De krant beantwoordt meerdere vragen van diverse lezers

Deze rubriek bestaat nu ruim twee jaar maar het hoge woord moet er maar eens uit: het is soms behoorlijk zoeken naar een mail of brief met een substantiële vraag of opmerking. Niet dat u weinig schrijft, begrijp me goed. Soms zelfs meer dan ik aan kan. Alleen, het zijn vaak persoonlijke gevoelens, ingezonden brieven (liever naar opinie@nrc.nl), nabestellingen van foto's (fotoredactie @nrc.nl), bezorgklachten (service@nrc. nl), ontboezemingen of schoten uit de heup. Die zijn vaak het lezen waard, maar voor een antwoord van twee of drie regels hoeven we de aandacht van de algemene lezer niet te vragen.

Daarom beantwoord ik deze week maar een aantal lezersvragen min of meer bij elkaar. Dat wordt dus een collectie kleinere kwesties, waarachter toch vaak grote ergernissen. In de hoop dat u mij volgende week weer iets kan voorleggen dat wat bredere aandacht verdient.

Deze week schreef lezer Tuur van der Pas uit Berkel Enschot dat hij de voorpagina van maandag `de slechtste ooit' vond. Geen enkel artikel kon eigenlijk zijn goedkeuring wegdragen, maar het interview met Ayaan Hirsi Ali hoorde zéker niet op deze pagina. ,,Het onderwerp is in alle kranten ik lees er drie en de tijdschriften en de tv doodgekauwd. En op bladzijde drie gaat u nog even door''. Zo'n e-mail, getimed op dinsdagavond laat, is voor de redactie een les in nederigheid. Deze lezer laat het nieuws van de dinsdag op zich inwerken en geeft ons van katoen. Terwijl wij, redacteuren van de krant, nog nagloeiend van journalistieke trots, het effect van onze maandagprimeur in alle media tevreden hebben zien doorwerken. Aan deze lezer was het totaal niet besteed voor hem overstemde de echo in andere media de bron in onze krant en daarmee was onze voorpagina een overstatement geworden en pagina drie uit balans.

Dan schrijft Ton Spamer uit Deurne, die ondertekent met `historicus en recensent', dat de koppen boven artikelen hem `en vele lezers' een doorn in het oog zijn. Hij geeft als voorbeeld de recensie van een boek van Jona Lendering over Alexander de Grote van vrijdag 26 november jl. Daar staat `Iedereen was zijn minnaar' boven. Maar volgens hem komt die uitspraak in het boek zelf zó niet voor. ,,In de recensie is het een kort zinnetje in een kleine passage aan het eind.'' Koppenmakers maken zich schuldig aan sensatiezucht, ze kunnen dus beter afgeschaft worden om voortaan ,,de auteur zelf te laten bepalen wat er boven komt te staan''.

Koppen bevatten `pakkende, compacte aanwijzingen over de aard en betekenis' van het artikel, zo zegt het stijlboek. Met als stijltip `zoek naar de eenvoudigste, meest directe kop'. Daarvoor is afstand tot het onderwerp en een frisse blik essentieel. Bovendien is een eindredacteur zich meer bewust van het permanente gevecht om aandacht in de krant. In de dunste krant, op maandag, concurreren nog altijd zo'n 175 artikelen om leestijd. Het is een haast darwinistische strijd. Krantendokters gaan ervan uit dat van iedere krant maar driekwart wordt gelezen en twintig procent zelfs door helemaal niemand. Op dat slagveld zijn de verliezers makkelijker aan te wijzen dan de winnaars. Koppen functioneren op de redactie ook als een informele gebruikerstest. Als er geen interessante kop boven kan moet het dan wel de krant in?`EU ministers coördineren beleid ruimte' (30 november, pag. 7) lijkt me een bericht dat niet meteen voor die test slaagt.

Koppen maken heeft dus bij het samenstellen van de krant een cruciale rol geeft de redactie dat uit handen dan kan de krant snel verworden tot een vergaarbak van persoonlijke interesses.

Lezer J.P. de Jong uit Bloemendaal vraagt ons om een toelichting op de vermelding in een artikel over Mohammed B. van het beleid van deze krant bij het afbeelden van verdachten. Betekent het zinnetje dat `verdachten in Nederland niet herkenbaar in de krant komen' dat verdachten uit het buitenland wel herkenbaar in de krant mogen komen? Dat is inderdaad uit de praktijk zo geboren en dat geldt trouwens soms ook voor `binnenlandse' verdachten.

Namen en foto's publiceren we in beginsel niet omdat de krant neutraal wil zijn ten opzichte van justitie. Hebben verdachten zelf geen bezwaar tegen het afbeelden van hun foto of het vermelden van hun volledige naam, dan volgt de krant dat. En dat geldt ook als de persoon zo bekend is dat het weghouden van z'n foto of het niet vermelden van z'n naam `absurd' is. Het kan dus voorkomen dat de redactie oordeelt dat de identiteit of de afbeelding van een verdachte zó bekend is geworden of door andere media zo bekend is gemaakt, dat een terughoudende opstelling van NRC Handelsblad wereldvreemd is geworden.