Een plein vol zingende mensen in de sneeuw: Hoe mooi een revolutie er uit kan zien

Oekraïne is nog maar dertien jaar onafhankelijk, maar inmiddels uitgegroeid tot een volwassen natie die vecht voor zijn toekomst, tegen zijn verleden. Europa heeft dit pas laat in de gaten gekregen.

Sinds vorige week heeft het Oekraïense woord voor `stadsplein', Maidan, een nieuwe betekenis gekregen. Nu meer dan een miljoen mensen al een week lang dag en nacht in de sneeuw en de ijzige kou op en rond Maidan Nezalezjnosti – het Plein van de Onafhankelijkheid in Kiev – staan, en honderdduizenden in andere plaatsen en steden overal in het land, is `Maidan' de naam geworden voor een nieuw personage in de geschiedenis; een personage dat het wereldtoneel heeft betreden in een land dat in het Westen eigenlijk altijd is beschouwd als een `grijze zone' die nauwelijks te onderscheiden valt van Rusland. Of zelfs als de achtertuin voor de zogenaamd redelijke belangen van Poetin, de lieveling van zovele Europese leiders.

Dat in deze `achtertuin' een rijpe natie van 48 miljoen mensen leeft die weleens haar eigen belangen zou kunnen hebben, lijkt bij het grootste deel van de Europese Unie als een cultuurschok te zijn aangekomen. Het gaat hier om een bevolking die – volgens een taxichauffeur die mij donderdagavond, zoals ze dezer dagen allemaal doen, een gratis lift gaf – merendeels klaarstaat ,,om een guerrillaoorlog te beginnen'' als de usurpators, die Poetin zo schaamteloos steunt, het recht van het land op een democratische keus blijven schenden.

De interviews die ik afgelopen week aan westerse media heb gegeven, zijn stuk voor stuk uitgelopen op colleges over de Oekraïense cultuur, geschiedenis, tradities van democratische verkiezingen die teruggaan tot de zeventiende eeuw, en ga zo maar door. Als je daar helemaal niets van afweet, is moeilijk te bevatten hoe het bijvoorbeeld mogelijk is dat tijdens een gigantische manifestatie die nu al ruim tien etmalen lang dag en nacht doorgaat – waarbij tienduizenden mensen de nacht doorbrengen in honderden tenten langs de Chresjtsjatykstraat – niet één keer orde de orde is verstoord.

De politie die – afgezien dan van het ministerie, dat hoe dan ook verdwenen lijkt – nu aan de kant van het volk staat, heeft niets anders te doen dan de demonstranten te helpen met houthakken om 's avonds vuren te kunnen stoken, en in te stemmen met het massale gezang. En er wórdt wat afgezongen – en gelachen, spreekkoren aangeheven, getetterd en getoeterd; er worden geïmproviseerde `oranje' voorstellingen gegeven, maar allesoverheersend zijn de warmte en de liefde die uit honderdduizenden ogen stralen. Welkom in dit onontdekte land – al was het maar om te zien hoe mooi een revolutie eruit kan zien.

Maidan staat voor de pasgeboren, bruisende Oekraïense civil society in actie. Heel Kiev brengt eten, geneesmiddelen en warme kleren. De inwoners staan in de rij om onderdak aan te bieden voor de mensen die uit het hele land aankomen, uit oost en west, noord en zuid. Cafés schenken gratis koffie en thee, restaurants leveren gratis warm eten aan de bewoners van de tenten, fitnesscentra en sauna's stellen gratis hun douches ter beschikking. Naast de activiteiten die worden georganiseerd vanuit het hoofdkwartier van de oppositie (dat nu `Comité voor Nationale Redding' wordt genoemd), heeft de Oekraïense bevolking haar eigen `tweede front' geopend.

