DE MARXISTISCHE ZONNEKONING

Sinds de val van Saddam Hussein bestaat de As van het Kwaad nog uit Iran en Noord-Korea. In de communistische heilstaat regeert Kim Jong II met ijzeren vuist.

Pyongyang experimenteert met kernwapens, tienduizenden burgers zitten in vernietigingskampen en de bevolking lijdt honger. Maar de laatste weken nemen de geruchten over een machtsstrijd toe. Deze maand verschijnt Rogue State van de journalist Jasper Becker. Een voorpublicatie.

In de halve eeuw dat hij als een god over Noord-Korea heerste, had Kim II Sung vele paleizen voor zichzelf laten bouwen, maar zijn favoriete buitenhuis lag te midden van frisse dennenbossen in de Myohyang-bergen. In de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang, een paar uur verderop in de vlakte gelegen, kon het 's zomers warm en benauwd zijn, maar de berglucht was koel en droog. Daar zou de Grote Leider zijn gast Kim Young Sam, de president van Zuid-Korea, verwelkomen, en hij wilde zijn vertrekken persoonlijk inspecteren.

Het bezoek moest een keerpunt worden in de geschiedenis van het Koreaanse schiereiland, dat wankelde op de rand van een verwoestende oorlog over het kernwapenprogramma van het Noorden. Drie weken eerder, op 17 juni 1994, had Kim II Sung op zijn jacht de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter onthaald; zij waren het eens geworden over een plan om Noord en Zuid bij elkaar te brengen, en een einde te maken aan de bittere erfenis van de Koreaanse Oorlog.

Kim was 82, maar president Carter had hem in goede gezondheid aangetroffen: hij liep zonder moeite de heuvel op. Overal waar hij heen reisde werd Kim begeleid door een gevolg van secretarissen en lijfwachten, maar ook van artsen en verpleegsters, die altijd bij hem waren. Maar ineens, twee weken voordat de president van Zuid-Korea op bezoek zou komen, kreeg Kim II Sung een hartaanval. Hij werd niet naar het ziekenhuis gebracht en overleed de volgende dag, 8 juli, om twee uur 's nachts.

De officiële media weten zijn dood aan 'zware geestelijke spanningen', en meldden later dat de dokters over de onverharde wegen de afgelegen villa niet op tijd hadden kunnen bereiken om hem te redden. Terwijl het land met zijn 22 miljoen inwoners in rouw werd gedompeld, stak het gerucht de kop op dat Kim II Sungs zoon en opvolger, Kim Jong II, de dood van zijn vader had veroorzaakt, in een poging om de troon vast in handen te krijgen en de ontspanning met het Zuiden een halt toe te roepen.

Er zijn Kim Jong II nog wel ergere dingen in de schoenen geschoven door sommige van de vierduizend Noord-Koreanen die sinds hij aan de macht kwam naar het Zuiden zijn gevlucht. Voor het eerst begint duidelijk te worden hoe Kim Jong II, nu 62, uit de schaduw is getreden om de macht te grijpen en, tegen alle verwachtingen in en ondanks een economisch debacle dat miljoenen levens heeft gekost, het land in een ijzeren greep te houden.

Raadselachtige playboy

Voordat Kim Jong II enkele jaren geleden voor het eerst buitenlandse leiders ontmoette, had hij in het openbaar maar éénmaal één zinnetje gesproken, in 1992. Hij stond bekend als een raadselachtige, in de schaduwen opererende figuur, een playboy en een drinker, die graag films maakte. Toen de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright in 2000 voor een gesprek met hem naar Pyongyang reisde, had zij te horen gekregen dat hij een 'teruggetrokken en aan waanvoorstellingen lijdende', zwakke, onzekere, stotterende man was. In plaats daarvan trof zij een weliswaar excentrieke maar charmante leider, die een geruststellend rationele indruk maakte.

Maar een toenemend aantal ballingen in Seoul, wier verhalen beginnen los te komen, schilderen een veel verontrustender beeld. Hun Kim is een machiavelliaanse figuur, een angstaanjagende, nietsontziende politicus, die tientallen jaren zijn vader heeft gemanipuleerd en zijn volgelingen geterroriseerd.

'Hij is gek. Geen ander in onze geschiedenis is zo wreed geweest', zegt Lee Young-guk, een voormalige lijfwacht van Kim Jong II. 'Voor wat hij mij heeft aangedaan zou ik hem wel kunnen afmaken.'

Lee, een grote, zwaargebouwde man in een blauw pak, laat me onder de salontafel zijn schenen zien, die overdekt zijn met paarse littekens. In de elf jaar dat hij dienst heeft gedaan, heeft hij alle gelegenheid gehad om te zien in wat voor verbluffende weelde Kim leefde, en toen hij naar zijn ouderlijk huis terugkeerde en ontdekte dat daar iedereen langzaam van de honger omkwam, brak er iets in hem. Hij besloot te vluchten, maar werd in China gegrepen door Noord-Koreaanse agenten die zich voordeden als Zuid-Koreanen. Zij brachten hem naar een kamp voor politieke gevangenen, waar hij wreed werd verhoord, wat hem een oog en een trommelvlies heeft gekost. Omdat hij sterk gebouwd was en een jarenlange harde opleiding achter de rug had, overleefde hij het en wist hij nogmaals te vluchten.

