Verlos moslimvrouwen uit hun gevangenis

De eerste feministe was Mary Wollstonecraft, een radicale denkster over vrouwen- en mensenrechten. Zij zou een zegen zijn voor de huidige islamitische vrouwen in westerse culturen die vast worden gehouden in de kleine gevangenis (de koran) en manlief die zich daarop baseert. Vrouwen die geconfronteerd worden met gelegitimeerd geweld, zoals eerwraak en genitale verminking van meisjes, internationale vrouwenhandel, seksueel geweld, gedwongen zwangerschappen en gedwongen abortussen, zouden voor Wollstonecraft aanleiding geven voor een radicale aanpak. Die aanpak is noodzakelijk. Het VVD-Kamerlid Hirsi Ali probeert die muren van de gevangenis op een voortreffelijke wijze af te breken in de hoop dat de gevangen vrouwen hun vrijheid zullen vinden.

De opvattingen in de koran over man en vrouw staan de emancipatie van islamitische vrouwen in de weg. De relatief slechte positie van allochtonen, zowel man als vrouw is direct terug te voeren op het ontbreken van de emancipatie van islamitische vrouwen. Rede, kennis en deugd worden nauwelijks ontwikkeld. Wie vrouwen bovendien als onbelangrijk behandelt, onderdrukt hun talenten en bevordert disharmonie in het gezin wat weer een uitwerking heeft op de kinderen.

Het ontbreken van de emancipatie van de islamitische vrouw is de oorzaak van veel culturele problemen in onze samenleving. Islamitische mannen in Nederland moeten hun vrouwen de mogelijkheid geven zich te ontwikkelen, met als doel de ontwikkeling en integratie van de hele groep.

Bij de participatie van moslimvrouwen in de Nederlandse samenleving is een wereld te winnen. Relatief weinig allochtone vrouwen hebben een betaalde baan of zijn op andere manieren actief in de maatschappij. Ze worden kort gehouden door de koran en hun echtgenoten. Vooral laagopgeleide vrouwen die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheersen lopen achter. Het kabinet wil deze vrouwen uit hun maatschappelijke isolement halen en heeft een reeks van beleidsmaatregelen opgesteld.

De voorgenomen maatregelen staan in het plan van aanpak `Emancipatie en integratie van vrouwen en meisjes uit etnische minderheden' van het ministerie van Sociale Zaken. Het plan behelst zoals gewoonlijk een overvloed aan slappe plannetjes om de geïsoleerde vrouwen te bereiken. Veel te vaak lees ik inhoudsloos gezemel als ,,het aanstellen van contactpersonen in de wijk, het organiseren van buurt- en vrouwenactiviteiten, het organiseren van debatten en het organiseren van een landelijke campagne'' en meer van dit soort ongein. Slechts één punt heeft mijn interesse en sluit aan op een nog steeds actueel credo van gynaecologe Catharine van Tussenbroek: ,,Ik geloof, dat wij vrouwen in de eerste plaats te veroveren hebben: vertrouwen op en achting voor ons zelf. Ik geloof, dat wij die moeten veroveren langs den weg van ernstigen arbeid, die economische onafhankelijkheid geeft.'' Inderdaad, daar gaat het om: economische onafhankelijkheid. Ook Wollstonecraft zou zich zonder enige twijfel aansluiten bij deze gedachte.

In het `Plan van aanpak' is slechts één regel gewijd aan deze onafhankelijkheid, namelijk ,,de mogelijkheid voor gemeenten om betaalde functies te reserveren voor de vrouwen''. Echter, slechts een miniem bedrag van de budgetten is gereserveerd voor het scheppen van deze economische onafhankelijkheid. De pijlen van de politiek zijn veel te veel gericht op inhoudsloos soft geklets.

De emancipatie van moslimvrouwen is echter niet alleen zaak van de overheid, maar ook van het bedrijfsleven. Subsidies moeten niet langer gaan naar verkeerde radicale moskeeën of islamitische genootschappen, die het geld niet gebruiken voor integratiedoeleinden en al helemáál niet voor vrouwen in hun kleine gevangenis.

Emile F.J. Lancée is econoom.