Wars van alle theatraliteit

Tot op de dag van vandaag wordt haar echtgenoot, de voormalige NCRV-presentator Kick Stokhuyzen, op straat vaker herkend dan zij. `Vijftien seizoenen op de buis genereert klaarblijkelijk een grotere kans op onsterfelijkheid dan meer dan een halve eeuw als gelauwerd actrice op het toneel,' concludeert de theaterjournalist Max Smith in zijn boekje over Annet Nieuwenhuijzen – zonder er verder verongelijkt over te doen. De rest van zijn relaas toont immers overtuigend genoeg aan waarom het zesde deeltje van de prijzenswaardige serie acteursportretten van het Theater Instituut Nederland aan haar is gewijd.

Meeslepende leesstof bieden deze boekjes zelden. Het verhaal begint gewoon bij het begin (`Jeanette Anna Louise, roepnaam Annet, Nieuwenhuijzen werd op 7 november 1930 in Utrecht geboren') en somt daarna netjes op wat de hoofdpersoon allemaal heeft gepresteerd. Het privé-leven komt alleen ter sprake als het relevant is voor de carrière – en dan nog uiterst discreet. Zo schrijft Smith weliswaar dat Annet Nieuwenhuijzen halverwege de jaren zestig werd getroffen door `depressiviteit met angststoornissen', maar waar die zo plotseling vandaan kwam – en hoe die weer verdween – vermeldt hij niet. Nadat de actrice hem had verzekerd dat het net zo goed `een zware griep' had kunnen zijn, wilde hij blijkbaar niet verder aandringen.

Ook in stilistisch opzicht is dit deeltje trouwens geen hoogvlieger; de mededeling dat ze `veel in haar toneelmars had', roept iets oubolligs op. En dat is allerminst passend voor een actrice die weliswaar haar eerste grote rollen in de klassieke toneeltraditie van de Haagse Comedie speelde, maar ook toen al wars was van theatrale opsmuk. Vaak werd ze geprezen om de zuiverheid van haar spel. Geen wonder, dat ze vervolgens moeiteloos meeging met de moderniseringen in het toneel. Op latere leeftijd bleek ze bovendien over een geraffineerd komedietalent te beschikken – zie haar subtiele moederrol in de tv-serie Oud geld van een paar jaar geleden, en haar hoofdrol in het toneelstuk Adem dat over twee weken in première gaat.

Veel van zijn waarde ontleent dit boekje aan alles wat er, tussen de bedrijven door, wordt verteld over de Nederlandse toneelgeschiedenis. Over de hiërarchie binnen een gezelschap als de Haagsche Comedie bijvoorbeeld, waar de acteurs in de bijrollen niet eens het complete script te lezen kregen, en vaak ook niet welkom waren als de hoofdrolspelers repeteerden. Als zo'n minder vooraanstaand acteur toch iets meer over het stuk wilde weten, antwoordde directeur Cees Laseur: `Dat gaat je geen sodemieter aan.' Typerend zijn ook de passages over de zitplaatsen in de tourneebus, en over de kleedkisten met avondtoiletten die meegingen als een van de grote namen uit het gezelschap zou worden gehuldigd – dan moesten alle medespelers na afloop van de voorstelling in smoking of in het lang ten tonele verschijnen.

En al net zo hiërarchisch waren de verhoudingen met het ministerie, zo blijkt uit het feit dat het Nieuw Rotterdams Toneel nog in 1966 schriftelijk toestemming moest vragen om `mevr. Annet Nieuwenhuijzen' in een hogere salarisschaal te plaatsen. De minister werd in zo'n geval geadviseerd door een ballotagecommissie van de Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen. `En hoewel de procedure omslachtig en tijdrovend was, kwam Nieuwenhuijzen wel degelijk voor de rest van haar loopbaan in groep III,' aldus Smith. Zulke inkijkjes in het toch nog tamelijk recente verleden maken veel goed.

Max Smith: Annet Nieuwenhuijzen actrice. Theater Instituut Nederland, 150 blz. €12,–