IVF met één embryo werkt bijna net zo goed en is veiliger

Twee IVF-pogingen met één embryo resulteren uiteindelijk in bijna evenveel levend geboren kinderen als één poging met twee embryo's tegelijk. Groot voordeel van het plaatsen van één embryo per keer is dat er daarbij geen meerlingen voorkomen. Dat betekent veel minder kans op zwangerschapscomplicaties (New England Journal of Medicine, 2 december 2004).

Aan het IVF-onderzoek deden 661 Zweedse vrouwen mee, allemaal onder de 36 jaar. Na hormoonstimulatie om eicellen te oogsten, kreeg de helft van de vrouwen twee verse embryo's geïmplanteerd en de andere helft één vers embryo. Het andere embryo werd ingevroren voor een eventuele volgende poging. De behandeling was dubbelblind: de vrouw noch de behandelend arts wist of er één of twee embryo's werden geïmplanteerd.

Na de eerste IVF was het aantal levendgeboren kinderen bij de implantatie van één embryo duidelijk lager: 29,6% tegen 43,4% bij twee geïmplanteerde embryo's. Door een tweede IVF-poging met het ingevroren embryo werd dat resultaat uiteindelijk opgekrikt naar 38,8%, bijna even veel als dat van twee verse embryo's tegelijk. Het voorkwam wel een groot aantal tweelingen: dat kwam liefst 47 keer voor bij de dubbele embryoplaatsingen en maar een keer bij de groep met een enkel embryo. Dat scheelt veel complicaties, zoals vroeggeboorte en een laag geboortegewicht.

Het vaak gehoorde argument dat het implanteren van één embryo de kans op een zwangerschap vermindert lijkt dus niet terecht. Wel betekent de eventueel noodzakelijke tweede IVF-poging natuurlijk een extra belasting voor de vrouw en meer kosten. Wel hoeven de vrouwen bij de tweede IVF niet opnieuw met hormonen gestimuleerd te worden omdat er nog een ingevroren embryo beschikbaar is. Daar staat tegenover dat 38 van de ingevroren embryo's na ontdooien te slecht waren om nog te implanteren. Die vrouwen kregen dus geen tweede kans.

Een commentator in het New England Journal of Medicine benadrukt dat de goede resultaten in Zweden vermoedelijk deels te danken zijn aan het feit dat er alleen vrouwen meededen met een heel gunstige prognose. Ze waren allemaal jonger dan 36 jaar – gemiddeld zelfs maar 30,9 jaar – en het was hun eerste of tweede IVF-poging.

De resultaten van IVF met ontdooide embryo's varieerden sterk tussen de verschillende Zweedse klinieken. De onderzoekers pleiten daarom voor een betere opzet van het invriezen zodat er minder embryo's verloren gaan.