'In dit land telt niet wat het volk wil'

George Bush won de verkiezingen en de Democraten likken hun wonden. Hendrik Hertzberg, politiek commentator van The New Yorker, zit met een zware kater. Hij voorspelt een lange hegemonie voor de Republikeinen. Democraten streven naar maatschappelijke verandering, zegt hij, maar Republikeinen vinden Amerika volmaakt zoals het is.

'Bush is de slechtst voorbereide president die ik heb meegemaakt.'

Strijd. Voor meer werk. Voor betaalbare gezondheidszorg voor alle Amerikanen. Voor een schoner milieu. Dat beloofde de Democratische presidentskandidaat John Kerry de Amerikaanse bevolking op 4 november in de rede waarin hij zijn nederlaag tegen George Bush toegaf. Dat klonk redelijk. Wie is er nou niet voor meer werk, goede gezondheidszorg en een schoner milieu? Maar een woord als strijd, meent politiek commentator Hendrik Hertzberg (61), vormt nou net het probleem waarvoor de Democraten zich gesteld zien.

Strijd houdt immers de belofte in van vechten voor een ander, voor een beter Amerika. Maar de Republikeinen scoren juist met de veronderstelling van het tegendeel: Amerika hoeft niet beter, Amerika is af. En vooral: zijn inwoners dienen met rust te worden gelaten. De bevolking bestaat immers uit godvruchtige, vriendelijke, de mouwen opstropende, elkaar de hand reikende mensen. Niet voor niets hield de architect van de Republikeinse overwinning, Karl Rove, George Bush voor dat de overwinning hem niet kon ontgaan als hij drie woorden over het electoraat uitstrooide: faith, family, flag. Dat werkte. Bij de Republikeinen hoef je sinds oud-president Ronald Reagan niet meer aan te komen met gesleutel aan de samenleving: geen social engineering, please, dat is iets voor intellectuelen als Hertzberg die zich in steden aan de Oostkust - laboratoria voor maatschappelijke verandering - hebben verschanst.

Hertzberg: 'Het oppervlakkig ophemelen van het volk, de gedachte dat mensen in het land pretty shrewd zijn en hun eigen boontjes kunnen doppen, dat hun niet moet worden verteld hoe ze hun leven dienen te leiden of hun bestaan anders zouden moeten inrichten, heeft een lange politieke traditie in Amerika. Die traditie gaat terug naar president Andrew Jackson aan het begin van de negentiende eeuw. Ik geloof dat er geen land in Europa is waar de vermeende goede inborst van de gewone man zo is verweven met de politieke cultuur.

De Republikeinen zijn in zeker opzicht de erfgenamen van Jackson.

'Kerry praatte in de campagne voortdurend over plannen voor een nieuw of beter Amerika. Plan zus, plan zo. Republikeinen hebben geen plannen, omdat zij vinden dat er geen problemen zijn. De bevolking is oké, de samenleving is oké. De Democraten hebben het daarom ook moeilijk. Hun politieke verleden is vervlochten met het sceptische liberalism. Zij zijn ervan overtuigd dat Amerika juist wél problemen heeft, op het gebied van de gezondheidszorg bijvoorbeeld. Zij hebben daar ideeën over, dragen oplossingen aan. Dat is een mentaliteit waarbij ik me thuis voel. Tegelijkertijd besef ik dat deze overtuiging moeilijk te verkopen is. Als je politieke tegenstander beweert dat de aard van de bevolking deugt en deze vervolgens koppelt aan weerstand tegen verandering, dan ligt het gevaar op de loer dat je, door voor verandering te pleiten, de indruk wekt niet te geloven in de deugdzaamheid van de doorsnee Amerikaan.'

