Roep onmiddellijk de noodtoestand uit

Ongeschonden bent u een aantal aantijgingen te boven gekomen. De pompeuze inrichting van uw werkkamer, de zelfverrijking van uw ambtenaren, de fraude van een hbo-instelling met u als bestuurslid en de jamby affaire, deze klippen heeft u als een kundig bestuurder omzeild. Maar hoe zit het met uw eigenlijke missie? De verbetering van de kwaliteit van het onderwijs?

Een van uw recente persberichten suggereert dat u resultaat boekt. In een notendop schrijft uw voorlichter: meer jongeren zijn vorig jaar op school gebleven, het aantal voortijdige schoolverlaters is gedaald en na jaren van stijging lijkt er sprake van een trendbreuk.

Dat ziet er mooi uit, op het eerste gezicht dan. Want u weet net zo goed als ik dat deze mededeling een leugen is. Ik twijfel zelfs aan de juistheid van de meting. Uw ministerie heeft bepaald een slechte reputatie als het gaat om het bijhouden en controleren van gegevens. Maar vooruit, stel dat de getallen kloppen, dan nog is het aantal voortijdige schoolverlaters van dit jaar het dubbele van vijf jaar geleden. Bovendien is de daling onverklaarbaar, want serieuze beleidswijzigingen ontbreken. De door u en uw staatssecretaris geconstateerde trendbreuk is volstrekt misplaatst. Het is eerder een gelukje. Continu deelnemen aan de staatsloterij staat ook garant voor een kleine prijs, de kwaliteit van leven verandert daar niet door.

Toch koketteert u schaamteloos met een beleidsresultaat dat voor gewone mensen nergens concreet waarneembaar is. Het gaat namelijk helemaal niet goed met het voortgezet onderwijs. Erger is dat perspectief op verbetering ontbreekt. Ik zie alleen maar initiatieven die deze crisis bevestigen. Zo zoekt een pedagogisch centrum sponsors voor de stichting van een kostschool, speciaal voor drop-outs. De doelgroep bestaat niet uit halve criminelen die een gedragscorrectie behoeven, maar uit gewone kinderen, uitgekotst door het reguliere systeem. Zonder diploma komen ze nooit aan de slag.

Misschien moet ik het beter benoemen, want ik vraag me eerlijk gezegd af of u het drama wel ziet. Scholen hebben in deze tijd moeite jongeren te binden aan de samenleving. Voor de duidelijkheid, dat is een maatschappelijke ramp. Vergeet niet dat dankzij globalisering Nederland fel concurreert met verstand, kennis en sociale vaardigheid. Voortijdig schoolverlaten staat dan voor welvaartsverlies. Grote groepen vallen buiten de boot, vluchten in een subcultuur en regelen informeel hun inkomen. U moet de noodtoestand uitroepen, maar in plaats van daarvan poetst u de getallen op.

Deze cijfers leren dat vooral het vmbo faalt. Het aantal drop-outs is daar vijf maal zo groot als op het havo/vwo. In de beeldvorming krijgt dit drama meestal een maatschappelijke verklaring. Randstad, vmbo en allochtonen zijn dan de hoofdingrediënten. Scholen kunnen hier geen soep van maken, leraren staan machteloos, meer zit er niet in, het onderwijs is onschuldig.

Deze analyse geniet uw instemming. Daarom beschuldig ik u van defaitisme. Het onderwijs is wel degelijk medeverantwoordelijk en het tij is te keren. In het buitenland liggen de uitvalcijfers beduidend lager. Niet voor niks sturen bewoners in de grensstreek hun kinderen naar Belgische scholen. In de rest van het land schieten private instellingen als paddestoelen uit de grond. Het toenemend aantal doorverwijzingen naar speciaal onderwijs en de explosie van leerstoornissen ondersteunen de conclusie: de leeromgeving is gemiddeld genomen zwak. Alle onderwijstypen presteren daardoor onder hun capaciteit, de slachtoffers vallen vooral aan de onderkant.

Hier treedt een verbazingwekkend mechanisme in werking. Leren is een grondrecht, het onderwijs faalt en wat doet u? U verschuilt zich achter de beleidsvrijheid voor schoolbesturen. U wilt niet sturen, prikkelen en handelen. Directies en leraren lossen in uw visie de problemen zelf wel op. Zij kunnen dat ook het best, want zij zijn de experts. Zo luidt uw legitimatie tijdens de debatten in het parlement. Maar de waarheid is dat u wegloopt voor keuzes. Het vmbo is een door uw voorgangers opgelegde vernieuwing, deze beleidskeuze valt nu onder uw verantwoordelijkheid. Deze keuze en het bekostigingsstelsel vormen de randvoorwaarden waarbinnen leraren en directies opereren. Zeker, het is aandoenlijk te zien hoe sommige scholen initiatief nemen en hun best doen. Maar zonder centraal corrigeren van misconcepten blijft het watertrappelen in drijfzand.

