Belgischer kan een restaurant niet zijn

In Brussel toont Joep Habets zich een contente eter.

Brussel was toen nog een bruisende stad. Ze trouwden in de Sint Katelijne, zij mijn oma zaliger, hij mijn opa zaliger. Nu, meer dan tachtig jaar later, is de benedenstad her en der deerlijk verwaarloosd. De kerk torent nauwelijks nog boven de Brusselse hoogbouw uit. Van buiten is hij enigszins gehavend, van binnen een tikje rommelig. Er staan beelden van allerlei allooi. Met een handjevol halve euro's zijn opa en oma zaliger en alle andere familieleden herdacht met een kaarsje bij hun naamheiligen. Ook de armen in de parochie, de missie en het onderhoud van de kerk zijn niet vergeten.

Wie goed doet, goed ontmoet. Net buiten de kerk lopen we tegen La Belle Maraîchère op. Belgischer kan een restaurant niet zijn. Een restaurant zal er indertijd niet precies zo hebben uitgezien, maar het kan niet veel schelen. Het interieur van La Belle Maraîchère bekoort in zijn eenvoud. Op en boven de licht houten lambrizeringen hangen restaurant- en buurtgerelateerde foto's en schilderijen. Langs de muren staan met gemarmerd roze skai beklede banken. Vissen zwemmen in glas-en-lood boven de deur. De jassen hangen aan haakjes tussen de tafeltjes, die dicht op elkaar staan. Van enig rookbeleid trekt niemand zich wat aan.

We worden niet onthaald op wufte hapjes maar op een bakje eerlijke pelgarnalen. De kaart biedt, zoals gehoopt, louter hoogtepunten uit de traditionele Belgische restaurantkeuken. Zo zijn daar de garnalenkroketten, simpel gepresenteerd met wat gefrituurde peterselie en een halve citroen. De lichtroze vulling met een mildscherpe schaaldierensmaak loopt glanzend uit als de kroketten worden aangesneden. Mochten we een aanmerking hebben dan zou het zijn dat de vulling wel erg romig is.

Ook de vissoep, met witvis en mosselen, kan de toets der kritiek doorstaan. Volgens mijn vissoepminnende tafelgenoot is het de beste die boven de Seine wordt geserveerd. De bouillon is goed, de croutons zijn talrijk en de verrukkelijke rouille is genereus in hoeveelheid en knoflookgehalte.

Het is hartje herfst. We zijn in hartje Brabant. Het hoofdgerecht kan niets anders zijn dan faisan á la brabançonne. `Met andijvie', is het antwoord op mijn vraag wat er Brabants is aan de fazant. Voor het aansnijden wordt de gebronsde fazant nog even aan ons getoond. Op het bord komen dunne plakken fazantenborst, rul en sappig. De `andijvie' blijkt – zoals verwacht, tweetaligheid blijft lastig – Brussels lof te zijn. De combinatie van fazant met het bitterzoet van de smeltendzacht gekarameliseerde witlof is perfect.

We nippen tevreden aan de Vacqueyras van Perrin, gekozen uit de klassieke wijnkaart met slechts Franse wijnen, van bescheiden in prijs tot zeer duur. Dan ervaren we het genoegen van een tweede `servies', een nieuw bord met het boutje, het vleugeltje en nog zo'n heerlijk luchtig aardappelkroketje.

Het pain perdu à la flamande lijkt een waardig besluit van de maaltijd. Daarmee komt de rekening op 75 euro per persoon. Enige tijd vrezen we dat het pain perdu kwijt is, zo lang duurt het voor de wentelteefjes op tafel komen. Het is het wachten waard, de wentelteefjes van krentenbrood zijn zacht van binnen en suikerig krokant van buiten.

Opa en oma zaliger én Sint Katelijne kunnen van boven content neerkijken op La Belle Maraîchère.

La Belle Maraîchère,

Sint Katelijneplein,

11A Brussel,

00 32 (0)2 5129759, www.labellemaraichere.com