Soedan moet dansen op kamelenritme

Abdel Karim al-Kabli is een superstar in Soedan. Hij bepleit een artistieke uitweg uit de problemen van het land . ,,Onze kleurschakeringen en onze cultuur zijn uniek.''

Abdel Karim al-Kabli nodigt me uit zijn gezicht en huidskleur aandachtig te bestuderen. Ik kijk naar zijn bijna melkwitte huid, zijn rimpels, zijn geverfde afrohaar. ,,Wat zie je, een Arabier of een Afrikaan?'' plaagt hij. ,,Geen van beiden! Er stroomt bloed van zeven etnische groepen door mijn aderen. Ik ben een echte Soedanees. In Soedan kan je Arabieren en Afrikanen niet van elkaar onderscheiden. Soedanezen kunnen zwart of bruin zijn, ja zelfs blank met blauwe ogen. Onze kleurschakeringen en onze cultuur zijn uniek.''

Kabli is sinds de jaren zestig een superstar van de Soedanese muziek, een onderzoeker in Soedanese folklore en een eeuwige strijder voor tolerantie in zijn gepolariseerde land. ,,Mijn land heeft nooit verdraagzame leiders gekend die alle culturen benadrukken'', verzucht hij. ,,We hebben behoefte aan democratische partijen die een concept uitdragen hoe van dit diverse land één staat te maken. Gaan we door op de huidige voet, dan wordt het nooit iets met Soedan.'' Hij kritiseert de huidige leiders die ,,op de rug van de islam aan de macht kwamen en het islamitisch recht, de shari'a, gebruiken om angst te zaaien. De uitbuiting van religie en vrouwen vormt het grootste gevaar van de wereld.''

Kabli bestudeerde eeuwen Soedanese folklore en ontdekte hoe multicultureel Soedans beschaving geworden is. ,,De mengeling van tradities heeft een lange weg afgelegd in een land waarin nu 500 talen en dialecten worden gesproken. Zo'n bont mengsel creëert een prachtige nieuwe cultuur, die noch Arabisch noch Afrikaans is, maar Soedanees.'' Soedans voertaal is Arabisch maar ook de culturele invloed van zwarte Afrikanen liet zich gelden. ,,De mystiek, het ritme, de sprookjes, die zijn allemaal van Afrikaanse oorsprong.''

De diatonische toonladder van Soedans muziek is Afrikaans, niet Arabisch. ,,Met veel levensgevoel, de muziek van de natuur'', vervolgt Kabli. Met knippende vingers en het ritme van zijn voeten doet hij de looppas van kamelen voor. Hij sluit de ogen en er wandelen kamelen in zijn woning, langzaam en dan sneller. Hij houdt stil en doet vervolgens het ritme van roeispanen van een visser voor. ,,Als ik het kamelenritme inzet gaat zelfs onze president dansen'', lacht hij triomfantelijk, ,,het lijkt op de foxtrot in Europa, het ritme van de vossenjacht''.

Het klinkt allemaal prachtig in de poëtische taal van Kabli. De bittere werkelijkheid echter is een land dat sinds zijn onafhankelijkheid in 1956 met zichzelf in oorlog verkeert. Een diep onderling wantrouwen tussen de bevolkingsgroepen en strijd op vele fronten kenmerkt Soedan, niet de kracht van een multiculturele samenleving. Behalve aan de verdeel-en-heers politiek van de achtereenopvolgende regimes wijt Kabli dit aan het beleid van de Britse kolonisten die het zwarte zuiden afgrendelden voor gearabiseerde noorderlingen. ,,Door dit gebrek aan integratie kijken veel noorderlingen neer op de zuiderlingen'', beaamt hij, ,,we hebben nog een lange weg te gaan om onze verschillen te beslechten en Soedan weer gezond te maken''.

Kabli is sinds kort goodwill-ambassadeur van de kinderorganisatie UNICEF van de Verenigde Naties. Tegen de zonsondergang van zijn leven krijgt hij nog één keer de kans zijn gedachten over de kracht van een bonte mengeling van culturen uit te dragen. Hij pleit voor een artistieke uitweg uit Soedans problemen. ,,Kunstenaars zijn de meest gevoelige mensen. Zij voelen het lijden van anderen sterker dan de slachtoffers zelf.'' Hij stopt, pijn verschijnt op zijn gezicht. ,,Er zouden meer kunstenaars aan de macht moeten komen, die hebben tenminste gevoelens.''