Van Lee Young-guk stamt het enige ooggetuigeverslag van de mysterieuze gebeurtenissen die zich tien jaar geleden in het Myohyang-gebergte hebben voorgedaan. Toen Kim II Sung een hartaanval kreeg, zegt Lee, gaf Kim Jong II bevel dat niemand, zelfs zijn artsen niet, zijn kamer mocht binnengaan. Later werden vanuit Pyongyang vijf helikopters gestuurd om het lichaam op te halen, maar op de terugweg stortten de twee helikopters neer die de artsen en de rest van Kim II Sungs persoonlijke gevolg vervoerden, waarbij alle inzittenden om het leven kwamen. Alle mensen die bij dit incident betrokken waren, ook de hoogst verantwoordelijken voor Kims veiligheid, hebben een voor een zelfmoord gepleegd of zijn verdwenen.

Bevestiging van dit verhaal is onmogelijk te verkrijgen, maar het sluit nauw aan bij het relaas van een andere belangrijke overloper, Hwang Jang-yop, die in 1997 het Zuiden heeft bereikt. Deze 74-jarige ideoloog had sinds eind jaren vijftig nauw met Kim II Sung samengewerkt aan zijn filosofie van de 'juche' ('autarkie'). Later was hij als hoofd van de Kim II Sung-Universiteit opgetreden als privé-leraar van Kim Jong II. Beter dan wie ook kende Hwang de diepste geheimen van de heersende elite.

In het eerste interview nadat hij was overgelopen vertelde Hwang dat Kim senior zijn hartaanval had gekregen tijdens een furieuze woordenwisseling met zijn zoon, die zich had verzet tegen de opdracht van zijn vader om de Zuid-Koreaanse president door een miljoen mensen te laten toejuichen. Een jaar voor zijn dood had Kim II Sung zijn broer Kim Jong-ju gevraagd om de macht weer op zich te nemen en het bestuur van het land over te nemen van Kim Jong II. Het zag ernaar uit dat Kim Jong II, die twintig jaar lang kroonprins was geweest, de troon ten slotte toch niet zou erven.

In het Zuid-Koreaanse Instituut voor de Eenwording wil dr. Park Young-ho, een van de meest vooraanstaande Noord-Korea-kenners van het land, de berichten over kwade opzet niet zomaar bevestigen, maar hij erkent dat vader en zoon het over een aantal zaken niet eens waren geweest.

'Kim Jong II had zijn vader jarenlang voorgelogen over de werkelijke stand van zaken van de economie, en toen zijn vader dat merkte, kregen ze ruzie', zegt dr. Park. De vader wenste hervormingen naar Chinees voorbeeld en wilde een open-deurbeleid volgen, maar daar had Kim Jong II bezwaar tegen. Hij vreesde dat als de hervormingen eenmaal op gang kwamen, het hem zou vergaan als Nicolae en Elena Ceausescu, vrienden van de familie Kim, die in 1989 waren afgezet en ter dood gebracht.

Marxistisch-leninistische dynastie

In 1972, toen Kim II Sung 60 jaar werd, had hij besloten een opvolger te benoemen. Zijn broer Kim Jong-ju zou als eerste in aanmerking zijn gekomen, maar de keuze van Kim II Sung viel op Kim Jong II, en zo creëerde hij de eerste marxistisch-leninistische dynastie uit de geschiedenis. Het werk van Kim Jong II kwam er in die tijd op neer dat hij de hele nacht honderden rapporten uit alle hoeken van de bureaucratie doorwerkte. Net als de hoogste mandarijn van een Chinese keizer moest hij voor 4 uur 's morgens, wanneer zijn vader ochtendaudiëntie hield, alles gelezen hebben. Toen de ogen van de oude Kim achteruitgingen, begon Kim Jong II samenvattingen op de band op te nemen, die zijn vader dan kon beluisteren.

Weldra vergaarde Kim Jong II steeds meer macht, en het duurde niet lang of hij beschouwde zich als de gelijke in rang van zijn vader, al hoedde hij zich ervoor dat te laten blijken. Volgens ideoloog Hwang had Kim Jong II oorspronkelijk het vertrouwen van zijn vader gewonnen, toen hij in 1970 de leiding over het propaganda-apparaat op zich nam en de persoonlijkheidscultus rond zijn vader tot groteske proporties opblies.

Volgens Hwang Jang-yop had Kim Jong II Hitlers 'Führerprinzip' geleend en omgedoopt in Suryong, het 'principe van de Grote Leider'. Het eerste gebod in de partijstatuten van de nazi's stelt dat de Führer altijd gelijk heeft en boven kritiek verheven is.

Regel 1 in Kim Jong IIs 'Tien principes voor de vestiging van één ideologie' luidt: 'Een partijlid erkent alleen het gezag van kameraad Kim II Sung.' Regel 2 luidt: 'Een partijlid aanvaardt onvoorwaardelijk de Suryong-leer.'