Scherpzinnig publicist

Hertzberg geldt als een van de scherpzinnigste publicisten in de Verenigde Staten. Hij schrijft politieke commentaren en recensies voor het invloedrijke weekblad The New Yorker. Hertzberg begon zijn loopbaan eind jaren '60 bij een ander weekblad, Newsweek, waarvoor hij de opkomst van Ronald Reagan als gouverneur van Californië versloeg. In de jaren '80 verruilde hij Newsweek voor het progressieve tijdschrift The New Republic. Tussentijds maakte hij een uitstap naar de politiek: in de tweede helft van de jaren '70 trad hij als tekstschrijver in dienst van Jimmy Carter. Twee fragmenten van speeches die hij voor Carter schreef hangen nu, ingelijst en van politiek commentaar voorzien, in zijn kantoor, een piepklein vertrek op de twintigste verdieping van een wolkenkrabber op Times Square in hartje New York. We kijken uit over Manhattan, al ruim dertig jaar doelwit van Republikeinse retoriek. Hier woont en werkt menig kunstenaar, schrijver en intellectueel.

Hier zetelt dus de vijand van de doorsnee Amerikaan? Hertzberg, met luide stem: 'Als dit Amerika niet is, then what the hell is it? Het idee dat New York Amerika niet is, dat Washington en Boston Amerika niet zijn, dat alleen het heartland Amerika is, wat is dat voor onzin? New York en Washington zijn toch geen Europese maar juist zeer Amerikaanse steden? Ik denk dat het heartland maar eens contact moet leggen met de kuststreek, om te weten te komen wat er in Amerika leeft.' Hij lacht, een jongensachtige man met pepergrijs haar en een ziekenfondsbrilletje. Hij gaat achter zijn bureau zitten en plant zijn zwarte laarzen op het tafelblad. Hertzberg is relaxed. Vraagt u maar.

Blues

Drie keer sprak ik met Hendrik Hertzberg; een keer vlak voor de verkiezingen en twee keer erna. Eén gesprek ging niet door: de dag na de overwinning van Bush kreeg hij bijna geen woord uit zijn mond. Hertzberg mompelde iets over 'een hartverscheurende nederlaag, die verschrikkelijk veel pijn deed'. Hij leed, zei hij, 'aan de blues'. Ik moest maar een andere keer terugbellen. Later legde hij uit dat hij die ochtend, zonder iets te zeggen tegen zijn zoon en echtgenote, 'strompelend' het huis had verlaten, op weg naar de radiostudio van National Public Radio in Manhattan. Zijn zwaarmoedige betoog leverde honderden reacties op. Veel luisteraars zeiden dat hij hen had geholpen hun verkiezingsverdriet te verwerken. Een enkele vriend belde met de vraag of het wel goed met hem ging; hij was toch niet levensmoe? Daar leek het inderdaad wel op.

Vóór de verkiezingen had Hertzberg ons gesprek al beëindigd met de woorden: 'Als Kerry verliest, neem ik de telefoon niet meer op. Dan heb ik zelfmoord gepleegd.' We hadden er toen om gelachen, maar op 3 november vroeg ik mij even af of ik het niet te luchtig had opgevat.

Ik wilde Hertzberg spreken vanwege zijn net verschenen boek Politics: Observations and Arguments 1966 - 2004. Het is een genot om te lezen. Van het legendarische popconcert in Woodstock eind jaren '60 tot de mislukte pacificatie in Irak in 2003, Hertzberg schrijft erover in krachtige zinnen, met een laconieke, bijna terloopse stijl van argumenteren. Vijf zinnen in het voorwoord bij het laatste deel, waarin hij het presidentschap van George Bush onder de loep neemt, bleven door mijn hoofd spoken. Dit zijn ze: 'Als hij (George Bush - MdG) wint, zullen verantwoordelijke beschouwers zeggen dat hij de smet van 2000 heeft weggewerkt en dat zijn legitimiteit nu door niemand meer kan worden betwist. Ik zal het daar waarschijnlijk niet mee eens zijn. Na de autogolpe (illegale machtsovername - MdG) wordt een nieuw regime doorgaans bekrachtigd via een volksstemming. íEl presidente, si! Ik verwacht de herverkiezing van Bush in dat licht te beschouwen.'

