Oma Maria

Op een boom voor een oud zusterhuis in Rosmalen hangt een briefje. Voor mensen met een paspoort, staat er in schoonschrift, is het verboden binnen te gaan. Humor van uitgeprocedeerde asielzoekers. In de bossen houdt de Stichting Vast negentig vluchtelingenvrouwen en kinderen van de straat.

Binnen, in een zusterzaal, zitten twee Afrikaanse vrouwen. Ze willen graag iets vertellen, en daarom vertaalt de 12-jarige zoon van de jongste. Nura Said Sahl (35) en Maria Said Ibrahim (68) ontvluchtten Eritrea wegens de oorlog met Ethiopië. Maar Nederland verleende geen asiel. En nu moeten ze terug naar de plek waar het grensconflict nog geregeld oplaait.

Nura: ,,Maria en ik zijn in Rosmalen familie geworden.''

Maria: ,,Mijn zoon en ik waren op de vlucht voor de oorlog.''

Nura : ,,Oorlog doet pijn. Ze steken je huis in brand. Ze vermoorden je familie, ze verkrachten vrouwen.''

Maria: ,,We wisten het vliegveld in Asmara te bereiken.''

Nura: ,,Ze hebben mijn man ook doodgemaakt. Hij moest in dienst.''

Maria: ,,In Asmara waren heel veel mensen. Maar gelukkig vond ik het vliegtuig.''

Nura: ,,Ik was zo bang, zo bang voor mijn kinderen.''

Maria: ,,Toen we opstegen, zocht ik het gangpad af: mijn zoon, waar was-ie?''

Nura: ,,In september 1999 waren we veilig in Nederland.''

Maria: ,,Op Schiphol heb ik nog twee vliegtuigen afgewacht. Maar mijn zoon heb ik nooit meer teruggezien.''

Nura: ,,Vlak voordat we terug moesten, gaven ze ons dit plekje.''

Maria: ,,Ik moet hier opnieuw beginnen, maar dat gaat moeilijk als je oud bent en de taal niet spreekt.''

Nura geeft Maria de polaroid die net is gemaakt: ,,Wij zijn je ogen en oren, wij houden je hart warm. Jij bent geen dametje alleen, je bent onze adoptie-oma.''

Maria pakt de foto. Ze streelt met haar vingertop de contouren van Nura en hoort niets meer.

Nura: ,,Ik wil hier oud worden. Nu mijn kinderen veilig zijn, ben ik gelukkig.''

Dit is het achtste portret uit een serie over de 5.000 uitgeprocedeerde asielzoekers.