In zekere zin ís al een `guerrillaleger' actief – vreedzaam maar onoverwinnelijk. De bewakers die in kordons rond de gebouwen van de overheid en de president staan, hebben een week lang dankbaar bloemen, koffie en sandwiches van de demonstranten aangenomen, en daarbij stilzwijgend het bevel geboycot om president Koetsjma en premier Janoekovitsj door de dichte menigte heen toegang te verschaffen tot de gebouwen.

Ook is het de autoriteiten niet gelukt botsingen uit te lokken tussen de twee `oorlogvoerende partijen', die zogenaamd het oosten (Janoekovitsj) en het westen (Joesjtsjenko) vertegenwoordigen, hoewel de campagne van Janoekovitsj zich toch maandenlang veel moeite heeft getroost om die spanning op te stoken. Duizenden gedesoriënteerde `aanhangers van Janoekovitsj', die tegen bedragen van 30 tot 250 dollar – een enorme smak geld voor een arme mijnwerker uit de regio Donetsk, het ooit door Janoekovitsj bestuurde onzalige `werkkamp van Oekraïne!' – in het arme zuiden en oosten zijn geworven, gaan, nadat zij onder leiding van hun plaatselijke autoriteiten in groepen in Kiev zijn aangekomen, eenvoudig op in de onafzienbare `oranje zee'.

Zij zijn warm onthaald door de demonstranten, gevoed, en gul op de hoogte gebracht van wat in het land eigenlijk gaande is. Met als gevolg dat velen van de geschokte `gemobiliseerden', na een dag of twee in Kiev op straat te hebben doorgebracht, zijn `gedeserteerd' en zich bij de demonstranten hebben aangesloten. (Onder de mensen die als `aanhangers van Janoekovitsj' in allerijl naar Kiev zijn gebracht bevindt zich nóg een categorie: gewone criminelen; maar die lijken het uitje alleen maar te hebben opgevat als een goede gelegenheid om het op een zuipen te zetten, en zij hebben nog geen enkele ordeverstoring veroorzaakt.)

Maidan heeft zich dus weten te beschermen, en dat met niets anders dan bloemen en vrolijke gezichten. En dus gelooft hij nog steeds dat hij ook de geschonden constitutie van het land zal kunnen beschermen. ,,De liefde zal zegevieren!'' is één van de opschriften die je op auto's en muren veel tegenkomt. Iedere ochtend begint hier met een gebed, met de mis, die op een podium in de open lucht wordt opgedragen door priesters van verschillende Oekraïense kerken. Honderdduizenden bidden God om vrijheid voor Oekraïne.

Zes van de meest vooraanstaande christelijke leiders van Oekraïne hebben een petitie gestuurd aan president Koetsjma met het verzoek ,,de geschonden rechten van het Oekraïense volk te respecteren''. Maar aangezien de post-sovjetelite dergelijke taal absoluut niet verstaat, koester ik de hoop dat God eerder van zich zal laten horen.

Ja, zo simpel is het: Maidan is het volk. De speler waarmee noch Koetsjma noch Janoekovitsj ooit serieus rekening heeft gehouden. En nog het minst van allemaal Poetin – de sterkste steunpilaar van die andere twee, die onder het mom van presidentverkiezingen een coup tegen de constitutie op touw hebben gezet. Daar kampen alle autoritaire heersers mee: doordat zij de voeling met hun volk verliezen, weten zij nooit echt over wie zij regeren. Zij zien het volk als miljoenen ondergeschikten die met de onbeperkte middelen van de staat gemakkelijk te manipuleren zijn – de basistechnieken daarvoor zijn lang geleden door Orwell beschreven in zijn boek `1984'. Maar wat in de vorige eeuw een `totalitaire staat' heette, lijkt nu op te treden onder het subtiele pseudoniem `geleide democratie'.

In Rusland lijkt het te werken. Maar geen van de zorgvuldig uitgedokterde scenario's die de honderden Russische spin doctors naar Kiev hadden meegebracht om de vier maanden durende zwarte komedie van de `presidentsverkiezingen' te regisseren, heeft in Oekraïne gewerkt.