In de jaren zeventig bracht Kim Jong II het veiligheidsapparaat, de partijbureaucratie en de strijdkrachten onder zijn persoonlijke gezag door middel van een reeks zuiveringen waarbij hij iedereen liquideerde die hij ervan verdacht tegen zijn erfopvolging te zijn. Hij verdrievoudigde de omvang van de geheime politie, die hij reorganiseerde en k.g.b. doopte, Kukgabowibu. Hij liet ook nieuwe werkkampen aanleggen om de Arbeiderspartij op brute wijze tot gehoorzaamheid te dwingen.

Tien jaar kampbewaker

Ahn Myong-chol, een andere balling in Zuid-Korea, is na zijn schooltijd tien jaar bewaker geweest in verschillende kampen. Ahn herinnert zich nog de schok die hij kreeg, 'als een klap met een hamer', toen hij op zijn eerste dag als bewaker een kamp betrad en de gevangenen zag: vreemde, dwergachtige, in gore vodden gehulde creaturen. 'Ze waren gemiddeld zo'n 1,50 meter lang, wandelende skeletten, vel over been', zegt hij. 'Hun gezichten waren overdekt met sneden en littekens van de slagen. De meesten hadden geen oren; die waren er bij afranselingen afgetrokken. Velen hadden een scheve neus, maar één oog, of één oog omgedraaid in zijn kas. Velen misten een been en strompelden rond op primitieve krukken of stokken.'

Slechts weinig gevangenen werden ouder dan 50 jaar, en de bewakers werd voorgehouden dat ze hen niet moesten beschouwen als menselijke wezens. Gevangenen werden achteloos gedood, om het minste vergrijp, vaak op gruwelijke wijze: levend begraven, achter jeeps aan gesleept, opgehangen, doodgeschoten, gewurgd, levend verbrand. Weinig gevangenen zijn ooit levend uit de kampen ontkomen. De meesten moeten zich doodwerken in mijnen of krijgen een dodelijke taak: geheime tunnels aanleggen voor het leger, of als menselijke proefkonijnen dienen voor het testen van chemische wapens.

'Iedereen aan wiens loyaliteit twijfel rees, belandde in een kamp', vertelt Ahn. Kim II Sung had opponenten al met hele treinladingen tegelijk weggezuiverd, maar zijn zoon Kim Jong II heeft het aantal politieke gevangenen nog verdubbeld, en de strafkampen tot doodskampen gemaakt. Bewakers als Ahn kregen te horen dat 'de gedetineerden klassenvijanden zijn, die tot in de derde generatie doelgericht moeten worden uitgeroeid'. Hele gezinnen werden in één keer gearresteerd en afgevoerd zonder dat ze ook maar iets te horen kregen over hun misdrijf of over de duur van hun gevangenisstraf.

Het aantal politieke gevangenen, dat halverwege de jaren zeventig naar schatting 150.000 à 200.000 bedroeg, is onder het bewind van Kim Jong II gestaag toegenomen. Het is nu het productiefste deel van de economie. Kim Jong II heeft in feite een klasse van werkslaven gecreëerd om de elite van het land te voorzien van groente, vlees, rijst, steenkool, kleding, koelkasten, fietsen en zelfs luxe-importartikelen, want zij produceren ook het goud en wat er verder nodig is voor de buitenlandse handel. Een voormalige gevangene die ik in Seoul sprak, vertelde dat hij was gedwongen eetbare slakken te verzamelen voor de uitvoer naar Frankrijk.

Een andere overloper vertelt bij de lunch dat hij razend werd op Kim Jong II, toen hij erachter kwam dat die Kim senior had wijsgemaakt dat het land volop te eten had en dat de Zuid-Koreanen popelden om door de Kim-dynastie te worden bevrijd. Lee Min-bok, een strenge, nuchtere landbouwonderzoeker van in de veertig, had in de jaren tachtig zes jaar gespeurd naar manieren om de dalende voedselproductie weer te doen stijgen. 'Ik werd altijd geïnspireerd door Kim II Sungs leus Communisme betekent rijst', zegt hij.

Voedsel werd altijd tweemaal per maand verstrekt, maar in 1980 stokte het distributiesysteem van de overheid voor het eerst. Eerst kwam er een hele maand niets, toen twee maanden lang niets. Halverwege de jaren tachtig daalden de oogsten en kwam het land jaarlijks miljoenen tonnen graan tekort. Op een reis naar het noordoosten in 1988, vertelt Lee Min-bok, had hij voor het eerst iemand van de honger zien sterven.

Uiteindelijk kwam Lee Min-bok te weten dat Kim Jong II in 1982 zijn vader had verteld dat het land een recordoogst van 15 miljoen ton had binnengehaald, terwijl de oogst in werkelijkheid maar half zo groot was geweest. 'Iedereen wist hoe je de Grote Leider een plezier kon doen: je hoefde alleen maar tegen hem te liegen', zegt Lee. 'Dus stelden mensen vervalste rapporten op. Stel, een partijfunctionaris moest zorgen voor 100 ton graan, terwijl de oogst maar 70 ton bedroeg. Dan leende hij de ontbrekende 30 ton en hield hij zonodig de inspecteurs voor de gek.'

