Kanoetstrandloper

Het waddeneiland Vlieland kent aan de zuidzijde een merkwaardige, loodrechte hoek, het Posthuyswad met daarin gelegen, tussen zee en land, Kwelder en Dodemans bol. Bij afnemend getij zwermen daar de steltvogels bij honderden; het waren er ooit tienduizenden. Kanoetstrandlopers (Caldidris canutus) genieten faam vanwege de spectaculaire zwermen van zilver oplichtende vleugels en snelle zwenkingen die zij rakelings boven de waddenzee maken. Vooral in het glasbleke ochtendlicht of in de gloed van de avond zijn de vluchten van kanoeten onvergetelijk. En onmiskenbaar. De kanoet is een gedrongen, wat forse steltloper, overwegend grijs met korte poten. Hij heeft een lichte oogstreep. Kanoeten tref je altijd aan waar het zand vochtig is, daar jaagt hij op schelpdieren. Deze vogel is de enige die aan het drukverschil rond een voorwerp, verscholen in het zand, kan zien dat zich daar voedsel bevindt. In Nederland is hij een wintergast met een maritieme leefstijl; nooit begeeft hij zich in het binnenland. Wel trekt hij vanuit de noordelijke broedgebieden door naar bijvoorbeeld Patagonië. De naam is naar verluid ontleend aan de Deense koning Knoet, die vocht tegen de vloed en de golven maar telkens verloor. De kanoet vecht echter niet tegen de golven, hij leeft van wat die telkens weer aan voedsel brengen en in het zand achterlaten.

Illustratie:

Rein Stuurman

(Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl