Beetje hakken, dat is ook mooi

Hij geldt in de wandelgangen als `de nieuwe Teun de Nooijer'. Met die kwalificatie kan international Floris Evers (21) goed leven. ,,Ik kan ook best aardig hockeyen.''

Hockeyhumor? Daar kan Floris Evers over meepraten. Vorig jaar nog draaide hij trainer-coach Siegfried Aikman een loer. ,,Ik belde hem op en deed me voor als die hockeyer met wie ik toen samenwerkte in een strandtent in Zeeland en die hij op dat moment naar Hurley wilde halen. Hij had niets door, en dat terwijl ik m'n stem niet eens verdraaide. Gaandeweg het gesprek schroefde ik mijn eisen steeds verder op: het aanvoerderschap, elke wedstrijd in de basis, een auto, een huis. Pas na een half uur kreeg-ie door dat hij bij de neus werd genomen. Ik vond het wel geinig, maar die bewuste vriend van me was niet zo blij.''

Ook het andere `slachtoffer', nog altijd in dienst bij de tweede club van Amsterdam, kan een glimlach niet onderdrukken als hij wordt herinnerd aan Evers' kwajongensstreek. ,,Een boefje, maar wel een bijzonder boefje'', grimast Aikman. ,,Hij heeft lef, en druk kent hij niet, zo lijkt het. Dat is knap voor een jongen van zijn leeftijd. Dat SCHC afgelopen zomer drie internationals heeft weten te strikken, is grotendeels zijn verdienste. Hij heeft die jongens hoogstpersoonlijk gepolst en overgehaald. Behalve flair en inzicht beschikt hij dus ook nog eens over leiderschapskwaliteiten.''

Dat vindt ook bondscoach Terry Walsh, die de 21-jarige neo-international in de aanloop naar de vandaag begonnen strijd om de Champions Trophy in Lahore bombardeerde tot de nieuwe spelverdeler van de Nederlandse hockeyploeg. Nee, dat ervaart Floris Evers niet als een last. Op provocerende toon: ,,Ik weet niet of jij je huiswerk hebt gedaan, maar in de jeugd speelde ik al mid-mid. Dat ik het kan, heb ik bewezen. Maar goed, dit is het grote Oranje, dat is andere koek. Ik moet nog wennen aan mijn nieuwe rol, meer controlerend spelen. Zeker met Teun (De Nooijer, red.) links van me. Teun heeft een natuurlijke drang naar voren. Ik ook, maar dat kan dus niet altijd zodra hij naast me staat.''

Hoewel Evers (,,Ik ben wat houteriger'') niet de soepele motoriek heeft van de sterspeler van Bloemendaal, wordt hij in de wandelgangen `de nieuwe Teun de Nooijer' genoemd. Met die kwalificatie kan de 54-voudig international goed leven. ,,Ik kan ook best aardig hockeyen'', zegt de student Europese Studies op zelfverzekerde toon. Om misverstanden te voorkomen: dat mag misschien arrogant klinken, zo is het niet bedoeld. ,,Wie mij ook maar een beetje kent, weet dat ik absoluut niet arrogant ben. Maar ik lach veel, ben niet altijd even bescheiden in mijn uitlatingen en ik durf voor mijn mening uit te komen. Ik wil ook de beste hockeyer ter wereld worden, ik wil als international ook mijn stempel drukken. Dat mag ik toch zeggen? Als er iemand is die weet dat hij het vervolgens ook moet waarmaken, dan ben ik het wel.''

Zelfkritiek is hem bovendien niet vreemd. ,,Ik ben de eerste bijvoorbeeld om te erkennen dat ik in Athene een kuttoernooi heb gespeeld. Afgezien dan van die halve finale tegen Duitsland. Dat is de enige wedstrijd waar ik tevreden over ben. Misschien had ik te hoge verwachtingen van mezelf. Maar feit is dat ik te weinig heb ondernomen, te steriel heb gespeeld. Ik moet niet te veel nadenken in het veld, ik moet hockeyen naar m'n hart. In de finale tegen Australië speelden we te schijterig, ook ik. Ik was te veel bezig met het publiek, met de sfeer voor ik het wist was de wedstrijd halverwege en had ik nog geen bal geraakt. Ik was niet focused. Dat is een les; over vier jaar maak ik die fout niet meer. Na die gewonnen pot tegen Duitsland viel er veel van ons af. Ook bij mij. Die ontlading zat twee dagen later kennelijk nog ergens in mijn lichaam.''