Laten we nog eens goed kijken naar dat vmbo. Ongeveer zestig procent van de leerlingenpopulatie bezoekt dit schooltype. Dat is bepaald geen homogene groep. De bovenlaag wordt gevormd door ingedutte slimme kinderen, die als ze eenmaal door de puberteit heen zijn een diploma in het hoger beroepsonderwijs halen. Onderin bungelen types met een laag IQ en vreemd gedrag. Deze twee uitersten hebben niets gemeenschappelijk. Ze liggen verder uit elkaar dan de gymnasiast en de havist. Geef het toch gewoon toe! In werkelijkheid bestaat het vmbo niet. Het is een verhullende beleidsconstructie, met een structuur die bestaat uit een onbegrijpelijke wirwar van leerwegen, sectoren en exameneisen. Misschien dat u de achterliggende logica doorgrondt, ik krijg het niet uitgelegd aan ouders.

Waarom schept u geen helderheid? Ieder kind met uitzicht op een hbo onderscheidt zich van de rest. Nu volgen deze leerlingen een zogenaamde gemengde of theoretische leerweg binnen het vmbo. Die kan maar weer beter snel mavo gaan heten. Want dat is het: algemeen vormend onderwijs, gericht op verdere scholing. Ervaringen in de praktijk rechtvaardigen deze keuze: de enige succesvolle scholen binnen het vmbo zijn die paar overgebleven categorale mavo's. Hier sturen ouders hun kinderen graag naar toe. Maar in plaats van dat u deze oases van rust beschermt, stelt u ze bloot aan pesterijen van bestuurders en lokale politici. Deze managers hebben maar één drijfveer en dat is de status van de organisatie. Die stijgt door uitschakelen van concurrentie en toename van het leerlingenaantal. Vandaar dat zij deze laatste zelfstandige scholen willen onderbrengen bij grote vmbo's, waar ze vervolgens verzuipen in het geheel. U ziet dat toch ook? Waarom grijpt u als hoeder van het algemeen belang niet in?

Stel dat u dat doet, dan rest nog steeds die andere groep, voor wie verder studeren moeilijk is. Na een korte opleiding gaan deze jongeren aan het werk. Hier zitten de lastige gevallen. Leren in een klaslokaal met een boek, daar houden ze niet van. Maar ja, de arbeidsmarkt vraagt wel flexibele werknemers, die breed inzetbaar zijn. Een ambacht voor het leven, bij een baas, het bestaat bijna niet meer. Kortom, algemene vorming moet. Maar het kan wel wat minder. Een goede mondelinge en schriftelijke uitdrukking in de Engelse en Nederlandse taal, omgaan met getallen in verschillende contexten, kennis van de inrichting van de samenleving en de daarbij horende achtergronden volstaan. Alles wat ze verder leren, is meegenomen. Een cursus fietsen repareren, prima. Aan de hand van handleiding in het Engels, nog beter. Puntlassen op een werkstage, ook best. Maar niet meer in een volle klas een tweede vreemde taal of andere ver van het bed schoolvakken.

Waar ik me nou over verbaas is dat ik u hier nooit over hoor in de media. U praat niet over wat kinderen moeten leren en waarom dat zo is. Heeft u daar eigenlijk een mening over? Dat zou wel fijn zijn, want ook hier is uw afwezigheid storend. Een breed gedragen beeld van wat leren op school behelst en wat de zin daarvan is, ontbreekt. En dan wordt het begrijpelijk dat ouders hun kinderen buiten reguliere vakanties mee op reis nemen of toestaan dat ze naar een personeelsfeest gaan, in plaats van naar de les.

Ik beschuldig u van nalatigheid. Het huidige voortgezet onderwijs is een misbaksel van compromissen. In het buitenland zitten kinderen tot hun zestiende levensjaar door elkaar. Hier wil de burger een scheiding vanaf twaalf jaar. Tegelijkertijd is het net alsof de verschillen niet zo groot zijn. Een vmbo-diploma suggereert dat zestig procent van de kinderen hetzelfde leert, maar toch ook weer niet. Zo wordt het ingewikkeld. Een definitieve schoolkeuze op twaalfjarige leeftijd betekent herkenbare stromingen: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, een blok overig algemeen vormend onderwijs en inderdaad, terug naar de geborgenheid van de ambachtsschool.