Hertzberg, nu: 'Wat ik daarmee bedoelde, is dat het land afstevent op een regime met Latijns Amerikaanse trekken, zoals dat van Fujimori destijds in Peru. Niet meteen, niet na deze verkiezingen misschien, maar op den duur. Dat gebeurt geruisloos, zonder bloedvergieten. De illegaliteit zat hem in de verkiezingen van 2000. Zoals ik in mijn boek schrijf: die heeft Bush zich toegeëigend. Het was een naakte powergrab met de hulp van het conservatieve Hooggerechtshof. Vandaar het Spaanse woord autogolpe. Iedereen in Latijns Amerika weet wat het betekent: een coup binnen het bestaande systeem. De grondwet blijft gehandhaafd, de wetten worden nageleefd. En de president heeft de macht gegrepen. Nogmaals: we zijn nog niet zo ver, maar in de toekomst kan het er van komen, misschien over een jaar of tien.'

U zegt dat de Republikeinen het electoraat ervan hebben weten te overtuigen dat Amerika geen problemen heeft, wat blijft er dan voor de Democraten over?

'Het liberalism is nu al enkele decennia op de terugtocht. Ik denk dat dat samenhangt met de starheid van het Amerikaanse politieke systeem. De kern van liberalism bestond uit het signaleren en oplossen van maatschappelijke problemen. Signaleren gaat liberals makkelijk af, oplossen niet. Neem de gezondheidszorg. Iedereen weet dat het daarmee in Amerika beroerd is gesteld. De diagnose wordt gesteld, een oplossing komt er niet. Alle plannen daarvoor sinds de Tweede Wereldoorlog stranden op de roadblocks die in het politieke systeem zijn ingebouwd. Parlementsleden houden een ander zorgstelsel tegen.

'Nu zult u misschien zeggen: de bevolking voelt er blijkbaar niet voor, is er niet klaar voor. Maar dat klopt niet. Uit opiniepeilingen blijkt telkens weer dat een grote meerderheid van de bevolking een betere verzekering tegen ziektekosten wenst dan nu wordt geboden. Helaas is de politiek in dit land zo georganiseerd dat niet telt wat het volk wil, maar wat het systeem weet te produceren. Dat verklaart ook de vervreemding van een deel van de bevolking van de politiek: er worden in Washington geen resultaten geboekt. Tot genoegen van de Republikeinen. Zij bieden de bevolking apolitieke oplossingen: welzijnswerk op religieuze basis, de vrije markt, privé-initiatieven, privé-onderwijs. Amerika gelooft en Amerika werkt. Maar daarmee is er nog steeds geen goede verzekering tegen ziektekosten.

'De vraag is nu: hoe zorg je ervoor dat de starheid van het systeem wordt doorbroken? De Democraten maken alleen een kans als er aan wordt gesleuteld, zodat het wel resultaten gaat opleveren. Helaas zit dat er niet in. De grondwet, het systeem van checks and balances, is onaantastbaar. Het is onderdeel van de ontstaansmythe van Amerika, heilig verklaard. Geen politicus haalt het in zijn hoofd om daaraan te tornen.'

In Amerika heeft deze conservatieve filosofie dus succes. Maar in Irak, schrijft u, is de toepassing ervan mislukt?

'Ik schreef dat het verleidelijk is om te suggereren dat deze regering de opbouw van een redelijk functionerend staatsapparaat in Irak niet tot stand heeft gebracht, omdat zij niet gelooft in een redelijk functionerend staatsapparaat. De ideologen in het Witte Huis, in het Congres en de conservatieve denktanks zijn van mening dat het mechanisme van de regering niet ten dienste moet worden gesteld aan de bevolking. Niet in Washington, niet in Bagdad. De veronderstelling is immers dat de bevolking beter af is als zij voor zichzelf zorgt. Je zou kunnen stellen dat Irak wat dit betreft een themapark is voor conservatieve veronderstellingen, voor conservatief beleid.'

