Jelineks bericht uit de kliniek

Vrijdag worden in Stockholm de Nobelprijzen van 2004 uitgereikt, in afwezigheid van de mensenschuwe literatuurlaureaat Elfriede Jelinek. Pieter Steinz wijdt deel 43 van zijn serie over literaire thema's aan Jelineks Die Klavierspielerin in het bijzonder en psychiatrische gevallen in het algemeen.

Aan het eind van de negentiende eeuw, in de nadagen van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, ontwikkelde Sigmund Freud in Wenen de neurosenleer. Zijn analyse van psychische, vaak uit seksuele frustratie voortkomende stoornissen kreeg vrijwel meteen een literaire pendant, in de toneelstukken en romans van zijn vriend en stadgenoot Arthur Schnitzler. Maar al lang vóór Freud wemelde het in de wereldliteratuur van de psychiatrische gevallen. Wat te denken van Macbeth, een van de vele Shakespeariaanse borderliners? van Gulliver, die (net als later Boudewijn Büch) leed aan pseudologia fantastica? van de jonge Werther, een narcist pur sang? of van Raskolnikov, de bijlmoordenaar die zijn grootheidswaan botvierde op een oud vrouwtje? En aan welke stoornissen leden Medea, Hamlet, Don Quichot, Casanova en Oblomov?

Psychosen en neurosen behoren tot de favoriete onderwerpen van de fictieschrijver. Maar het lijkt alsof ze vooral welig tieren in het werk van de landgenoten van Freud en Schnitzler. Als we auteurs als Thomas Bernhard (1931-1989) en Ingeborg Bachmann (1926-1973) mogen geloven is heel Oostenrijk een poel van frustratie; en vooral de burgers van Wenen – een stelletje verknipte fascisten en autoritaire hypocrieten – moeten het daarbij ontgelden. Zo gaat Bernhards Alte Meister over een gefrustreerde kunstcriticus, en Bachmanns Malina over een labiele, getraumatiseerde vrouw. Maar hun hoofdpersonen zijn een wonder van stabiliteit vergeleken met die van Die Klavierspielerin (1983) van Elfriede Jelinek, de Weense `nestbevuilster' aan wie twee maanden geleden de Nobelprijs voor literatuur werd toegekend.

In Die Klavierspielerin, dat twee jaar geleden werd verfilmd door de filmende Oostenrijkse Bürgerschreck Michael Haneke, maken we kennis met de conservatoriumlerares Erika Kohut. Eens was ze veelbelovend en werd ze door haar moeder en grootmoeder met harde hand opgekweekt voor een concertcarrière; nu is ze een gefrustreerde eind-dertiger die nog inwoont bij de moeder die haar altijd heeft gekleineerd en gecommandeerd. Emotioneel kapotgemaakt, reageert Erika haar frustraties af op haar leerlingen en lenigt ze haar driften als gluurster in de peepshows en parken van Wenen. Als ze uiteindelijk in opstand komt, en een wurgende verhouding begint met haar leerling Walter Klemmer (nomen est omen), leidt dat al gauw tot niets. Klemmer weigert haar sadomasochistische spelletjes mee te spelen, en Erika wordt weer teruggeworpen op de meester-knechtverhouding die haar leven beheerst heeft: die met haar `kiezelzuur verstarde' moeder.

Die Klavierspielerin behoort tot de onprettigste romans die ik gelezen heb – en ook tot de fascinerendste. In de eerste plaats doordat je ondanks alles een zekere sympathie voor Erika Kohut blijft voelen. Daarnaast omdat je langzaam in de gaten krijgt dat de roman ook bedoeld is als een allegorie op het leven in de kliniek Oostenrijk; want de moeder is als de staat, die volledige gehoorzaamheid van zijn onderdanen verlangt en daar haat en machtsmisbruik tegenoverstelt. En dan is er het proza van Jelinek: hard en kaal, bits en op een afwijkende manier humoristisch. `Erika het heidebloempje' schrijft ze over de hoofdpersoon. `Naar die bloem is Erika genoemd. Vóór haar geboorte had haar moeder daarbij iets schuws en teers voor de geest gestaan. Toen ze vervolgens de homp klei had bekeken die uit haar buik was geglipt, was ze meteen aan het werk getogen om deze genadeloos te bewerken, om reinheid en fijnheid te behouden. Hier een stuk weg en daar ook nog.' Zo'n stijl vind je bij weinig moderne schrijvers, of het moest Arnon Grunberg zijn, ook al een liefhebber van onaangename en perverse personages. Het zal wel geen toeval zijn dat hij de eerste roman van zijn alter ego Marek van der Jagt (De geschiedenis van mijn kaalheid, 2000) situeerde in Wenen.

Elfriede Jelinek:

`Die Klavierspielerin'

(uitg. Rowohlt, Ned. vert. van Tinke Davids).

Volgende week in `Lees mee met NRC': seks.

Besproken boek: `Ik ook van jou' van Ronald Giphart.

Reacties: steinz@nrc.nl