Wandelen in een sjoelbak

In Nederland bestaat geen vredig plattelandsleven meer. Stedelijke buitenwijken en Vinex-locaties kruipen steeds verder het vlakke land op. Nu ook nog de boerenstand er de brui aan geeft, lijkt het gedaan met de idylles van grazige weiden waar escapistische randstedelingen zichzelf graag mee troosten. Fotograaf Hans van der Meer trok voor deze krant afgelopen zomer kriskras door Nederland, van Emmer-Compascuüm naar Gemert-Bakel. In zijn net verschenen boekje Achterland, met eerder gepubliceerde foto's en nieuwe opnamen, heeft hij dat veranderende platteland afgegraasd. Niet met de blik van iemand die naar een arcadië zoekt, maar vooral naar al datgene wat in meer of mindere mate het arcadië verstoort. Vergeet het jaren-zestig-Kabouterland van rommelige erfjes, vervallen boerenhoeves en zelfgemaakte geitenkaas – Van der Meer brengt de buitensteedse moderniteit in beeld, kaal en scherp, in kleur, en zonder veel menselijk vertoon.

Hoe ziet die moderniteit eruit? Niet echt aantrekkelijk, schrijft Van der Meer, en daartoe levert hij een subtiele, visuele onderbouwing. Randstedelijke bedrijfsgebouwen lijken op symmetrische decorstukken, met een kleurtje hier, een geometrisch accentje daar, alsof ze uit een bouwkundige Wehkamp-catalogus geplukt zijn. Pleinen en rotondes worden opgesierd met oubollige sculpturen waarvan je je afvraagt of een lokaal manusje-van-alles aan werk geholpen moest worden. Een restauranthouder even buiten Oude Pekela pootte op een provinciaalse rotonde een stel plastic koeien neer, zodat automobilisten zich daar nu soms suf schrikken, schrijft Van der Meer, omdat een van die beesten over dreigt te steken.

Veel dorpse architectuur verraadt soberheid en nuchterheid. Er bestaat hier te lande een grondige hekel aan wildgroei, aan wat onbeheersbaar lijkt, dus er kunnen niet genoeg pleinen en gazons `gestofzuigd' worden. Maar wat vooral naar voren komt uit deze foto's is de angst voor de leegte en de intense behoefte aan knusheid. In Bovensmilde bijvoorbeeld is een onafzienbare rij ijzeren blauwe bogen over een fietspad geplaatst. Om automobilisten te waarschuwen dat ze de bebouwde kom inrijden, meent de gemeente – terwijl er naast die arcade een net zo onafzienbare rij van vrijstaande huizen staat. De gemeente Haaksbergen slaagde erin om een minuscuul plein vol te dumpen met veertien elementen, met banken, bakken, bomen en ijzeren bollen. En Cadzand maakte het zelfs zo bont om op een prettige autoloze straat een wandelboulevard te creëren door in het midden een smalle strook met talloze witte, hoge palen, betonblokken en plantenbakken af te zomen, zodat men zich daar blijkbaar in een sjoelbak mag voortbewegen.

Nee, echt vrolijk word je niet van deze visuele vervuiling, van de ver-Blokkering van tuinen en pleinen en de `verkunsting' van de openbare ruimte. De ruimtelijke inrichters moeten maar weer eens goed gaan kijken hoe een Frans dorpspleintje eruit ziet. Een paar van die bomen met uitwaaierende kruinen en daaronder een bankje. Hans van der Meer weet die reislust in hevige mate op te roepen.

Hans van der Meer: Achterland. De Verbeelding, 77 blz., €16,90