Sinterklaasgedicht

`Ik heb een gedicht gekregen in mijn schoen,' zegt Rintje. ,,Met een grote kluif van speculaas!''

,,Ik had ook een gedicht'', zegt Tobias. ,,En een worstje van marsepein. Wat had jij in je schoen, Henriette?''

,,Een pop van taaitaai'', zegt Henriette.

,,Geen gedicht?'' vraagt Rintje.

Henriette kijkt naar de grond. ,,Nou'', zegt Tobias. ,,Was er een gedicht bij?''

,,Jawel.'' Henriette is bijna niet te verstaan. ,,Maar niemand mag het lezen.''

,,Ik zal de mijne voorlezen'', zegt Rintje.

Pieterbaas gaf Sinterklaas een hintje: ga toch ook eens langs bij kleine Rintje. Het is een erg braaf hondje – waar vind je, een hond zo blij, zo lief, hij moet een lintje! Die Piet, die heeft gelijk dacht Sinterklaas, 't is een beste brave borst die Rint, maar helaas, al dat zoete, slimme en stoere gedrag, is iets wat Rintje ook wel eens vergeten mag. Daarom zegt de Sint, die wijs is en ook heel erg oud, lieve Rintje, wees het volgend jaar eens lekker stout!

,,Goh'', zegt Tobias. ,,Jij mag stout zijn van Sinterklaas, dat is fijn!''

,,Lees jouw gedicht eens voor'', zegt Rintje.

,,Het gaat over pesten'', zegt Tobias.

,,Hee Worstje! Buikschuiver! Ze roepen me na, waar ik ook loop of waar ik ook ga!

Ze zeggen: dat schelden dat doet toch geen zeer, maar de Sint weet wel beter, het is ongeveer, net als slaan, maar dan met woorden, je zou die pestkoppen wel willen vermoorden! Toch houdt Tobias teckel zijn ruggetje recht. De Sint is trots, ja heus, het is echt, je krijgt een medaille voor moed op je borst, en als extra traktatie een heerlijke worst!''

,,En nu jij hoor!'' zegt Rintje.

,,Jullie mogen me niet uitlachen'', zegt Henriette.

Rintje en Tobias beloven het plechtig.

,,Is er een spiegel, een glas, of een ruit,

waar ik kan zien of mijn beeldschone snuit

niet hoeft gekamd, gekruld, getoupeerd,

of er geen vet in mijn haar moet gesmeerd?

Ik kan er persoonlijk zo heerlijk van smullen

voor de spiegel te kijken hoe mijn krullen,

glanzen, zo blond, zo prachtig van kleur,

maar de Sint vind dat allemaal maar gezeur!

Henriette, zegt hij streng, je bent toch een hond?

Je moet in de modder rollen, dat is heel gezond.

Al die shampoos en olies zijn een gevaar,

smeer eens wat zand en wat vuil in je haar!

Duik in een plas, in een vuilnisvat,

iets wat zo vies is als je maar kan verzinnen,

je wordt misschien viezer van buiten, maar mooier van binnen!''

,,Je moet dus meer ravotten'', zegt Tobias. ,,En niet zo'n ijdeltuit zijn!''

,,En Tobias moet zich niets aan trekken van al dat gepest!'' zegt Rintje.

,,Kom'', zegt Henriette. ,,Nu gaan we lekker ons snoep opeten!''

EINDE