U heeft de opkomst van Reagan verslagen. Bush wordt gezien als diens erfgenaam. Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen?

'Over Reagan denk ik ambivalent. Hij had een complexer karakter en was interessanter dan ik aanvankelijk dacht. Toen ik zijn opkomst voor Newsweek versloeg, beschreef ik hem als een typische country club fool die geen idee had wat er onder de bevolking leefde. Ik zat er dus goed naast.

'Laat ik het als volgt formuleren: zowel Reagan als Bush was onwetend, maar de onnozelheid van Reagan was interessanter dan die van Bush. Reagan was een succes vanaf het moment dat hij een microfoon zag. Hij was meer een aankondiger dan een acteur. Hij had carrière gemaakt voordat hij politicus werd, was al zeker van zichzelf voordat hij de politiek in ging. Hij had daardoor ook het vermogen van zijn conservatieve achterban weg te lopen. De toenadering tot Michael Gorbatsjov en de Sovjet-Unie beviel zijn conservatieve vleugel totaal niet, maar Reagan deed het toch. Tot dergelijke ouvertures acht ik Bush niet in staat.

'Bush is de slechtst voorbereide president die ik in mijn leven heb meegemaakt. Dat verklaart volgens mij ook een deel van zijn godsdienstmanie. Die is een schild tegen zijn angsten en nervositeit. Bush doet mij denken aan de mislukte jonge zoon van een Britse lord die door zijn vader naar een van de koloniën is gestuurd, zodat hij in eigen land geen brokken meer kan maken. Vergeet niet dat niet George maar zijn broer Jeb (de huidige gouverneur van Florida - MdG) voorbestemd was om president te worden.

'Ik was net zo verrast als iedereen dat Bush zich zo duidelijk als rechts politicus heeft geprofileerd. Dat profiel wordt overigens in zeker even grote mate bepaald door zijn afkeuren als door zijn overtuigingen. Hij heeft zich zijn hele volwassen leven afgezet: tegen hippies, tegen docenten tijdens zijn studiejaren aan de universiteit van Yale, tegen journalisten en schrijvers als ik, tegen zijn vader die hem onderschatte en vooral tegen sommige collega's en politieke vrienden van zijn vader die tot het Republikeinse establishment behoorden, omdat die hem nooit serieus namen.'

Chicken hawk

In een van uw stukken, over de oorlog in Vietnam, noemt u Dan Quayle, de vice-president van George Bush sr., een chicken hawk. Quayle was een fanatiek voorstander van de oorlog in Vietnam, maar hij probeerde zich daar tijdens de dienstplicht aan te onttrekken. Geldt dat ook voor Bush jr.?

'Daar heeft u zeker gelijk in. In mijn boek schrijf ik dat er destijds voor dienstplichtigen twee eerbiedwaardige keuzes waren: je diende en ging naar Vietnam, of je weigerde dienst en riskeerde daarmee gevangenisstraf. Bush was in theorie helemaal voor de oorlog, maar hij was allesbehalve bereid to get his ass shot off. Daarin was hij overigens niet uitzonderlijk. En het was ook niet helemaal oneerbaar om je land in de nationale garde te dienen. Maar één ding wil ik toch stellen: Bush had makkelijk praten.

'Vice-president Cheney was overigens zeker zo erg. Hij beroept zich nu op 'andere prioriteiten' die hij destijds had, waardoor hij vijf keer ontheffing van dienstplicht aanvroeg. Twee van die ontheffingen zijn interessant. Hij trouwde toen hij vernam dat echtparen niet zouden worden opgeroepen. En hij produceerde een kind nadat de maatregel was aangescherpt: alleen echtparen met kinderen kwamen nog onder de dienstplicht uit. Negen maanden en enkele dagen later was het zo ver: de Cheney's hadden een baby. De oorlog was voor hen een krachtig afrodisiacum.'

