvan komt volgens hem bij de sporters zelf terecht. Het idee van de Vlaamse regering om de Olympische Spelen in 2016 naar Vlaanderen te halen moet de ,,schone schijn'' ophouden.

Het Vlaamse dagblad De Standaard herinnerde Van de Walle onlangs aan zijn woorden uit 1991, toen hem werd gevraagd of hij net als zijn Nederlandse voorbeeld Anton Geesink in de olympische beweging wilde werken. Hij zag dat totaal niet zitten. ,,In je eigen kring actief blijven is heel moeilijk. Je wordt een bedreiging voor de mensen die het voor het zeggen hebben.'' Zijn passie voor de sport deed hem toch bezwijken. ,,Drie jaar heb ik geprobeerd iets te veranderen. Het is ontgoochelend'', zegt hij nu.