Maak hem niet wijs dat de hockeyers optimaal profiteerden van de `scheve' poule-indeling, die Nederland en Australië in staat stelde om in de slotfase van het toernooi nog eens extra gas te geven. Duitsland en Spanje daarentegen hadden in de Poule des Doods (met onder meer Pakistan en Zuid-Korea) zoveel brandstof verbruikt dat ze in de Atheense bakoven een voor een door hun energievoorraad heen waren toen de halve eindstrijd aanbrak. Evers, stellig: ,,Onzin. Australië heeft Spanje volledig overklast in de halve finale, terwijl wij tegen Duitsland heel zakelijk en dus heel slim hebben gehockeyd. Als wij vol op de aanval hadden gespeeld, waren we in de val gelopen. Ons optreden is eerder een compliment waard dan een kritische kanttekening.''

Maar voor hockeyers gelden kennelijk andere wetten, constateert hij enigszins verbitterd. ,,Het wordt als `normaal' ervaren dat wij de finale halen. Terwijl dat bullshit is. We waren met tien nieuwe, jonge jongens; dat wordt door de buitenwacht gemakshalve vergeten. Sterker nog: wel elke dag grote stukken over die volleyballers, die niet eens de eerste ronde overleven terwijl ze aan een plaats bij de eerste vier genoeg hadden. En wij worden afgescheept met een pietluttig berichtje onderin de pagina. Dat klopt toch niet? Vier jaar geleden haalden de hockeyers goud met een zeer ervaren ploeg, maar de manier waarop? Twee keer op strafballen gewonnen. Knap, maar indrukwekkend was het niet. Zo heel veel minder hebben wij het niet gedaan. Wij beschouwen het zilver als een overwinning. En niet als een nederlaag, zoals bij die dames het geval was.''

Met dank aan Walsh, de Australiër die in Lahore nog eenmaal optreedt als interim-bondscoach. ,,Terry heeft de nadruk gelegd op onze traditionele kracht: het creatieve aanvalsspel. Hij heeft ons ook mentale hardheid bijgebracht. Australiërs gaan altijd door, al moeten ze dwars door een tegenstander heen. Hier hebben spelers de neiging om na balverlies even balend te blijven staan, terwijl het spel natuurlijk doorgaat. Walsh heeft dat eruit geramd, vanaf de eerste dag dat hij er was.''

Zijn club SCHC uit Bilthoven bezet halverwege de competitie de derde plaats op de ranglijst. Geen wonder, sneren critici. Stichtse rammelt opzichtig met de geldbuidel. ,,Bij SCHC houden ze nog de schijn op dat er niet wordt betaald, dat het een vriendenclub is'', stelde oud-international Tom van 't Hek drie weken geleden vast in deze krant. Die plaagstoot wil de aanvoerder van de ploeg van trainer-coach Jacques Brinkman graag pareren. ,,Ik heb ooit ergens gezegd dat wij een vriendenclub zijn, en daar maakt Van 't Hek vervolgens van dat wij niet betalen. Onzin natuurlijk, want als ik zeg dat wij een vriendenploeg zijn dan zeg ik niet dat wij niet betalen. Die jongens die bij ons gekomen zijn, krijgen iets. Maar dat is net zoveel als ze elders gekregen zouden hebben. Toch hebben ze gekozen voor SCHC en daarmee hebben ze hun hart laten spreken: SCHC heeft een leuk team.''

De gedachte dat succes te koop is in het hockey, berust volgens de oud-speler van Groningen en Hattem op een wijdverbeid misverstand. ,,We trekken de lijn door die we afgelopen seizoen na de winterstop hebben ingezet. Op basis van de tweede helft van de competitie waren we keurig bij de eerste drie geëindigd. Dat we het nu zo goed doen, is dan ook geen toeval. We zijn nu alleen wat evenwichtiger, met dank onder meer aan die nieuwe jongens. Met een Weust (Roderick Weusthof, red.) die vanuit het niets een goal kan maken bijvoorbeeld. Zoals de vlag er nu bijhangt, zijn we aan het einde van de rit alleen maar tevreden als we de play-offs halen.''