Was u verbaasd over de rol die Vietnam in de campagne speelde?

'Nee. Voor generatiegenoten van Bush en Kerry was dit een definiërend issue. Ik vind het niet vreemd als daar dan in de campagne over wordt gedebatteerd. Wat volgens mij dringend aan jongeren moet worden uitgelegd, is dat er een groot verschil is tussen degenen die zich tussen 1963 en 1966 voor militaire dienst meldden, zoals John Kerry, en degenen die tussen 1967 en 1970 werden opgeroepen, zoals George Bush. Kerry is maar enkele jaren ouder dan Bush, maar hij behoorde tot de generatie voor wie het vanzelfsprekend was dat je diende. Hij staat wat dat betreft dichter bij de vader van de huidige president. Toen Bush jr. in dienst moest, in de tweede helft van de jaren '60, was de stemming in het land omgeslagen. Er heerste wijdverbreid cynisme jegens de oorlog. Het was niet meer vanzelfsprekend dat je ging: je wist wat je daar te wachten stond en de bevolking in eigen land steunde je niet langer. Dat Bush voor een uitweg koos was dus te begrijpen. Alleen zijn oorlogsretoriek is problematisch.

'Wat Kerry betreft: ik heb onlangs de documentaire Going Upriver gezien, waarin zijn oorlogsavonturen een belangrijke rol spelen, zowel zijn deelname aan de strijd als zijn latere protest tegen de oorlog. Ik vond het opvallend hoe overtuigend en energiek hij destijds klonk, en hoe bezadigd en voorzichtig zijn campagne nu was.'

Uit het dal

Een week na de verkiezingen is Hertzberg uit zijn blues geklommen. Hij wil mij weer te woord staan. Eerst maar wat rechtzetten: 'Het systeem van checks and balances', zegt hij, 'is gebroken. Ik had het niet voor mogelijk gehouden, maar ik denk nu dat de conservatieven over een langdurige meerderheid zullen beschikken in het Huis van Afgevaardigden, de Senaat en het Hooggerechtshof. En Bush blijft president. Republikeinen hebben dus alle bestuursorganen in hun macht. De gevolgen laten zich raden: zij zullen deze niet gebruiken om nieuw beleid te maken, maar om de verzorgingsstaat verder af te breken. Dit waren de belangrijkste verkiezingen in dertig jaar, misschien nog wel langer.

De Republikeinen hebben geen landslide behaald, maar hun meerderheid van 51 tegen 48 procent geeft ze grote macht.'

Ik confronteer Hertzberg met een citaat van Newt Gingrich, de voormalige Republikeinse leider van het Huis van Afgevaardigden die de afgelopen vier jaar optrad als defensieadviseur van George Bush. Enkele dagen na de verkiezingen zei Gingrich: 'De belangrijkste thema's van deze president vallen samen met het concept van een centrum-rechtse regeringsmeerderheid.

Als je terugdenkt aan John Kerry als ganzenjager, John Kerry als misdienaar en John Kerry de verdediger van Amerika, dan is duidelijk dat je deze campagne alleen vanuit een centrum-rechts standpunt kon winnen.'

Bedoelt Gingrich dat Kerry, een liefhebber van wijn die vloeiend Frans spreekt, zich in bochten moest wringen om de gunst van het overwegend rechtse electoraat te bemachtigen?

'De Republikeinse partij is momenteel homogener dan de Democraten', zegt Hertzberg. 'Dat is voor een aanzienlijk deel aan Gingrich te danken. Hij hamerde er begin jaren '90 bij partijgenoten op dat ze één ideologische taal moesten spreken, waarbij de Democraten werden weggezet als vijand van Amerika. De achterliggende gedachte was: je hebt Amerikanen en je hebt liberals. Dat voornemen is consequent uitgevoerd en heeft de Democraten veel schade berokkend. De invloed van Gingrich is veel groter gebleken dan na het mislukken van zijn actieve loopbaan in de politiek in 1998 is verondersteld.

