Lijfrente

`Dus uw lijfrente komt vrij?'' Zo begint deze radioreclame. De tekst wordt uitgesproken door een vrouw, aan wie je kunt horen dat het haar absoluut niet interesseert wie u bent, wat u wilt, of u überhaupt bestaat. Ze spreekt heel traag, een beetje nasaal. Ze is niet eens onverschillig; ze vertegenwoordigt die bijzondere postmoderne onthechting die bij onze economie van dienstverlening hoort. Dan zegt ze: ,,Oooogenblikje.'' En dan valt u in handen van de volgende dienstverlener, van hetzelfde laken een pak. De clou is dat een andere maatschappij, Ohra, het veel beter kan. Dat wordt bewezen met de stem van een energieke jongeman die je vertelt hoe je op latere leeftijd toch nog een beetje rijk kunt worden. Ik weet niet eens wat een lijfrente is, het woord op zichzelf maakt geen brandschone indruk. Maar vanwege die reclame was ik blij dat deze maatschappij bestaat.

Blijkbaar was ik de enige niet. Of misschien heeft deze maatschappij tot intensivering van de campagne besloten. In ieder geval gaan er nu dagen voorbij waarop je ieder uur door deze vrouw over je lijfrente wordt aangesproken. Een tekst die je eerst even scherp naar de moderniteit deed luisteren, wordt op zo'n manier tot een paar seconden van weerzinwekkendheid. Het is een kant van dit grote vraagstuk, waarin kwantiteit in kwaliteit verandert. Of hier in zekere zin andersom. Eerst had je de kwaliteit, die lokte de kwantiteit uit, en daardoor verdwijnt de kwaliteit. Vorige week had ik het hier over de verandering van Jif in Cif. Het leek me geen vooruitgang. Maar de wegen van de reclame zijn ondoorgrondelijk.

Ik hoor tot het transistorproletariaat. Dat wil zeggen: ik wil wel graag naar mooie muziek op Radio 4 luisteren, maar ik ben geen beroepsluisteraar die alleen maar kan genieten als er hifi-stereo uit de luidsprekers komt. Met een klein apparaatje dat op twee batterijen werkt valt ook nog veel te genieten, als je het kastje in de goede richting zet en de antenne idem. Doe je het verkeerd, dan braakt er een popzender doorheen. Dat is geen typisch Nederlands nadeel. In alle landen waar ze zo'n klassieke zender hebben, grenst die aan een veel krachtiger popzender. Protesten, actiegroepen hebben geen resultaat, weet ik uit jarenlange ervaring.

Het voordeel van het luisteren naar Radio 4 is dat je niet alleen mooie muziek kunt horen, maar ook op de hoogte blijft van allerlei maatschappelijke veranderingen. Zo is er 's ochtends vroeg een programma dat nu Viertakt heet, en vorig jaar nog anders. Je bent uit je bed gekomen, hebt koffie gezet, wilt weten wat voor weer het wordt, en de meneer van Viertakt leest je een muziekrecensie voor, uit De Telegraaf van gisteren. Van het besproken concert deugde niets, of het was hemeltergend mooi, maar je wilt weten of je met of zonder paraplu de deur uit moet, en de tram die om drie minuten voor acht, ongeveer, bij jouw halte zal stoppen, is al van het beginpunt vertrokken.

Op de klassieke zender is het de beurt aan de verkeerscentrale met de filemeldingen. De files worden steeds langer. Op de A17, zegt de mevrouw, staat een filah van elf kilometah wegens een omgekanteldah vrachtwagah. Hier en daar is het mistig. Zou ik de tram van 07.57 laten schieten en die van 08.17 nemen? Die koffie is toch nog te heet. Vooruit! Neem ik het hele achtuurnieuws mee. Dus uw lijfrente komt vrij? Oooogenblikje. Het nieuws. Een hartchirurg blijkt in het bezit te zijn geweest van 300.000 kinderpornofoto's. Ik ben sowieso tegen kinderporno. Maar driehonderdduizend foto's? Doet denken aan de mevrouw op de Titanic die een wisky heeft besteld. Die wordt haar op het nippertje gebracht en dan zegt ze: ,,I ordered ice but this is ridiculous.'' Het is een anekdote die wel 92 jaar oud kan zijn, maar in menig opzicht actueler is dan ooit.

Weerbericht! Geen paraplu. In haast wurg ik de volgende reclamespreker en snelwandel naar de tram van 08.17. Het halen van de tram is altijd weer een vraagstuk. Hoe dicht moet je bij de halte zijn om nog hoop te hebben dat je hem met een sprint kunt halen? Hoe dichter je bij de halte komt, hoe meer er van de trambaan zichtbaar is. Er is een berekening mogelijk, waarin afstand tot de halte van de tram en de aanstaande passagier de variabelen zijn. Met behulp daarvan kun je bepalen waar het punt van de vervlogen hoop ligt. Je kunt er zelfs een computerspelletje van maken, denk ik. Nog meer mogelijke complicaties daarin opnemen, zoals de stand van de verkeerslichten, de dichtheid van de verkeersstroom en de bereidheid van de aanstaande passagier om zich daarin te wagen. De kans om al tram halend ten onder te gaan.

De 08.17 is te laat. Op de halte wordt ik wantrouwend bekeken door iemand die eruit ziet als een imam. Alles loopt goed af. In de tram lees ik de muziekrecensie die morgen op Radio 4 zal worden voorgelezen.