In 1990 kwam de voedseldistributie door de overheid volkomen tot stilstand. Ambtenaren en arbeiders in kleinere plaatsen stierven in grote aantallen. Begin jaren negentig had de alom heersende hongersnood misschien al wel drie miljoen doden veroorzaakt, en nog eens miljoenen anderen voor het leven verminkt. Maar pas in 1995, een jaar na de dood van Kim II Sung, deed Noord-Korea officieel een beroep op voedselhulp. Toen konden vele levens al niet meer worden gered.

Op zijn onderzoeksreizen door het land ontdekte Lee dat zelfstandige boeren uit hetzelfde stukje grond een vijfmaal zo hoge productie konden halen als de collectieve boerderijen. 'Ik dacht dat ik een geweldige ontdekking had gedaan en dat als de Grote Leider dit maar te weten kwam, alles ten goede zou keren', zegt hij.

Hij raapte al zijn moed bijeen om zijn plan, waarmee het land zelf in zijn voedselbehoefte zou kunnen voorzien, op papier te zetten. Op 31 mei 1990 - hij weet de datum nog precies - diende hij zijn voorstel in, in de verwachting dat de dankbare staat hem zou feliciteren. In plaats daarvan kwam de geheime politie bij hem aankloppen. Ze zeiden hem dat hij zich met 'reactionaire activiteiten' inliet, en waarschuwden hem om zich stil te houden. 'Ik voelde me verraden', zegt Lee. 'Nu besefte ik dat het Kim Jong II niet in de eerste plaats om het welzijn van zijn volk te doen was, maar om de veiligheid van zijn regime. En ik vroeg me af of het wel zin had om dit onderzoek voort te zetten.' Hierop begon Lee behoedzaam voorbereidingen te treffen om te vluchten.

Een jaar voordat hij stierf kreeg Kim II Sung door hoe arm zijn onderdanen waren, al zijn er verschillende lezingen hoe dat precies gebeurd is. Volgens een bepaalde versie werd Kim II Sung gewaarschuwd door Kang Song-san, een voormalige premier die door Kim Jong II was ontslagen en naar het doodarme noordoosten was verbannen. Toen Kim II Sung hierop naar die streek reisde om de toestand in ogenschouw te nemen, en hij daar mensen op het land naar voedsel zag zoeken, liet hij de auto stoppen om te vragen wat ze deden. Zo kwam hij erachter dat zij bezig waren te verhongeren.

Rijkste man ter wereld

Terwijl het land in armoede wegzonk, werd Kim Jong IIs extravagantie volgens Lee Young-guk alleen maar erger. 'Hij is in feite de rijkste man ter wereld', zegt Lee. 'Er zijn geen grenzen aan wat hij kan doen. In Zuid-Korea leven ook rijkaards, maar ik heb hier nooit faciliteiten gezien die kunnen tippen aan wat Kim heeft.'

Als een marxistische zonnekoning heeft Kim uitsluitend voor zijn eigen genoegen zeker tien paleizen laten bouwen op uitgestrekte landgoederen.

Ze zijn voorzien van golfbanen, stallen voor zijn paarden, garages vol motoren en luxe-auto's, schietbanen, zwembaden, filmzalen, pretparken en jachtterreinen vol wilde herten en eenden. In en rond zijn paleizen werkt zijn privé-personeel: 2.000 artsen, verpleegsters, koks, dienstmeisjes, knechten, tuiniers, masseurs, dansers en lijfwachten. Veiligheidshalve eist Kim dat iedere villa altijd bewoond is, dan kunnen zijn vijanden er nooit zeker van zijn waar hij is.

Terwijl Kim heel zijn bevolking afgescheiden houdt van de rest van de beschaving, geniet hij zelf van het beste wat de wereld te bieden heeft. Zijn kinderen gaan naar de beste Zwitserse particuliere scholen. Kim bezit een villa in Genève en bewaart zijn privé-fortuin, dat in de miljarden zou lopen, op een particuliere Zwitserse bank. Ook voor medische behandeling stuurt hij zijn familie naar Zwitserland. Een van zijn zoons is aangehouden, omdat hij bij een bezoek aan Disneyland in Japan in 2001 een vals paspoort van de Dominicaanse Republiek gebruikte.

Obsessie voor eten

Eten is een van de grootste obsessies van Kim, die in de loop der jaren een voorliefde voor alle mogelijke lekkernijen heeft ontwikkeld. Een Japanse sushi-kok die niet lang geleden voor Kim heeft gewerkt, heeft een boek geschreven onder het pseudoniem Kenji Fujimoto. Daarin beschrijft hij zijn reizen naar Iran en Oezbekistan om kaviaar te kopen, naar China voor meloenen en druiven, naar Tsjechië voor pils, naar Denemarken voor bacon en vaak naar Japan voor tonijn en andere verse vis. Kims lievelingsvis voor de sushi was paling en 'toro', een geliefd, vet, dooraderd deel van een bepaalde tonijnsoort.

Kim beschouwt zich als een gourmand van wereldklasse, en hij is er altijd op uit om zijn culinaire horizon te verbreden. In 1999, toen een derde deel van de Noord-Koreaanse bevolking op internationale voedselhulp was aangewezen, werd een Italiaanse kok, Ermanno Furlanis, uitgenodigd om de koks van Kim de Italiaanse keuken bij te brengen. Binnen een paar weken belandde Furlanis in een door batterijen luchtafweerkanonnen beschermd paleis aan zee. Daar werd hij rondgeleid in drie compleet geoutilleerde keukens en in een bibliotheek met duizenden recepten. Glimlachend meldden zijn gastheren dat beroemde koks uit de hele wereld hem daar al waren voorgegaan.

