Italiaanse beursrally geen teken van vertrouwen

Een financieel schandaal met een omvang van 14 miljard euro dat de markten deed schokken. Nog een paar kleinere schandalen die tevoorschijn blijven komen. Een economie die kraakt onder het gewicht van de euro, en een industriële sector waar het beste vanaf is. Kan een land met al deze problemen ook de best presterende grote Europese aandelenindex hebben? Ja, dat kan. De Italiaanse Mib 30 heeft het dit jaar beter gedaan dan de Britse FTSE 100, de Franse Cac 40 en de Duitse Dax 30. De index, die het grootste deel van het jaar juist was achtergebleven, is de afgelopen herfst aan een opmars begonnen, toen de effecten van financiële schandalen als dat van Parmalat langzaam verdwenen.

Maar de opleving van de Mib 30 is niet zozeer een teken van terugkerend vertrouwen. Zij vindt vooral plaats omdat Italië een zeer eigenaardige markt is. De Mib 30 bestaat grotendeels uit nutsbedrijven zoals Eni, Enel, Telecom Italia (TI) en Telecom Italia Mobile (TIM), die tesamen meer dan 40 procent van de index voor hun rekening nemen.

Dit heeft twee belangrijke gevolgen. In de eerste plaats profiteert Italië nu van de wereldwijde opmars van nutsaandelen en telecomfondsen. De fusiegeruchten rondom TI en TIM zijn ook voor een deel van de beursrally verantwoordelijk. In de tweede plaats lijden de prestaties van de index niet onder de problemen van de industriële sector, die het meest te kampen heeft met buitenlandse concurrentie. Veel van de kleine en middelgrote bedrijven die in moeilijkheden verkeren, hebben niet eens een beursnotering. De divergentie tussen de Italiaanse aandelenmarkt en de Italiaanse economie helpt ook verklaren waarom recente aandelenuitgiftes zo succesvol zijn geweest. De plaatsing door Enel van een pakket aandelen ter waarde van 8 miljard euro trok beleggers aan die op zoek waren naar een veilige haven en gezonde rendementen. De ervaringen van Geox, de schoenenfabrikant wiens beurskoers met 20 procent steeg na de beursgang op 1 december, lijken iets moeilijker te verklaren. Maar een van de sterke punten van het concern is dat het zijn schoenen laat maken in lagelonenlanden als Roemenië. Het kan marktaandeel afsnoepen van lokale Italiaanse schoenenfabrikanten dankzij het flexibele en goedkope productieproces.

In dit licht bezien lijkt de recente opwinding over Italiaanse aandelen geen motie van vertrouwen in de economische vooruitzichten van Italië. De honger naar de aandelen van nutsbedrijven als Enel en een bedrijf als Geox dat zijn productie naar het buitenland heeft verplaatst, wijst eerder op het tegenovergestelde.