Hij praat met dezelfde kwajongensachtige bravoure die hij ook op het veld etaleert. ,,Ik beschouw mezelf als een creatieve speler, iemand met een drang naar voren. Als het niet loopt, wil ik nog wel eens met van die afgezakte schouders over het veld sjokken. Moet ik afleren, dat weet ik. Maar ik kan ook ploeteren en een tikkie uitdelen als het moet. Vraag maar eens rond in de hoofdklasse. Beetje hakken, laten zien dat ik er ben. Vind ik mooi om af en toe te doen.''

Dezelfde branie legde Evers vorig jaar zomer aan de dag, toen ploeggenoot Matthijs Brouwer hem betrapte op vals spelen bij een potje kaarten tijdens een oefenstage met de nationale ploeg in Spanje. Toenmalig bondscoach Joost Bellaart nam Evers' bedrog zo hoog op dat hij de neo-international prompt uit de selectie verbande, en hem later betichtte van een gokverslaving. Evers: ,,Het was een overtrokken reactie, volslagen belachelijk. Goed, ik had misschien niet moeten vals spelen. Dat was niet snugger. Maar een ophef dat daar over werd gemaakt, niet normaal. Bellaart moest en zou zijn gezag laten gelden.''

Maar de bondscoach verkeek zich op de standvastigheid van de middenvelder, ook al had die op dat moment `slechts' acht interlands achter zijn naam staan: hij weigerde zich een complex aan te laten praten. ,,Bellaart bleef maar hameren op `het feit' dat ik de ernst van mijn daden niet inzag en dat ik een gokverslaving zou hebben. Waar hij het vandaan haalde? Ik weet het niet. Misschien omdat ik af en toe graag een casino mag bezoeken. Dat doe ik liever dan mezelf voor vijftig euro een avondje volgooien met bier. Ik ben daar altijd heel open over geweest, en de vraag is of dat zo slim is geweest. Maar goed, ik moest volgens hem zo snel mogelijk psychische hulp zoeken en hij was bereid me daarbij te helpen. `Als jij dat vindt, dan heeft mijn naaste omgeving ook hulp nodig, want die delen jouw opvatting niet', heb ik hem toen gezegd. Later krabbelde hij terug. Ik vond dat hij tegenover de groep het verhaal uit de wereld moest helpen als zou ik een gokverslaving hebben. Dat ging hem weer te ver: `Wat denk jij wel niet, klein ventje?' Uiteindelijk heb ik tegenover de rest van de groep nogmaals mijn excuses gemaakt en daarmee was de kous af.''

Toch schaarde Evers zich kort daarop, in de tumultueuze weken volgend op het mislukte Europese kampioenschap (vierde plaats), niet openlijk achter zes collega-internationals, die het vertrek eisten van de als `incapabel' afgeschilderde Bellaart. ,,Dat werd me destijds wel eens kwalijk genomen. Door de ouders van sommige spelers bijvoorbeeld, die me plotseling met de nek aankeken. Vond ik onzin. `De zes' hadden met hun volle verstand die brief getekend, of niet soms? Ik deelde hun klachten, maar we wisten toch al geruime tijd dat Joost tactisch niet goed onderlegd was? Maar daar hoorde je niemand over toen het wel goed ging. Ik vond de timing niet goed. Kort daarvoor, na het winnen van de Champions Trophy, hingen die ouderen nog bij hem om de nek en hij bij hen.''

Of werd hij gehinderd door loyaliteitsgevoelens? Bellaart was immers de coach die hem een jaar eerder liet debuteren. Evers, hoofdschuddend: ,,Hoe kom je daarbij? Alsof ik zoveel aan Bellaart te danken heb. Dat ik een jaar eerder door hem werd geselecteerd, was terecht. We waren met Jong Oranje net Europees kampioen geworden in Lausanne, ik werd daar uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Dan is het niet zo raar als je kort daarop een uitnodiging ontvangt voor het `grote' Oranje. Maar veel speelminuten kreeg ik niet. Sterker nog: bij de Champions Trophy in Keulen zat ik vooral op de bank of op de tribune. Ik moest bijna smeken om speelminuten. Zeer onterecht.''