'Telkens verscheen er een soort koerier uit een uithoek van de wereld', schreef Furlanis, en hij voegde er, gekwetst in zijn vaderlandsliefde, aan toe: 'Twee keer heb ik hem twee enorme kisten zien uitladen met een assortiment peperdure Franse kazen en een kist Franse topwijnen.' Toen Furlanis met nadruk had laten weten dat ook de betere Italiaanse wijnen nodig waren, arriveerde er binnen drie dagen een partij Barolo.

Seks is nog zo'n gebied waarop Kim kosten noch moeite heeft gespaard om zijn honger te stillen. Begin jaren tachtig lanceerde hij het Project om de Grote Leider en de Geliefde Leider een Lang Leven te Waarborgen, dat de Arbeiderspartij de 'heilige plicht' oplegde om ongeveer tweeduizend meisjes te rekruteren en op te leiden, die zouden worden georganiseerd in 'pleziergroepen'.

Aan het begin van het schooljaar gaan de plaatselijke partijcomités op zoek naar kandidates die aan Kims criteria voldoen: zij moeten onder meer ten minste 1,60 m lang zijn. Een lijst van de beste honderd meisjes wordt doorgegeven aan Sectie Vijf van het organisatiebureau van de partij. Door middel van een medisch onderzoek wordt de lijst tot vijftig ingekort. Nadat de Afdeling Lijfwachten de achtergronden van de meisjes heeft nagetrokken, bepaalt Kim op basis van hun foto's de uiteindelijke selectie. Elke groep omvat een 'bevredigingsteam' voor seksuele diensten, een 'geluksteam' voor massage en een derde team om zang- en dansnummers op te voeren.

O Yong-hui, een tengere, sierlijke vrouw van 33 jaar met een teint als bleek porselein en amandelvormige ogen onder fraai gebogen wenkbrauwen, is een voormalige danseres van Kim die nu in Seoul leeft. Na haar carrière als professionele turnster te zijn begonnen, werd zij gerekruteerd voor een van Kims vier uitsluitend uit meisjes bestaande dansgroepen.

'Ik was niet mooi genoeg voor iets anders, en ik begon ook een beetje mollig te worden', zegt ze met een oogverblindende glimlach. Twee groepjes legden zich toe op Koreaanse volksdansen, maar O Yong-hui werd geplaatst in de Mok Ran-dansgroep van twaalf danseressen, die gekleed in minirokjes en topjes discodansen, tango's, walsen en andere dansnummers opvoerden.

Net als iedereen die bij het hof in dienst kwam, mocht O vijf jaar lang geen enkel contact onderhouden met de buitenwereld. Later zou zij haar familieleden in diepe armoede aantreffen, maar zolang zij binnen was leefde zij in grote weelde. Ze droeg handgemaakte Italiaanse schoenen, zegt O, en kleding van Japanse ontwerpers als Yamoto, Kenzo en Mori. Aan haar pols droeg ze een Omega-horloge met de naam Kim Jong II erop. Uit Zwitserse handelsgegevens blijkt dat Noord-Korea in 1998 voor 2,6 miljoen dollar aan Omega-horloges heeft geïmporteerd.

O ontbeet met Franse croissants, verse yoghurt en buitenlands fruit, want Kim, zo vertelt zij, wilde dat zijn danseressen een frisse, gezonde huid hadden. De lunch bestond uit verse sashimi en het avondeten uit Koreaanse of westerse gerechten. 'Wij aten met zilveren bestek van met rozen versierde porseleinen borden. Alles was ingevoerd, en zulke mooie spullen heb ik in Zuid-Korea nooit gezien', zegt zij.

O Yong-hui kan de verhalen van sommigen niet bevestigen dat er op Kims vaste weekendfeestjes orgieën zouden hebben plaatsgevonden. Zij zegt dat zij nooit gedwongen is om met iemand naar bed te gaan, maar zowel ex-kok Fujimoto als lijfwacht Lee beweert op zulke feestjes halfnaakte meisjes te hebben gezien. 'Veel meisjes in de entourage van Kim zijn er niet voor de seks', zegt O. 'Zij zijn als hofdames aan een koninklijk hof. Kim zou zijn gezicht verliezen als hij met gewone meisjes naar bed ging.'

Door Kims snelle stemmingswisselingen zat zijn personeel steeds in angst. 'Echt gestoord is hij niet, maar hij spreekt heel snel en het is griezelig', zegt O. 'Zijn stemming kan zó omslaan.'

Als een manisch-depressief persoon, bij wie goede en slechte buien elkaar afwisselen, verraste Kim zijn medewerkers soms door zijn gulheid. Dan gooide hij de sleutels van een Mercedes bij een ondergeschikte op schoot: 'Alsjeblieft.' Maar al die auto's - die allemaal het kenteken 2:16 hadden (Kim is jarig op 16 februari) - bleven ten slotte Kims eigendom, net als het personeel zelf.

