Uren kijken naar hoe ze ligt te slapen

Reikhalzend is er uitgezien naar de nieuwe roman van de Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez, die met Honderd jaar eenzaamheid in 1967 het Latijns-Amerikaanse magisch realisme zijn definitieve gestalte gaf. Zijn laatste roman, Over de liefde en andere duivels, dateerde alweer van tien jaar terug. Het schrijven werd hem sinds die tijd moeilijk gemaakt door een ernstige ziekte, die hij twee jaar geleden met de publicatie van het dikke eerste deel van zijn memoires voorlopig leek te hebben overwonnen. Een kleine roman zou er komen, als een korte adempauze voor het schrijven van het tweede deel daarvan.

Nog voordat Herinnering aan mijn droeve hoeren in Latijns-Amerika in de boekhandel lag, werd de roman in roofdruk al overal aangeboden. Om de piraten dwars te zitten zou García Márquez op het laatste moment het slot een andere wending hebben gegeven. Dat was een broodje-aap verhaal (alleen een paar ongerechtigheden werden op het laatste moment nog gecorrigeerd), maar het illustreert wel de opwinding waarmee de publicatie van iedere nieuwe roman van de schrijver gepaard gaat. Geen Nobelprijswinnaar is in de afgelopen decennia zo liefdevol door het publiek omhelsd als hij.

Nu luttele maanden later ook de Nederlandse vertaling verschenen is, komt onwillekeurig de vraag op of al die ophef gerechtvaardigd was. Zoveel bladzijden als García Márquez in zijn memoires Leven om het te vertellen nodig bleek te hebben om pas de voorgeschiedenis van zijn roem te vertellen, zo weinig heeft hij voor zijn nieuwe roman overgehad. Met ruim honderd bladzijden is Herinnering aan mijn droeve hoeren eerder een novelle dan een roman. Van een bonte veelkleurigheid aan karakters is geen sprake, van een ingenieus gecontrueerd plot evenmin. Alles draait om de naamloze hoofdpersoon die op tamelijk simpele wijze het verhaal van zijn negentigste levensjaar vertelt en in de loop daarvan de ontdekking van zijn leven doet.

Exotisch is dat verhaal wel, vanaf het moment waarop de hoofdpersoon reeds in de eerste zin besluit zijn negentigste verjaardig te vieren met `een waanzinnige liefdesnacht met een jonge maagd.' Hij krijgt zijn cadeautje in de vorm van het veertienjarige meisje dat hij Delgadina noemt, maar dat hij in het bordeel waar hij haar heeft besteld niet weet te bezitten. Wel raakt hij in het daaropvolgende jaar, waarin hij haar steeds weer opzoekt en even vaak verliest, steeds meer in de ban van het meisje dat hij zonder haar aan te raken in haar slaap leert te bekijken. Zo ontdekt hij het genot van het pure zien en bewonderen, `zonder drang of begeerte'.

Tenslotte ontvangt hij uit de mond van een van zijn talloze voormalige minnaressen de vermaning die zijn leven zal veranderen: `Ga niet dood zonder het wonder te hebben beleefd te neuken uit liefde.' Voor de man die het bed uitsluitend gedeeld had met de honderden hoeren die hem – als de populairste klant in de bordelen van het Columbiaanse Baranquilla – `geen tijd lieten om een getrouwd man te zijn', is dat een openbaring. Alles lijkt plotseling op zijn plaats te vallen. De steeds verliefder columns die hij als journalist in een plaatselijke krant schrijft, worden niet voor niets de voorbeelden en inspiratiebron van alle verliefden van de stad. Ze zijn toegeschreven op het analfabete meisje dat zich aan het slot van het boek ook verliefd toont op hem. Zij zal hem behoeden `voor de ramp in zijn eentje te sterven', zoals zijn oude minnares hem opnieuw voorhoudt. En ze leert hem te zien hoeveel leven er nog resten kan na een negentigste, eenennegentigste of zelfs honderdste verjaardag.

Zo'n einde is een parabel waardig en Herinnering aan mijn droeve hoeren leest naarmate het verhaal vordert dan ook steeds meer als een moraliteit. Het bordeel met té jonge meisjes – bijna een literair topos in het werk van García Márquez – wordt gaandeweg een louteringsberg en parallel daaraan verbleekt ook de Caraïbische magie waarin het boek aanvankelijk gedompeld leek tot een sobere roes van wijs geworden levensinzicht. Bijna iedere persoon in het boek eindigt oud en wijs – en dat allemaal ook nog eens ten faveure van Delgadina, die als erfgename van haar verliefde minnaar én haar bordeelhoudster een fleurige toekomst tegemoet gaat.

Eind goed, al goed, maar de roman die Herinnering aan mijn droeve hoeren had moeten zijn, vaart daar nauwelijks wél bij. Het is alsof García Márquez in de bezwering van zijn eigen dreigende dood al het overbodige heeft willen weglaten uit een verhaal dat teruggebracht is tot zijn meest essentiële boodschap: het dagen van de ware, belangeloze liefde. De exuberantie die zijn vroegere romans vertoonden is hier verdwenen en ook de bonte stoet aan sprookjesachtige figuren die hen bevolkten is uitgedund tot een reeks schematische karakters. Maar één persoon krijgt vlees op de botten en dat is de verteller zelf: een weinig voorkomende figuur in het werk van García Márquez, die zelden van de ikpersoon gebruik maakt en dat – blijkens dit boek – beter had kunnen volhouden.

Het is niet de kleine omvang van Herinnering aan mijn droeve hoeren die verhinderd heeft dat het boek de hoogte van de beste romans van García Márquez bereikte. Zijn Kroniek van een aangekondigde dood was nauwelijks dikker maar werd toch een meesterwerkje. Het is alsof de moralist de romanschrijver hier in de weg gezeten heeft. Het thema van de liefde, dat tot in de titels toe in zoveel van zijn romans terugkeert, moest één keer van alle picareske lust en sensuele ondeugd worden ontdaan, om zuiver te verschijnen.

Het resultaat werd, tragisch genoeg, het omgekeerde. Liefde blijft in deze roman grotendeels een woord, terwijl de woorden die tot nu toe bij García Márquez garant stonden voor een bedwelmend vitalisme te vaak ontbreken. Onbedoeld gaat de roman daarmee als literair werk in tegen de boodschap die de schrijver zijn hoofdpersoon aan het slot laat formuleren. Het leven strekt zich niet steeds verder uit, maar wijkt allengs uit de woorden weg. Het boek eindigt krachteloos, alsof het de neergang van de ouderdom waartegen het zich verzet onwillekeurig moet erkennen. Misschien had García Márquez zijn slotparagrafen toch maar beter kunnen herschrijven.

Gabriel García Márquez: Herinnering aan mijn droeve hoeren. Vertaald uit het Spaans door Mariolein Sabarte Belacortu. Meulenhoff, 128 blz. €15,95