Het nieuws van 4 december 2004

Internationaal onderwijs niet ten koste van het Nederlands

Het artikel `Vwo als internationale school' (NRC Handelsblad, 30 november), doet geloven dat de Internationale School van Amsterdam als enige in Nederland het programma van het internationaal baccalaureaat-diploma aanbiedt. Er zijn momenteel negen Nederlandse scholen die dit programma aanbieden. Deze scholen zijn ondergebracht in de Dutch International Secondary Schools (D.I.S.S.). Ze kunnen het internationaal baccalaureaat diploma-programma aanbieden omdat er een speciale overeenkomst is gesloten tussen deze scholen, de inspectie en het ministerie van O en W. Sommige daarvan zijn al meer dan twintig jaar bevoegd dit academisch uitstekende programma te geven. Zij doen dit met veel expertise en internationaal goed vergelijkbare resultaten. Internationaal zijn er veel indirecte bewijzen dat dit programma echt een goed alternatief zou kunnen zijn voor het vwo. Als men de doorstroomgegevens van de Amerikaanse Ivy League universiteiten en ook de vergelijkbare instituten in het Verenigd Koninkrijk mag geloven doen de internationaal baccalaureaat diploma-leerlingen het daar zo goed dat ze in vele gevallen extra studiepunten krijgen aan het begin van hun studie. Verder blijkt dat de study skills in de op deze manier opgeleide studenten op een heel hoog niveau liggen.

Volgens de minister zou invoeren van dit programma ten koste gaan van het Nederlands van de leerlingen. Het internationaal baccalaureaat diploma programma verplicht de leerlingen een moedertaal te kiezen (A language). Het niveau van de methode voor Dutch A en ook het eindexamen is zeker op vergelijkbaar niveau als dat van Nederlands in het vwo-eindexamen.

Dubbelleven in Madrid

Eigenlijk zijn er twee Almodóvars. De ene Pedro regisseert extravert urbaan drama dat door hysterische personages moeiteloos tot campkomedie der kakafonieën wordt bijgebogen. De andere Pedro is de stille van de twee, zoekt in zijn fictie naar het gevoel in de kleine hoeken, naar de littekens en innerlijke strijd van een karakter. Voerde Pedro één vroeger de boventoon in bonte genre-paëlla als Mujeres al borde de un ataque de nervios (1988) en Kika (1993); sinds geruime tijd lijkt in dit artistieke dubbelleven Pedro twee de koers te bepalen met ingetogen drama als Todo sobre mi madre (1999) en Hable con ella (2002). Gelukkig gaat Pedro au sérieux niet zonder Sjors, pardon Pedro van de Rebellenclub; in ieder Almodóvar-één-tweetje zit wel iets hilarisch, zij het als een maf filmpje-in-een-film (Hable con ella), zij het in uiterst ironisch uitgespeelde dialogen, een grappig nevenpersonage of semi-documentairebeelden van een studentendemonstratie tegen bezuinigingen van de Spaanse regering. De drie laatstgenoemde recalcitrantiesurprises ziet men terug in het Madrileense bloemenperkje La flor de mi secreto, één van de minder bekende titels uit de Almodóvar-catalogus. Niet zonder enige autobiografische connotatie vertellen de beide Pedro's over Leocadia (Marisa Paredes), een met te krappe laarzen, huwelijkscrisis en drankprobleem kampende schrijfster die onder het pseudoniem `Amanda Gris' meerdere succesvolle liefdesromans per jaar aflevert. Maar lucratief of niet, Djuna Barnes-bewonderaarster Leocardia – Leo voor familie en vrienden – heeft schoon genoeg van haar leven als éénpersoonsfabriek van oppervlakkige formulelectuur met verplichte zonsondergang plus happy end. Of dat laatste er voor Leo/Amanda nog in zit? De Almodóvars houden ons lang in spanning, terwijl ondertussen cinefiele knipogen naar The apartment en Casablanca voorbijkomen, bittere en zotte momenten elkaar afwisselen en dierbaren Leo's dubbelleven verlaten en binnenwandelen. Aandoenlijkste personage is Leo's moeder, een langzaam blind wordend kruidje-roer-me-niet dat niks van chirurgen wil weten: ,,Een operatie is net een meloen; je moet hem openmaken om te weten of 'ie verrot is.'' La flor de mi secreto bewijst: Pedro en Pedro gaan best samen.