Wat de overwinning van Joesjtsjenko op de pogingen om de verkiezingen te kapen zo bijzonder maakt, is dat die overwinning niet zonder meer als zijn werk mag worden opgevat. Zij is boven alles een overwinning voor miljoenen gewone mensen die maandenlang hun rechten hebben verdedigd tegen het gezag.

In de eerste plaats om de waarheid over de twee voornaamste kandidaten te weten te komen – de samizdat is terug: de mensen met een internetverbinding hebben op eigen houtje informatie geprint en verspreid. In de tweede plaats om te stemmen, wat miljoenen niet konden doen wegens geheimzinnige `onregelmatigheden' in de kiezerslijsten – de mensen drongen van tevoren de stembureaus binnen om de lijsten te controleren, en op de dag van de verkiezingen de rechtbanken. Ten derde om hun stemmen te laten tellen: in het hele land belden mensen alarmlijnen om overtredingen te melden, die zij met foto's documenteerden; en zij postten op de avond van de verkiezingen bij de stembureaus totdat de protocollen van de plaatselijke kiescomités naar buiten werden gebracht en aan hen getoond.

Als gevolg van deze langdurige, spannende `guerrillaoorlog' is Joesjtsjenko nu een symbool geworden dat een natie verenigt die streeft naar een democratische toekomst. Een symbool van een natie die het zootje oude sovjetbureaucraten en stromannen van het Kremlin, die in de dertien jaar die Oekraïne nu onafhankelijk is tot ordinaire schurken geworden zijn, sinds lang is ontgroeid.

Wel heel beledigend is dat wij de werkelijke uitslag van de verkiezingen nooit zullen achterhalen. Niet alleen is één kandidaat zijn overwinning ontstolen – ons is ook de kans ontstolen om uit die cijfers nu eens werkelijk onszelf als natie te leren kennen. De koortsachtige activiteiten die vanaf de straat zichtbaar zijn in het gebouw waar de president zetelt, betekenen zonder twijfel dat belangrijke gegevens worden vernietigd – men zegt dat op de binnenplaats dozen vol papieren worden verbrand.

Volgens geruchten die te talrijk zijn om te kunnen worden genegeerd wordt het gebouw sinds afgelopen maandag bewaakt door de Russische veiligheidsdienst – blijkbaar hebben de in diskrediet geraakte Oekraïense leiders nauwelijks meer andere bajonetten om op te zitten dan die van Poetin.

Met dit alles wil ik niet zeggen dat Janoekovitsj helemaal geen kiezers achter zich heeft buiten de gevangenissen en de psychiatrische inrichtingen (die allebei voor 100 procent op hem hebben gestemd!). Die heeft hij heus wel, vooral in het oosten en het zuiden, waar de mensen lange tijd geen andere informatie hebben kunnen krijgen dan wat de plaatselijke autoriteiten hun voorschotelden – en die informatie was duidelijk gemodelleerd naar de oude voorbeelden uit de Koude Oorlog, of zelfs naar de propaganda van Goebbels. Zij leven merendeels nog altijd, tamelijk apathisch, in een soort USSR, en stemmen zoals hun bazen voorschrijven.

Niemand kan zich in zijn wildste dromen voorstellen dat die mensen op eigen gezag uit politieke motieven in grote aantallen de straat op zouden gaan, want het hele idee van eigen initiatief in plaats van opdrachten `van bovenaf' is hun nog altijd vreemd. Paradoxaal genoeg hebben zij deze kijk op de zaken gemeen met hun bestuurders. Dat wordt wel het `gijzelaarssyndroom' genoemd: na een tijdje gaan gijzelaars zich identificeren met de mensen die hen gevangen houden.

Als Oekraïne `gespleten' mag heten, dan is dat niet – zoals de scenarioschrijvers van de campagne voor Janoekovitsj sinds lang Oekraïne en de wereld hebben proberen wijs te maken – langs geografische, taalkundige of religieuze lijnen, maar op een veel subtielere manier: niet `in de ruimte' maar `in de tijd'.

