Inspectie wil geen `openbare terechtstelling'

De hoofdinspecteur voor de geestelijke gezondheidszorg is volgens een onderzoekscommissie niet te handhaven. Ook inspecteur-generaal Herre Kingma kreeg, onverwacht, kritiek.

Jacques Lucieer, hoofdinspecteur voor de geestelijke gezondheidszorg, geeft zich niet zomaar gewonnen. Deze zomer klaagden medewerkers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg in NRC Handelsblad dat ze op hun werk werden geïntimideerd en bedreigd, en ze wezen vooral hem als schuldige aan. De commissie die daarna onderzoek deed naar die klachten concludeerde dat ze terecht waren.

In het rapport dat deze week naar de Tweede Kamer werd gestuurd zijn de passages over Lucieer zwart gemaakt. Maar in de ongecensureerde versie staat: ,,De positie van deze hoofdinspecteur is niet houdbaar gezien het verhoudingsgewijs zeer grote aantal meldingen over bedreiging/intimidatie.'' En: ,,Aangezien het zoveel gelijksoortige klachten betreft concludeert de commissie dat de betrokken functionaris niet kan worden gehandhaafd in een leidinggevende functie.''

Lucieer schreef op 29 november in een interne e-mail aan alle medewerkers van de Inspectie dat die conclusies, vrij vertaald, nergens op slaan omdat ze niet gebaseerd zijn op `feitenonderzoek' en er `geen hoor en wederhoor' is toegepast. In het rapport van de commissie, schrijft hij, `gaat het om niet gekwantificeerde en nader uitgewerkte bevindingen en niet narekenbare conclusies'.

Hij schreef ook dat hij nu met de inspecteur-generaal – Herre Kingma – en met de secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid `in gesprek' is over zijn toekomst. Maar in de Volkskrant liet hij gisteren al weten dat hij niet van plan is om zich uit zijn functie te laten zetten. Het is een van de vele problemen die Herre Kingma nu moet oplossen.

Afgelopen maandag liet Herre Kingma in Utrecht een bijeenkomst organiseren om de medewerkers van de Inspectie te vertellen welke maatregelen hij zou nemen om de interne organisatie te verbeteren. Hij zei dat hij het niet gemakkelijk had gevonden om conclusies van de commissie `in ontvangst' te nemen. Hij noemde het `tekortschietende management', het `onvoldoende functionerende college van hoofdinspecteur', het gebrek aan respect `voor de werkvloer'. Hij noemde ook de kritiek die op hem was geuit: ,,De Inspecteur Generaal maakt mensen kopschuw.''

Aan het eind van de bijeenkomst, waar 240 van de ongeveer 400 medewerkers naartoe waren gekomen, vroeg een van de medewerkers of Kingma zich weleens afvroeg waarom er zoveel mensen vertrokken bij de Inspectie. Kingma antwoordde dat hij dacht dat er `grote onvrede' aan ten grondslag lag. ,,Dat probleem bestaat al langer en ik heb dat niet kunnen oplossen.'' De medewerker zei: ,,Nee, u hebt het erger gemaakt.''

In de dagen erna doen medewerkers van de Inspectie – artsen, verpleegkundigen, juristen – wat ze deze zomer ook deden: tegen NRC Handelsblad klagen dat ze er niet op vertrouwen dat er nu echt wat gaat veranderen. Ze vinden dat Kingma afgelopen maandag `holle woorden' gebruikte. Hij sprak van een `robuuste organisatiestructuur', van een `overlegstructuur met positieve wisselwerking'. Hij sprak ook van `wederzijds respect en vertrouwen' en van management dat ondersteunend moest zijn, niet controlerend. Waarom, vragen medewerkers van de Inspectie zich af, maakt Kingma niet eens eindelijk `schoonschip'?

Door de telefoon, gisteravond, zegt Kingma dat hij de verwijten begrijpt, maar niet helemaal terecht vindt. ,,Ik was van de zomer, voordat de klachten naar buiten kwamen, al hard bezig om ze te onderzoeken. Het bleek niet voldoende. Toen heb ik een zware commissie benoemd. Sommige mensen zeiden: te zwaar. Ik zei: het moet toch. Ik had niet gedacht dat er ook over mij zou worden geklaagd. Maar we zijn over de conclusies zeer open geweest. Iedereen was erbij toen ze werden gepresenteerd, ook degenen wie de klachten betrof – op één persoon na dan. Mensen hebben zich kwetsbaar opgesteld.''

Kingma vindt dat de maatregelen die hij nu heeft aangekondigd, onderschat worden. Er komt, zegt hij, een `compact managementteam' waarin de `oude bloedgroepen' binnen de Inspectie er niet meer zullen zijn.

Hij bedoelt de tegenstellingen tussen de verschillende onderdelen van de Inspectie die in 1995 moesten gaan samenwerken. Onder dat `compacte managementteam', zegt Kingma, komt een `sterke programmaleiding' die een moderne Inspectie mogelijk moet maken.

Waarom heeft hij maandag niet gezegd dat hij Lucieer zal ontslaan? Kingma: ,,U hoort mij geen namen noemen. Dat heeft een juridische oorzaak. Ik volg de aanbevelingen van de commissie. Ik spreek met personen en ik trek de zwaarste consequenties uit de adviezen van de commissie. Maar ik maak er geen openbare terechtstelling van.''