Het was heel gewoon dat Kim voor een onderdaan een echtgenoot koos; een kleinigheid was al genoeg om een huwelijk te bezegelen. 'Kim zei bijvoorbeeld ” Hé, jij ziet er leuk uit, jij zou met iemand moeten trouwen”. Dan stelde hij de zoon van een of andere hoge functionaris voor - en zo'n voorstel kan een meisje moeilijk weigeren', zegt O, die bij haar 'pensionering' op haar vijfentwintigste werd uitgehuwelijkt aan een lijfwacht van Kim, genaamd Chou Hyuk. Zij kregen twee kinderen, die ze hebben achtergelaten toen ze het land ontvluchtten.

Lee Young-guk vertelt hoe Kim in 1984 de 68-jarige bediende No Myung-gun heeft gestraft. Op een dag nam die bediende, die Kim sinds zijn kinderjaren had verzorgd, in het paleis een lift die alleen door de Geliefde Leider mocht worden gebruikt. Toen Kim later die lift nam, bespeurde hij sigarettenrook. Hij werd razend en beschuldigde de bediende ervan uit een kistje in de lift zijn persoonlijke sigaretten te hebben gestolen. No werd met zijn hele gezin in een kolenmijn tewerkgesteld, en toen de andere gevangenen erachter kwamen dat hij een bediende van Kim was, hebben zij hem door steniging gedood. Toen Kim dat hoorde, heeft hij al die mijnwerkers laten doodschieten.

Kim Jong II is eerst getrouwd met Hong Il-chon, een medestudente aan de Kim II Sung-universiteit, maar toen hij in 1973 kroonprins werd, zijn zij gescheiden, misschien omdat zij hem geen kinderen schonk. Dat jaar regelde zijn vader een huwelijk met de typiste Kin Young-sook, de dochter van een generaal, maar zij kreeg alleen een dochter, geen mannelijke erfgenaam. Kim Jong II werd smoorverliefd op Sung Hae-rim, een zeer aantrekkelijke, zes jaar oudere actrice, die echter getrouwd was.

Om Kims opvolging niet in gevaar te brengen, werd heel die affaire, inclusief hun zoon, voor Kims vader en stiefmoeder verborgen gehouden. Sung Hae-rim, wier zuster onder de titel 'Wisteria House' (Het huis met de blauwe regen) een boek over hun leven heeft geschreven, stamde uit een geslacht van landheren en klassenvijanden. Jarenlang hebben zij en haar kinderen zelden het landhuis van Kim Jong II mogen verlaten. Ten slotte zijn zij afgescheept naar Zwitserland, waar Sung Hae-rim last kreeg van slapeloosheid en een slopende nervositeit. Zij werd voor behandeling naar Moskou gestuurd, waar zij in 2002 is overleden. In totaal heeft Kim Jong II bij diverse maîtresses - merendeels actrices en zangeressen - zeker negen buitenechtelijke kinderen verwekt.

Met verscheidene van zijn maîtresses is het treurig afgelopen. Zo is in 1979 Wu In-hui, een actrice van Japanse afkomst, doodgeschoten voor een menigte van 5.000 mensen die 'maak dood, maak dood' schreeuwden. Ze was betrapt met een minnaar.

Tegenwoordig is de voornaamste partner van Kim Jong II de danseres Ko Yong-hee, die zijn aandacht trok met haar optreden in het artistieke gezelschap Mansudae. Ko, de dochter van Koreanen die in de jaren zestig, aangelokt door de verhalen over het socialistische paradijs, uit Japan naar Noord-Korea waren gekomen, heeft twee zoons en een dochter gekregen; zij treedt op Kims feestjes vaak op als gastvrouw. Volgens sommigen zou haar oudste zoon Kim Jong-chul de troonopvolger zijn; hij zou de plaats hebben ingenomen van Sung Hae-rims oudste zoon Kim Jong Nam, die zich met het incident in het Japanse Disneyland te schande had gemaakt.

De in 1981 geboren Kim Jong-chul is in Zwitserland opgeleid, waar hij zich voordeed als zoon van een chauffeur en schoonmaker van de Noord-Koreaanse ambassade.

Oedeem

Dichteres Choi Jin-I, die getrouwd is met een kernfysicus, herinnert zich dat zij voor haar vlucht uit Noord-Korea eens een groep van twintig jonge soldaten heeft gezien die naar een kliniek werden vervoerd. Zij waren door de honger zo verzwakt dat ze nauwelijks meer hun vingers konden bewegen.

'Iedere grote eenheid had een ziekenzaal voor militairen die aan oedeem leden. Inlijving bij het leger gold als deportatie naar een dodenkamp, want de officieren stalen de rantsoenen van de nieuwe dienstplichtigen. Van de mensen die in die klinieken werden opgenomen stierf de helft, en wanhopige ouders probeerden hun zoons naar huis te halen', vertelt de 43-jarige schrijfster. Volgens haar waren er tot 1996 in de provincie Kangwon - een geliefde vakantiebestemming van Zuid-Koreaanse toeristen - al 300.000 mensen aan de honger bezweken. 'De meesten van hen zijn gewoon thuis gestorven, wanneer zij te zwak werden om zich nog te bewegen', zegt zij.