'Zijn persoonlijkheid zat hem in de weg, en tactisch opereerde hij niet gelukkig. Daardoor leek het alsof Bill Clinton hem de baas was. Maar na zijn vertrek hebben we Gingrich-isme zonder Gingrich. Zijn strategie is nog springlevend. Niet alleen de Democraten hebben daaronder te lijden. De Republikeinen zijn in tien jaar veranderd in een ideologische partij naar de geest van Gingrich, waarbij de gematigde vleugel zwaar in de verdediging is gedrukt. Het politieke landschap is grondig veranderd.'

Wat vindt u van de christelijke conservatieven, die Bush aan een tweede termijn hebben geholpen? Hoe schat u hun kracht in?

'Ik ben verbluft dat een aanzienlijk deel van de bevolking er zo'n kinderlijk geloof op nahoudt. Maar los daarvan zijn er enkele fascinerende en urgente vragen over te stellen. Hoe serieus is hun geloof in de naderende terugkeer van Christus op aarde? Waarom denken ze dat? Is hun pathologie het spiegelbeeld van die van de fundamentalistische islamisten, of anders? Zijn zij, net als die islamisten, op den duur bereid om hun doel te verwezenlijken door zichzelf op te blazen? Of willen ze grover geschut in stelling brengen, bijvoorbeeld door hele regio's met de grond gelijk te maken? Ik weet zeker dat die gedachte leeft: We'll wipe them out, dat zal ze een lesje leren.' Hij is even stil. Dan: 'Ronald Reagan dacht al na over het einde der tijden, maar bij hem droeg Armageddon een smiley face. In tegenstelling tot Bush hoefde hij niet bekeerd te worden. Zijn ideeën waren een stuk minder grimmig.'

In zijn commentaar na de verkiezingen schrijft Hertzberg in The New Yorker dat niet de oorlog in Irak of de strijd tegen het terrorisme, maar morele waarden de doorslag hebben gegeven bij de overwinning van Bush. Veel kiezers, constateert hij, gaven meer om de ziel van de president dan om zijn beleid.

Op welke wijze gaat Bush christelijk rechts bedanken voor hun steun?

Hertzberg, fel: 'Dat constitutionele amendement om het homohuwelijk te verbieden komt er niet. Maar, aan de andere kant, je moet ook stellen dat de homobeweging dit thema verkeerd heeft ingeschat. De activisten onder hen hebben het laten escaleren door aan te dringen op de legalisering van het homohuwelijk. Niet alleen christelijk rechts maar ook veel culturele conservatieven vonden dat deze homo's te ver gingen in hun eisen. Dat heeft electoraal als een boemerang tegen ze gewerkt. En nu zijn ze gedemoraliseerd.

'En wat abortus betreft: het zou kunnen dat het Hooggerechtshof het federale recht daarop afschaft. Maar als dat gebeurt hoeft dat nog geen ramp te zijn. Het is dan aan de individuele staten om daarover te beslissen. Veel staten zullen het wel uit hun hoofd laten om het recht op abortus de nek om te draaien. Dat zou tot een storm van protest leiden. Dat laten de activisten nooit toe.'

Menno de Galan werkt voor het actualiteitenprogramma NOVA. Hij schrijft regelmatig voor M.

Kirsten Thoen is fotograaf te New York.

[streamers]

'Republikeinen hebben geen plannen, omdat zij vinden dat er geen problemen zijn.

De bevolking is oké, de samenleving is oké.

'Het land stevent af op een regime met Latijns Amerikaanse trekken, zoals dat van Fujimori destijds in Peru.'

'Als New York Amerika niet is, then what the hell is it?'

'De Republikeinse partij is momenteel homogener dan de Democraten.'

'Bij Ronald Reagan droeg Armageddon een smiley face.'