Jeugdhulpverlening is schandalig onvoldoende

De problemen van nu in de `jeugdzorg' zijn precies dezelfde als die van dertig jaar geleden (NRC Handelsblad, 23 november). Een onderzoek, door wie dan ook, heeft geen enkele zin. Alles is uitgeplozen en bij iedere echt-betrokkene bekend. De nieuwe wet zal niets wezenlijks veranderen. Kinderen blijven niet of verkeerd behandeld. De belangrijkste oorzaak is nog steeds niet weggenomen: de machtsstrijd tussen de hogere ambtenaren van de verschillende departementen en de daardoor in stand gehouden verschillende geldstromen en bestuurlijke kinnesinne. Decennia geleden (de jeugdhulpverlening beschreef men als een chaotische grabbelton) werd een breed samengestelde werkgroep gevormd van mensen, die echt iets in de melk te brokken hadden. Ik was daar eentje van. De leiding had dr. Mik. Politiek verantwoordelijk was Glastra van Loon. Opdracht: De hulp aan de jeugd is versnipperd, inefficiënt, kortom onvoldoende. Bedenk een plan om dat goed te maken.

We maakten een gedegen rapport over de inhoud van het werken met kinderen in moeilijkheden. Er zaten wel wat ambtelijke compromissen in, maar het ging echt over de hulp aan kinderen en hun ouders. Bijna alles in het rapport geldt nog. Zo zou het ongeveer moeten en heel goed kunnen.

Maar zo ging het niet. De machten bleven gescheiden en op elkaar (dus niet op hun taak) geconcentreerd.

Niemand in Nederland is tevreden over onze jeugdhulpverlening.

Onze hulpverlening is schandalig onvoldoende. We hebben het de laatste dertig jaar stelselmatig afgebroken.

We zijn nu zo ver dat er in Nederland in 2004, dus onder verantwoordelijkheid van Balkenende en ons allemaal, elke week één kind doodgaat van de honderden die mishandeld worden.

Wij staan erbij en kijken er niet eens naar. Wij vergaderen, maken rapporten en nieuwe wetten, we durven of willen niet humaan (laat staan een beetje christelijk!) zijn. Dat is te duur! Wij laten kinderen, door het management verantwoord, vermoorden. Ik schaam mij bijna dood.