Terwijl wij zo zitten te praten bij een yoghurtijsje in een cafetaria bij de gerenommeerde Ewha Vrouwenuniversiteit bij Seoul, is het moeilijk voorstelbaar dat Choi jarenlang de seksslavin van een Chinese boer is geweest. Bij een vluchtpoging werd zij gedwongen te trouwen met een Chinese boer, maar zij wist daar weg te komen en keerde in 1998 naar Noord-Korea terug om haar man en dochter te halen. Eind 1999 is het haar ten slotte gelukt om het land weer uit te komen, alleen met haar dochter. Zij had opzienbarend nieuws over hoe het land zich na de dood van Kim II Sung tegen Kim Jong II had gekeerd.

Slechts weinigen in Zuid-Korea waren bereid Choi te geloven, toen zij onthulde dat terwijl militairen, arbeiders en boeren stierven, het Noord-Koreaanse volk had geprobeerd in opstand te komen. In treinwagons, op telefoonpalen, bruggen en fabrieksmuren waren graffiti tegen Kim Jong II verschenen. In Pyongyang circuleerden folders met oproepen om de Kim-dynastie omver te werpen. 'Door de hongersnood is de mentaliteit veranderd', zegt zij. 'Het blinde geloof is weg.'

De getuigenis van Choi en anderen lijkt geruchten over couppogingen te bevestigen die al veel langer de ronde deden. Nadat Kim Jong II in 1982 officieel het opperbevel over het leger op zich had genomen, zou hij tientallen hoge officieren die in de Sovjet-Unie waren opgeleid, hebben laten executeren.

In 1994 heeft de geheime politie, nadat er een samenzwering om Kim Jong II te vermoorden aan het licht was gekomen, aan de militaire academie in Hanggon tien officieren aangehouden en op het terrein van de school levend verbrand. In 1995 werden officieren van een militaire eenheid in het noordoosten betrapt op plannen voor weer een coup, en sindsdien zijn er tal van plaatselijke incidenten gemeld. In 1998 en 2003 zou Kim Jong II maar net aan aanslagen op zijn leven zijn ontkomen, maar bevestiging van zulke berichten is heel moeilijk te krijgen.

Dat Kim zo lang heeft overleefd, is te danken aan de trouw van de militaire elite. Volgens Lee Young-guk wordt hij beschermd door het Veiligheidscommando, een keurtroep van zo'n honderdduizend man. Deze tegenhanger van Saddam Husseins Republikeinse Garde is sterk genoeg om iedere legeropstand neer te slaan.

Verboden Stad

Na de val van het sovjet-blok en de nederlaag van Saddam Hussein in de eerste Golfoorlog heeft Kim extreme veiligheidsmaatregelen genomen.

Hij beweegt zich onzichtbaar door Pyongyang via een stelsel van tunnels dat de belangrijkste overheidsgebouwen met elkaar verbindt. De heerserselite bewoont een soort Verboden Stad, met tien woonwijken, en een paleis speciaal voor Kim Jong II. Sinds de jaren negentig houdt Kim de elite scherp in het oog: die mensen mogen sindsdien niet meer op reis gaan, of zelfs maar elkaar ontmoeten, zonder voorafgaande toestemming van zijn secretaris.

De hele stad Pyongyang is zo ontworpen dat ze een aanval met atoomwapens moet kunnen doorstaan; een atoombunker diep onder Kims woning staat in verbinding met tunnels onder de metro. Onder het uitgestrekte Kim II Sung-plein bevindt zich een bevels- en bestuurscentrum dat plaats biedt aan honderdduizend mensen. In noodgevallen kan Kim via een 45 kilometer lange tunnel naar het noorden rijden, naar een veilige luchthaven bij Suncheon.

Voor zijn persoonlijke veiligheid zorgt een elitekorps van lijfwachten, dat 280 leden telde toen Lee erbij kwam. Zij staan overdag honderd meter van elkaar, 's nachts vijftig, en hebben bevel om indringers onmiddellijk neer te schieten. Als Kim ergens anders heengaat, krijgen de bewakers dat hooguit twee uur van tevoren te horen, en hij zorgt altijd dat er in de stoet ten minste vijf identieke auto's meerijden. Na de eerste Golfoorlog, toen Kim bang werd voor een preventieve aanval door de vs, is deze eenheid uitgebreid tot 450 man, en omgedoopt in Eenheid 2.16 (weer naar Kims verjaardag). 'Hij weet dat de mensen hem haten', zegt Lee. 'Hij weet dat hij zo veel mensen heeft gedood dat niemand dat meer zal vergeten.'

Net zoals Kim met veelvuldige zuiveringen het leger onder de duim heeft gehouden, zo heeft hij ook de bevolking steeds weer met executies geterroriseerd. Na de dood van Kim II Sung is het moorden een maand lang gestopt, maar toen liet Kim weten dat hij 'weer het geluid van geweerschoten wilde horen'. Op 23 januari 1995 gaf hij bevel om alle criminelen binnen drie maanden ter dood te brengen.