Die geborgenheid is er nu niet, en dat vraagt om een inspanning, allereerst van u. Want ook met een haalbaar en samenhangend programma blijft het moeilijk kinderen van het type ambachtsschool om te vormen tot maatschappelijk weerbare krachten. Profeten van het nieuwe leren mogen beweren dat elk mens intrinsiek gemotiveerd is om te leren. Dat zal best, maar niet elke leerling gaat gebukt onder het verlangen voor zijn zestiende levensjaar een mooie brief in het Engels en het Nederlands te schrijven.

U heeft zelf lesgegeven in het lager beroepsonderwijs en u weet dus ook dat het kan. Maar dan is wel een omslag binnen de schoolcultuur noodzakelijk. De laatste jaren is de aandacht voor praten óver het werk buitenproportioneel toegenomen. Dit gaat ten koste van het werk zelf. Managers en middenkader zijn betaald uit schaalvergroting en vollere klassen. Met name voor drukke kinderen, met een hekel aan lezen, staat deze keuze elke succeservaring in de weg. Zij leren alleen als het affectief goed zit. Dus moeten ze de leraar spreken, hem kennen, het idee hebben dat de belangstelling wederzijds is. Geregeld contact in een veilige en overzichtelijke omgeving, is dan een noodzakelijke voorwaarde voor een goed verloop van het leerproces. Concreet betekent dat kleine klassen, in kleine scholen. Maar ook buiten de les gaat werken aan binding en cohesie door. Te denken valt aan verantwoordelijkheid voor leerlingen bij het beheer van de kantine, eten onder begeleiding, samen opruimen en handhaven van een stelsel van gebruikelijke regels. Iedereen is op tijd; heeft zijn leermateriaal bij zich; als de leraar praat, zijn de leerlingen stil. Klinkt logisch? Het is nergens zo!

Ik beschuldig u van laksheid. De sector ontbeert elke regie. Ingrijpen in het programma durft u niet, want dat ligt te gevoelig bij belangenverenigingen. Dus formuleert u de herziening van de basisvorming vaag. Scholen mogen grotendeels zelf de inhoud bepalen. Uw lamlendigheid gaat zover dat u niet eens probeert een bindende afspraak te maken over wat alle kinderen in Nederland moeten weten en kunnen.

Bij het beheer voert u hetzelfde treurspel op. Met dank aan uw afwezigheid kunnen megalomane managers zich als voorzitters van clubs in het betaald voetbal gedragen. Ze laten zich leiden door fata morgana's van enorme gebouwen, gelegen aan leerboulevards, met mooie kantoren, wapperende vlaggen met bestuurslogo's en prachtige roltrappen. Ondertussen zorgt deze nieuwe kaste goed voor zichzelf. Ik kan u zo honderd managers aanwijzen die in de schalen vijftien en zestien niks zitten te doen. Als ze verdwijnen, merkt niemand het, hun toegevoegde waarde is nul. De bekende econoom en Nobelprijswinnaar Tinbergen heeft dit lang geleden al eens geconstateerd. Overigens bevestigt de onderwijsraad de trend. Uit hun onderzoek blijkt dat uitbreiding van het onderwijsbudget niet naar leraren en leerlingen gaat, maar naar management. Graaien komt niet alleen op uw ministerie voor, het is de norm in de hele sector. Hierdoor zijn de kwaliteit van de leraar en het aantal leerlingen in een klas sluitposten.

Het laatste decennium viel het voortgezet onderwijs onder de politieke verantwoordelijkheid van de dames Netelenbos, Adelmund en u. Een kooklerares, een welzijnswerker en een onderwijzeres. Tomeloze ambitie, bestuurlijke hardheid en handig netwerken hebben u en uw collegae veel opgeleverd, het onderwijs weinig. Vindt u ook niet dat de sector is rijp voor een moedige intellectueel, die verder kijkt dan een politieke carrière lang is? Begrijpt u nou nog niet dat leerlingen, leraren en ouders heldere keuzes van een sterke overheid eisen? Denkt u nou echt zij zich laten foppen door cosmetisch gegoochel met cijfers over voortijdig schoolverlaten? Ik beschuldig u tot slot van naïviteit.

Ton van Haperen is leraar in het voortgezet onderwijs (vmbo-t, havo en vwo) en vakdidacticus algemene economie aan de Erasmus Universiteit in

Rotterdam. Hij is auteur van de onderwijsmethode `Index Tweede Fase'.