Aan de ene kant staat een pasgeboren, levenskrachtige Oekraïense politieke natie, die de uitslag van de frauduleuze verkiezingen nooit zal accepteren en die het vooruitzicht van een president met twee gevangenisstraffen op zijn conto en vijftien spelfouten in zijn cv een ondraaglijke nationale vernedering vindt – de ultieme uiting van de minachting die het scheidende regime zo lang jegens zijn volk heeft getoond.

Aan de andere kant staan de mensen die om verschillende redenen nog als expats in het totalitaire sovjetverleden leven – dat overigens wel is gereduceerd tot het territorium van een vervallen kolenmijn –, en die zich helemaal geen ander verzet tegen het gezag kunnen voorstellen dan zachtjes te mopperen.

Die laatste groep vormt geen werkelijk gevaar voor de democratische opstand in Oekraïne. Zij vormt geen meerderheid van de bevolking, behalve in de regio Donetsk – een volkomen door de maffia beheerst Oekraïens Palermo – en zij mist het vermogen om zich te organiseren. Maar er zijn ook mensen die nog aan de macht zijn, die als bezetenen die bevolkingsgroep proberen te organiseren, en op te zetten tegen de `oranje'-demonstraties in Donetsk en Loegansk.

Nu het de criminele klasse niet is gelukt het land te veroveren, probeert zij wanhopig haar laatste toevluchtsoord in haar greep te houden: `het autonome Donbass', dat zeer onlangs door de plaatselijke gouverneur is uitgeroepen. En Poetin stuurt een gezant, burgemeester Loezjkov van Moskou, om dat project brutaalweg te verwelkomen.

,,Poetin zal al het mogelijke doen om je in zijn greep te houden'', zei een Russische collega vorige week ernstig over de telefoon. ,,En dan bedoel ik echt alles. Hij zal je in een ijzeren greep houden tot het einde toe.''

Dat deed me denken aan iets wat we eerder Viktor Janoekovitsj hadden horen zeggen. Een week voor de tweede verkiezingsronde richtte hij zich op de televisie tot Joesjtsjenko met een verklaring die voor het eerst klonk als een openlijk dreigement: ,,De nieuwe macht is al gearriveerd, en u zult ons er niet uit drukken!'' (En dat aan de vooravond van `democratische verkiezingen'!) Voor een keertje was hij tenminste eerlijk, al was hij niet echt origineel.

Poetin had al eerder ,,wij komen aan de macht!'' gezegd, in zijn toespraak op de officiële viering van de Russische Tsjekistendag. In dat verband hoef je eigenlijk niet meer te twijfelen wie bedoeld worden met ,,wij''. Ik vraag me af wat Schröder ervan zou denken om het voorbeeld van zijn gevierde vriend na te volgen en in Duitsland een feestelijke `Gestapodag' in te stellen.

Voor mijn nieuwe roman, die deels in de jaren veertig van de twintigste eeuw speelt, heb ik mij verdiept in de tactiek van de geheime dienst NKVD-KGB tegen de bevolking van de gebieden die de Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog heeft geannexeerd. Het geeft werkelijk een akelig déjà vu gevoel om te zien hoe veel van die middelen tijdens de verkiezingscampagne en de nasleep daarvan weer in zwang bleken te zijn – van schaamteloze stalinistische propaganda die de misdrijven van het regime aan de andere partij toeschreef, en troepen vermomde criminelen die werden ingezet om de bevolking te terroriseren, tot demonisering van de oppositie, en stembiljetten die werden ingevuld met `verdwijnende inkt'. `Zij' komen inderdaad terug – ze zíjn er al, ze staan voor de deur.

In de Goelag bestuurde de NKVD de barakken door middel van informanten, die uit criminele kringen werden gerekruteerd. Het project van een herstelde USSR, met de hoogste bestuurder in het Kremlin en zijn informant aan het hoofd van een 48 miljoen man sterke barak `Oekraïne' op de hoge heuvels van Kiev, klinkt misschien als een orwelliaans verzinsel, maar dat is het niet.