In heel het land werden openbare terechtstellingen georganiseerd, waar mannen en vrouwen op beschuldiging van voedseldiefstal of particuliere sluikhandel werden gewurgd, verbrand of gefusilleerd. Het bijwonen van die bijeenkomsten was verplicht, ook voor kleine kinderen, en verwanten van de slachtoffers werden gedwongen de vuren te ontsteken en toe te kijken terwijl hun dierbaren stierven. Volgens vluchtelingen zijn in 1996 in de stad Musan vijf mannen geëxecuteerd, van wie drie aan de wurgpaal, omdat zij graan hadden gestolen uit het station.

Ik heb gesproken met een echtpaar dat het hoogtepunt van de terreurcampagne had meegemaakt in hun woonplaats Songrim. Chung Chun-min en Kim Bok-sun zijn voormalige werknemers uit de staalindustrie die drie jaar geleden, met achterlating van twee van hun kinderen, naar Zuid-Korea zijn gevlucht. Chung werkt nu in de bouw, en zijn vrouw doet de huishouding in hun flatje in een afgelegen buitenwijk van Seoul. Terwijl wij op de grond gezeten een kopje thee drinken, vertellen ze mij dat zij in februari 1998 bij het aanbreken van de dag werden gewekt door het geluid van tanks die door de straten rolden. Ze dachten dat de Amerikanen de oorlog begonnen waren en holden naar buiten.

'Alle toegangs- en uitvalswegen van de stad werden afgezet', vertelt Kim Bok-sun. 'Ik heb 150 tanks geteld.' Om 10 uur 's morgens bevalen vrachtwagens met luidsprekers de bevolking naar het centrale plein te komen. Daar kondigde een kolonel de staat van beleg af, en hij verklaarde dat iedereen die iets uit de staalfabriek gestolen had, dat moest teruggeven voordat over een week de amnestie afliep.

'Wij werden tot opstandige stad verklaard', zegt Chung. 'Zij zeiden dat de staalfabriek was geruïneerd door Zuid-Koreaanse spionnen onder de arbeiders.' De volgende dag werd de bevolking weer bijeengeroepen om getuige te zijn van de eerste executies. In de eerste ronde legden vijf hoge partijfunctionarissen - ze waren geblinddoekt en konden nauwelijks meer lopen - een publieke bekentenis af, waarna zij aan palen werden vastgebonden en doodgeschoten. Onder hen waren het hoofd van de politie, de directeur van de staalfabriek en de partijsecretaris voor propaganda. Zij werden ervan beschuldigd staatseigendom te hebben verkocht.

De Hwanghae ijzer- en staalfabrieken boden werk aan 18.000 van de 120.000 inwoners van de stad, en leverden een kwart van de landelijke jaarproductie van zes miljoen ton staal. Volgens het echtpaar was de staalproductie in 1994 gestaakt, nadat de invoer van cokes uit China was gestopt en de binnenlandse steenkoolvoorraden waren uitgeput. Aanvankelijk had de bedrijfsleiding de productie gaande gehouden door iedereen schroot te laten inzamelen, maar in 1996 was de fabriek gesloten.

'Toen de hoogoven buiten werking gesteld werd', vertelt Chung, 'had de bedrijfsleiding dat niet aan de centrale regering durven melden. Zij vreesde dat zij zou worden gestraft en dat de voedselverstrekking zou stoppen. Al zo'n tweehonderd mensen in de stad waren van de honger gestorven.'

In totaal werden twintig mensen in het openbaar doodgeschoten en meer dan tweehonderd naar de kampen gestuurd. Net als alle andere vluchtelingen zijn Chung en Kim ervan overtuigd dat Kim onder druk eventueel concessies zal doen, maar dat hij zich zo lang mogelijk tegen veranderingen zal verzetten. 'Hij wil alles liever houden zoals het is dan proberen te hervormen', zegt Kim. 'Hij denkt dat hervormingen het einde van zijn regime zullen inluiden. Ze zouden het einde betekenen van zijn bewind en zijn leven. Het enige wat hij wil is zijn regime instandhouden.'

Vertaling Jaap Engelsman

Jasper Becker is journalist. Deze maand verschijnt bij Oxford University Press Rogue State: The Looming Threat of North Korea. Prijs: 18,55.

[streamers]

'Kim Jong II is gek. Geen ander in onze geschiedenis is zo wreed geweest. Voor wat hij mij heeft aangedaan, zou ik hem wel kunnen afmaken.'

'Kim Jong II heeft het aantal politieke gevangenen verdubbeld en de strafkampen tot doodskampen gemaakt.'

Als een marxistische zonnekoning heeft Kim uitsluitend voor zijn eigen genoegen zeker tien paleizen laten bouwen op uitgestrekte landgoederen.

Elke groep meisjes omvat een 'bevredigingsteam' voor seksuele diensten, een 'geluksteam' voor massage en een derde team om zang- en dansnummers op te voeren.

In totaal heeft Kim Jong II bij diverse maîtresses - merendeels actrices en zangeressen - zeker negen buitenechtelijke kinderen verwekt.

De hele stad Pyongyang is zo ontworpen dat ze een aanval met atoomwapens moet kunnen doorstaan; een atoombunker onder Kims woning staat in verbinding met tunnels onder de metro.

'Wij werden tot opstandige stad verklaard.'

De bevolking werd bijeengeroepen om getuige te zijn van de eerste executies.