Wie speelt voor God

Dichterlijk elan is de laatste associatie die ik aan Friesland en Groningen verbinden zou. Toch blijken juist deze provincies de bron van een nieuwe poëtische vuurslag. Sinds een jaar of vijf presenteren Utjouwerij (uitgeverij) Bornmeer in Ljouwert (Leeuwarden) en Passage in Groningen een jonge generatie dichters. Woorddrift en durf zijn hun drijfveren. De kracht daarvan is ook de Randstad niet ontgaan; de topdrie van het hoge noorden – Wouter Godijn, Tsead Bruinja en Albertina Soepboer – publiceert inmiddels bij Contact.

Godijn en Bruinja hebben veel gemeen. Beiden hebben een voorkeur voor grillig taalgebruik, en beiden hanteren een navenant idioom. Maar er zijn ook grote verschillen: Godijn is de filosoof van het tweetal, Bruinja de lyricus. Onderbreekt de eerste zijn poëtisch machtsvertoon met onverwachte momenten van introspectie, Bruinja gaat nog verder inwaarts. Alle uitbundigheid ten spijt, blijkt hij toch bovenal een introverte zanger. Zijn nieuwe bundel, Batterij, bevestigt dit. Meer nog dan in Dat het zo hoorde (2003) overheerst de muzikaliteit. Dat is mede het gevolg van Bruinja's listige gebruik van het enjambement. De melodie wordt niet door leestekens bepaald, zoals in het dagelijks taalgebruik, maar door een uitgekiende regelval. Rijm speelt een minimale, verborgen rol. Wel is er herhaling en het wemelt van klankrijke, dikwijls geestige associaties, zoals in het zesde couplet van `Vredig':

ik sprak een troela

ik sprak een zoeloe toe kan

ik me een beetje aftrekken hier

gewoon een beetje rustig aftrekken

Hier spreekt de extraverte dichter, die vorm en norm onder het vergrootglas legt en weids verwoordt. In `vier en een half volt legotreintje' klinkt een andere stem. In korte, ingehouden, droog geformuleerde regels wordt in dat gedicht een herinnering uit de kindertijd beschreven. Het verhaal ervan laat zich kort samenvatten: het kind speelt met een legotreintje en legt dan even zijn tong tegen de polen van de batterij of transformator, waarop die tong zich terugtrekt. Een verhaaltje van niks, maar het is de metafoor van een gezinssituatie, die Bruinja trefzeker omschrijft als `de moeder als man in uniform / de vader als vrouw thuis // wie speelt voor god / wie kiest het scharnier'.

Jeugd, liefde, film- of tv-geweld en het dorpskroegleven zijn de thema's in Batterij. Zoals in Dat het zo hoorde is het ook in deze bundel niet altijd raak. Er zijn opnieuw zwakke verzen, maar die gaan nooit over liefde. Waar het verlangen daarnaar of het onvervulde ervan ter sprake komt, toont Bruinja zich zachtmoedig tot kwetsbaar, en dan is hij op z'n best. In het bijzonder in `Verborgen arbeidend'. In dat vers, waarvan de titel ontleend is aan `Kosmos' van Ida Gerhardt, zingt de lyricus zich los – zij het `sotto voce':

ik breng je naar het park

waar in de lente reigers

de lelijkste geluiden

waar takken na de winter

hun verborgen arbeid

naar buiten

waar ik een lome zon

en speelse honden

zocht

en de dunne nacht

het zou haar gaan spijten

ons fles en glazen bracht

ik breng je naar het park

waar ik kan het niet helpen

kaarsen

ik breng je

de winter stuurde me

met oog en vacht

ik breng je

maak je geen zorgen

in de lente maken reigers

de lelijkste geluiden

breng je nacht

Het is het meest lyrische en wat mij betreft mooiste gedicht van de bundel. `Desnoods zal ik het paadje stamelen' eindigt een volgend liefdesvers – en dat is precies wat Bruinja in `Verborgen arbeidend' doet. In een gedrongen, elliptische stijl uit hij zorgzaam zijn genegenheid.

In een gesprek in deze krant gaf Bruinja vorige maand een gloedvolle toelichting op zijn dichterschap. Voor hem is dichterlijk elan geen vreemd begrip voor Friesland en de Friezen. Poëtische muzikaliteit, het `zangrijke' Fries en absurde, vaak bondige formuleringen zijn, stelde hij, wezenlijke aspecten van de Friese taal en dichtkunst. Die trekken zijn ook als zodanig herkenbaar in Droom in blauwe regenjas, een bloemlezing van nieuwe Friese gedichten, die hij samen met Hein Jaap Hilarides samenstelde en onlangs bij Bornmeer en Contact publiceerde. Want behalve dichter is Tsead Bruinja ook een fervent propagandist van de poëzie, in het bijzonder van die van zijn eigen generatie. Dat hij zelf ook in poëtische zin een voorzanger is, bewijst Batterij. Ook na drievoudige lezing laat de bundel zich nog niet wegleggen.

Tsead Bruinja: Batterij. Contact, 54 blz. €14,90