Einsteins Maschinchen

BEHALVE de Einstein van de baanbrekende theorie is er ook de Einstein van het bescheiden experiment. Daar zag het aanvankelijk niet naar uit. Tijdens zijn studie aan het Polytechnikum in Zürich viel de jonge Einstein meer op door zijn eigenzinnig gedrag dan dat hij puntgave practicumverslagen inleverde. Toen het na zijn afstuderen met academisch onderdak niet wilde vlotten, stuurde Einstein april 1901 zelfs een kaartje naar Kamerlingh Onnes. Of de Leidse hoogleraar experimentele fysica, drijvende kracht achter een koudelaboratorium, soms een assistent zocht. Die zocht hij zeker, maar het feit dat de antwoordenvelop die Einstein bijsloot in de archieven van Museum Boerhaave verzeilde, doet vrezen dat Onnes in die snuiter uit Milaan weinig fiducie had. Einstein werd kort daarop klerk derde klasse op een patentbureau in Bern.

Later zou het tussen Einstein en Leiden toch nog goedkomen. Dat kwam vooral door Lorentz, voor wie Einstein als theoretisch fysicus én mens grote bewondering koesterde en die een van de wegbereiders was van de speciale relativiteitstheorie. Februari 1911 kwam Einstein, bijna hoogleraar in Praag, op uitnodiging van studenten naar Leiden om een lezing te geven. Bij die gelegenheid sloot hij vriendschap met Onnes en er groeide zo'n hechte band dat Onnes, Lorentz en Ehrenfest (in 1912 Lorentz' opvolger) gedaan wisten te krijgen dat Einstein vanaf 1920 regelmatig voor een paar weken naar Leiden kwam – een komeetachtig bestaan als bijzonder hoogleraar dat hem zeer aansprak. Graag had Lorentz gezien dat Einstein hem in 1912 had opgevolgd, maar hij benaderde zijn vriend en collega zo omzichtig dat deze de wenk niet doorzag en op een aanbod uit Zürich inging.

Aan de vooravond van 2005, een eeuw na Einsteins annus mirabilis, heeft Museum Boerhaave een kleine tentoonstelling ingericht die getuigt van de nauwe banden die Einstein met Nederland, Leiden in het bijzonder, onderhield. In Einstein & Nederland, samengesteld door Ad Maas en tot 20 maart te zien in de foyer, ligt de nadruk niet op brieven, publicaties of ander geestelijk vertoon maar op materiële objecten uit de weerbarstige wereld der experimentele natuurkunde. Einstein was geïnteresseerd in proeven en instrumenten en zelfs kwam het voor dat hij de handen uit de mouwen stak.

Zo liet hij in 1915 als gast op het Physikalisch-Technische Reichsanstalt in Berlijn samen met Wander Johannes de Haas (een leerling van Kamerlingh Onnes) via een elegant experiment zien dat het magnetisme van atomen komt door ronddraaiende lading (zie ook W&O, 18 sept). In de jaren twintig ontwierp Einstein samen met zijn vriend Hermann Anschütz-Kaempfe een gyrokompas dat in de (militaire) scheepvaart breed toepassing vond. En de jaren 1907-1910 stak hij, samen met Paul en Conrad Habicht, veel tijd en energie in de ontwikkeling en bouw van een Maschinchen om kleine elektrische ladingen te registreren.

Dat laatste apparaat, een rij in serie geschakelde roterende condensatoren, was bedoeld om de Brownse beweging experimenteel aan te tonen en de equivalentie van massa en energie (E=mc²) te verifiëren. Er resteren, voor zover bekend, nog drie exemplaren, waarvan een in Museum Boerhaave. Dit voorjaar ontdekte Maas dat het instrument (formaat frituurpan) al tientallen jaren in het depot stond en rond 1912 aangeschaft moet zijn door de Amsterdamse hoogleraar Pieter Zeeman. Of het ooit gefunctioneerd heeft, is twijfelachtig: het Maschinchen, door Einstein betiteld als `meine selbstzusammengepfutschte Herrlichkeit', kampte met storingen die het zelf opwekte. Financieel wijzer werd hij niet van het project: andere typen elektrometers overvleugelden het Maschinchen al snel.

Einstein & Nederland toont een aantal instrumenten die al dan niet zijdelings met Einstein in verband staan. Behalve het Maschinchen en de opstelling voor het Einstein-De Haaseffect is dat een prototype van een camera voor röntgenopnames van kristalpoeders, een idee van Peter Debije uit 1910. Einstein zegde het project steun toe, maar de Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten. Ook staat in Museum Boerhaave een Utrechtse microfotometer waarmee V.A. Julius rond 1910 het zonnespectrum opmat. Uitvoerige correspondeerde hij met Einstein over de uitkomsten – Julius wilde zijn (onhoudbare) zonnetheorie schragen, Einstein zocht de roodverschuiving in de spectraallijnen die zijn speciale relativiteitstheorie voorspelde. Een wat vreemde eend in de bijt is de robuuste Armstrong-stoomelektriseermachine, in 1944 beschadigd bij het bombardement dat de toenmalige locatie van Museum Boerhaave trof.

Ter verluchtiging van dit experimenteel vertoon dienen hoogleraarsportretten (afkomstig uit de Senaatskamer van het Academiegebouw), tekeningen, brieven, geschriften en foto's. Neothomist Dr. W. Tombrock is aanwezig met zijn pamflet De fout van Einstein, op de handtekeningenwand uit huize Ehrenfest is Einstein meervoudig present en er ligt een artikel van de De Sitter over het uitdijende heelal (waarover de Leidse astronoom met Einstein correspondeerde). De zilveren schaal met gegraveerde handtekeningen die het Institut Solvay (van de beroemde Brusselse conferenties) in 1925 Lorentz cadeau deed voor zijn gouden doctoraat is misplaatst: Einstein had met dat bestuur niets te maken.

Maar het meest tot de verbeelding spreekt toch het Maschinchen. In dat instrument gaat een Einstein schuil die weinigen kennen: knutselaar, uit op een bijverdienste, feilbaar, mens. `Schön wars, auch wenn nichts Brauchbares herausgekommen ist', schreef Einstein naar Paul Habicht toen in 1948 broer Conrad overleed. Het maakt het grofstoffelijke Einstein & Nederland tot een tedere tentoonstelling.

tentoonstelling: einstein & nederland. museum boerhaave, lange st. Agnietenstraat 10, leiden. T/m 20 maart 2005.

toegang €6,-. www.museumboerhaave.nl