Sommige Amsterdammers claimen een recht op bijna gratis wonen

Amsterdam heeft 80 procent huurwoningen maar door alle verworven woonrechten komen nieuwkomers slecht aan bod, vindt Maarten Huygen die als commentator reist door de samenleving.

Als je als huurder in Amsterdam aan je recht wil komen, moet je soms contractbreuk plegen en dat mag. Je huurt een tweekamerappartementje aan een gracht – waarde drie ton – tekent de huurovereenkomst voor zo'n 1.500 euro per maand. Dan ga je in beroep bij de huurcommissie. Die meet de oppervlakte, telt wastafels, radiatoren en verlaagt de afgesproken huur tot zo'n 354 euro. Dan hou je tenminste nog wat geld over voor het stadsleven. De eigenaar betaalt. Als de eigenaar een grote belegger is, neemt hij dit verlies op de koop toe. Maar een onschuldige particulier die in het buitenland verblijft, komt in moeilijkheden, want maandelijks betaalt hij honderden euro's bij. Wacht gewoon af tot hij uit de boom valt. Dan kan hij het aan de huurder of aan een handelaar verkopen voor vijftien tot twintig maal de huur. De huurder staat in zijn recht en er moet wel een uitzonderlijke reden zijn om hem van de gracht te laten vertrekken. Zo kan de huurder een spotgoedkoop appartement verwerven en de eigenaar blijft achter zonder appartement maar met een schuld van een paar ton. Het zou een hoofdstuk kunnen zijn in een roman van Tom Wolfe.

Bij elke klacht aan de huurcommissie wordt automatisch door een inspecteur rapport opgemaakt van het aantal punten dat een huis waard is. Terwijl ik er deze week bij zat, werd gediscussieerd over de aanwezigheid van een hoogrendementsketel (vijf punten), radiator in de gang (1 punt), de lengte van het keukenblok, een wc-fonteintje. Het is een merkwaardige eenvormige formule, want een wastafel in het dure Amsterdam is evenveel waard als een hele kamer in Dordrecht. Gelukkig zijn er nu plannen om bij de waardebepaling meer aan te sluiten bij de taxatie voor de onroerendezaakbelasting.

Veel klachten waren redelijk, lekken, tochtgaten maar er waren ook absurde eisen. Een vrouwelijke klaagster meende dat de verhuurder ontluchting van haar douche moest schoonmaken, want zij kon niet op de trap staan. Een ander wilde een ander soort raam op kosten van de verhuurder, een derde wilde de eigenaar binnen laten schilderen. Een klaagster hoopte op huurverlaging door alleen tegen de huurcommissie te klagen en niet tegen de huisbaas.

Amsterdam is dringend toe aan liberalisering van de huren voor mensen die het kunnen betalen. Er is een grote zwarte markt. Rob Rappange beheert met zijn makelaarsbedrijf 6.000 particuliere woningen. Volgens hem wordt veel illegaal doorverhuurd, maar hij mag niet in het bevolkingsregister controleren wie er woont. Van een verhuurbedrijf kreeg hij het verzoek om namens een doorverhuurder een pand te beheren dat hij zelf al in beheer had. Daarnaast had hij een conflict met een Larense villabewoner die zijn Amsterdamse huurappartement had aangehouden voor lucratieve onderverhuur.

Particuliere eigenaren durven alleen nog appartementen te verhuren aan bekenden die niet naar de huurcommissie stappen, weet Pieter-Joep van den Brink, voorzitter van de Makelaarsvereniging Amsterdam. De Amsterdamse huurmarkt zit potdicht voor nieuwkomers. Je moet de juiste mensen kennen om redelijk te kunnen wonen. Toch kan de aardige hurende vriend zich ontpoppen tot een monster. Het recht op een levenslange lage huur is een lot uit de loterij en kan op termijn al gauw honderdduizenden euro's woonkosten besparen. Sommigen willen voor zo'n bedrag hun vriendschap wel op het spel zetten. In Het uur tussen hond en wolf heeft huiseigenaar Maarten 't Hart een dergelijk conflict met een aanvankelijk bevriende kamerbewoner beschreven.

Iedere verhuurder van een appartement dat volgens de puntentelling onder de huurcommissiegrens van bijna 600 euro valt, zit het eerste halve jaar na het sluiten van het contract op hete kolen. Binnen die termijn kan de huurder van een appartement via de huurcommissie de huur omlaag brengen en onverkoopbaar maken door er de rest van zijn leven te blijven zitten. Het is afgedwongen liefdadigheid.

Huurders betalen vaak minder dan de onroerendezaakbelasting of de erfpacht die over het pand is verschuldigd. Een schilderbeurt kost vaak al meer dan de opbrengst van de jaarhuur. Vooral nu de erfpacht en onroerendezaaklasten wegens steeds hogere gemeentetaxaties omhoog springen, moeten eigenaren steeds meer bijbetalen, terwijl sommige Amsterdammers denken dat gratis wonen een natuurrecht is. Zo heeft huurbescherming tot gevolg dat in één gebouw een rijke zestiger met verworven rechten voor een ruim bemeten appartement 250 euro per maand betaalt, terwijl de jonge beginner boven hem maandelijks 1.100 euro aan lasten kwijt is voor zijn gekochte eenkamer-studiootje. Doordat de mensen met verworven rechten blijven zitten, is het kleine overgebleven stukje geliberaliseerde huurmarkt extra duur.

Het zijn verhalen die je bij de Woonbond voor huurders nooit hoort, want daar gaat het alleen over rechten, niet de kosten die daar tegenover staan. De huisbaas geldt als een vrek die zoveel mogelijk geld uit de huurder wil zuigen. Bij de huidige huurbescherming kan de verhuur van een tweekamerappartementje in Amsterdam nooit rendabel worden. Waarom wordt bij de huidige woningschaarste de verhuur dan niet aantrekkelijker gemaakt voor particulieren? Dan komen meer woningen voor verhuur beschikbaar en zullen de huurprijzen misschien zakken door dat gegroeide aanbod. Nu worden de vrijgekomen appartementen meteen verkocht. Nationaal is slechts vijf procent van de huurwoningen geliberaliseerd en dat is veel te weinig.

Mensen met lage inkomens moeten worden gesteund, maar dat kan beter worden overgelaten aan woningbouwcorporaties die voor dit doel op hopen gemeenschapsgeld zitten. Nu kan iemand die steeds meer is gaan verdienen levenslang goedkoop blijven wonen of onderverhuren. Waarom is er geen inkomenstoets voor beschermde huurders? Er is geen reden waarom een huisbaas niet in het bevolkingsregister mag controleren of degene die in het contract staat ook de werkelijke huurder is. De betalende eigenaar heeft ook rechten.