Janoekovitsj, de representant van de `Donetsk-kameraden', een criminele zakenclan die nauwe banden onderhoudt met een soortgelijke maffia in Rusland, was de ideale kandidaat voor zo'n positie in Oekraïne. Hij moet veel te danken hebben aan de KGB – in de sovjettijd zou de astronomische carrière die hij heeft gemaakt nadat hij tweemaal in hechtenis had gezeten (voor beroving en mishandeling) ondenkbaar zijn geweest zonder de machtige hand van de KGB. Janoekovitsj' gevangenisdossier wordt in Moskou bewaard en daardoor kan Poetin met hem doen wat hij wil.

Een extra voordeel is nog dat naast de `Oekraïne van Janoekovitsj' naar het model van het huidige Donetsk, Poetins eigen `geleide democratie' in Rusland in westerse ogen zo'n beetje zou afsteken als het Athene van Pericles.

Koetsjma en Poetin hadden het voor elkaar. Maar de speler die dat uitgekiende spel heeft verstoord was Maidan – en tientallen kleinere Maidans in het hele land, die een triomfantelijk `Joe-sjtsjen-ko' scanderen.

Behalve Donetsk.

Het kan gebeuren dat bloed vloeit op het centrale plein. Zondag en maandag hebben troepen in zwart leer gestoken skinheads een dappere groep `oranje' burgers van Donetsk in elkaar geslagen die de moed hadden om in hun eigen stad de straat op te gaan om te betuigen dat Donetsk niet één groot huis van bewaring is. De demonstratie eindigde ermee dat tientallen gewonden hulpeloos in de sneeuw lagen en dat de plaatselijke televisie hen verontwaardigd aan de kaak stelde als ,,westerse invallers die de verkiezingen hebben verdraaid ten gunste van de bandiet Joesjtsjenko, die het volk van Donetsk in Amerikaanse slavernij wil brengen''.

Waar doet dat ook alweer aan denken? Aan 1933 misschien, de `Beierse kameraden'? Of 1937, toen vadertje Stalin het had over ,,imperialistische agenten die als dolle honden moeten worden neergeknald''.

Ja, ze komen. En wij moeten hen `eruitdrukken', op een vreedzame, legale, beschaafde manier. Stap voor stap. Bloemen tegen knuppels. Een vriendelijke lach tegen een geweer. Ten slotte zijn het niet de geweren die schieten, maar de mensen. En met mensen kun je altijd praten – daarin gelooft Maidan nog altijd.

Wij hebben het allemaal meegemaakt – dat miljoenen stierven in de door mensenhand veroorzaakte hongersnood van 1933, dat nog eens miljoenen stierven in de loop van tientallen jaren Goelag, dat tienduizenden gevangen zaten in de betrekkelijk `vredige' tijd van Brezjnev, dat toen de USSR eindelijk bezweek, het wezen van de natie op sterven na dood leek te zijn.

In de loop van generaties zijn wij, de natie van doorzetters, zo gehard dat wij het gevaar kunnen onderkennen voor het te laat is. En in de dertien jaar van onze onafhankelijkheid – al was die nog zo beperkt – zijn wij opgegroeid tot een volwassen politieke natie. ,,Ik ben trots dat ik een Oekraïener ben.'' Dat heb ik dezer dagen vaak horen zeggen door mensen van uiteenlopende etnische achtergrond: joden, Russen, Hongaren. Door studenten, buschauffeurs, politieagenten, winkelpersoneel, journalisten en juristen. Voor het eerst in de moderne geschiedenis zijn wij nu allen gewoon Oekraïeners, die zich aaneensluiten voor de toekomst van ons land. Niet voor het verleden.

Dichter en schrijver. Zij werkt aan het Instituut voor Filosofie in Kiev en publiceert regelmatig over literaire en politieke zaken in verschillende Oekraïnse bladen. Zabuzhko schreef dit stuk op verzoek van NRC Handelsblad.