Partij kiezen voor de polder

Wil Albeda was negentien toen hij, samen met zo'n vijfduizend andere Rotterdammers, door de Duitsers werd opgepakt in twee grote razzia`s. Op transport naar dwangarbeid. Toen de geallieerden in 1945 de Rijn overstaken kreeg hij van Duitsers het advies naar het oosten te vertrekken. Hij koos de andere richting en ging naar het westen. Eenmaal bevrijd `liftte' hij mee met het Amerikaanse leger als tolk, nu wel oostwaarts. Na twee weken kreeg hij de keus: in dienst treden of terug naar Nederland. Hij ging terug. In het leger blijven, Amerikaan worden: `Het was niet bij me opgekomen om erop in te gaan', schrijft Albeda in zijn memoires getiteld Ik en de Verzorgingsstaat (let op de laatste hoofdletter). Een van zijn twee medeauteurs is Roelof Bouwman, die een ijzersterke biografie schreef van ARP/CDA-fractieleider Willem Aantjes, De laatste mannenbroeder.

Albeda maakte carrière in de eigen, gereformeerde zuil. Hij studeerde economie in Rotterdam (de Vrije Universiteit had nog geen economische faculteit) en werd de eerste economisch adviseur van de Christelijke Bouwarbeidersbond NCB, aangesloten bij het CNV. Op zijn dertigste (de minimum-leeftijd) werd hij plaatsvervangend lid van de Sociaal-Economische Raad, toen hét centrum van de sociaal-economische politiek. Hij liet zijn proefschrift uitgeven bij een uitgever die ook gelieerd was aan de zuil, schreef artikelen in de bladen van de zuil en trok het land in om de leden het beleid uit te leggen.

En werkende weg kwam Albeda in contact met de denkers en waterdragers van de andere zuilen. Zo smeedden de mannen aan de toppen van de zuilen hun compromissen. Wie denkt dat het poldermodel een uitvinding is van een paars kabinet en nergens toe leidt, moet dit boek overslaan. De schok is te groot.

De ideologie van het sociaal-economisch overleg is sterk christen-democratisch gekleurd: consensus van kapitaal en arbeid. Maar als het effectief is (dat wil zeggen: leidt tot arbeidsrust, loonstijgingen en/of banen) kan iedereen met de resultaten thuiskomen. In de jaren vijftig ging het fantástisch, net als in de latere jaren negentig. `Er was volledige werkgelegenheid', schrijft Albeda in 1955 in een oudejaarsbezinning in De Opbouw, een vakbondsblad. Alsof het een variant is op het scheppingsverhaal. De doem van de crisis uit de jaren dertig, van depressie en politieke polarisatie, was uitgebannen.

Macht

De memoires vertellen weinig over Albeda's privé-leven en zijn persoonlijke ervaringen met de welvaarts- en verzorgingsstaat, maar leveren aardige typeringen op en inkijkjes in de macht en de machtigen van toen – al had hij met name over de besluitvorming in crisistijd wel meer mogen onthullen. Maar Jelle Zijlstra bijvoorbeeld `wist alles, hij wist ook alles góed en ook nog eens béter dan anderen'. En we krijgen Albeda's ervaringen als kabinetsinformateur in 1973 met Juliana, die zo graag een kabinet-Den Uyl wilde. Hij is vol lof over Beatrix, maar is inmiddels republikein. Een erfelijke monarchie past volgens hem niet meer in een hoog-meritocratische samenleving.

Albeda was bij de geboorte, het hoogtepunt en de neergang van Nederland als industrieland en bij de opbouw en afslanking van de verzorgingsstaat. Als Philips-medewerker (1960/61) bereidde hij begin jaren zestig vestigingen voor in Terneuzen, Almelo en Stadskanaal. Die fabrieken zijn de afgelopen jaren weer gesloten of afgeslankt wegens Philips' beleid om de productie te verplaatsen naar lagelonenlanden. Precies in die jaren 1961/62 was de industriële werkgelegenheid op zijn hoogtepunt. In de jaren zeventig ging de neergang hard, en ook immense steunacties van het kabinet Van Agt, waarin Albeda minister was, veranderden daar niets aan.

Via de bouwbond, Philips, weer het CNV, de wetenschap en de Eerste Kamer (voor de ARP) kwam Albeda in 1977 als minister van Sociale Zaken terecht in het kabinet Van Agt. De overeenkomsten met de huidige minister van Sociale Zaken Aart-Jan de Geus zijn frappant: beiden CNV'ers in een centrum-rechts kabinet in crisistijd. De drie hoofdstukken daarover (47 pagina`s) beslaan minder dan een vijfde van de memoires. Dat had wel wat meer mogen zijn.

Teugels

De omslag van het economisch fortuin doet zich dan voelen: in Den Haag neemt de minister van Financiën de teugels. Dat is zo gebleven. Albeda wil dolgraag een breed sociaal akkoord sluiten met de vakbonden, maar vangt bot. Dat had tal van oorzaken. De percepties aan het Binnenhof verschilden te zeer van die bij de bonden in het land, binnen de bonden wedijverden bovendien realisten en loonopdrijvers, de arbeidsmarkt gaf lange tijd conflicterende signalen én binnen het kabinet Van Agt boterde het niet in de driehoek met Andriessen (Financiën, CDA) en Van Aardenne (Economische Zaken, VVD). In 1982 lukt het Albeda's opvolger wél om harde afspraken te maken met werkgevers en vakbonden. Dat zogenaamde akkoord van Wassenaar markeert de dageraad van het poldermodel, dat onder Paars ook als zodanig bekend werd.

Er is nog meer op te merken over de continuïteit van de CNV-ervaring in het landsbestuur. Zowel Albeda als De Geus etaleert een zekere zendingsdrang en een daaraan gekoppeld mensbeeld: de mensen moeten weg uit de uitkeringen, weg uit de zieligheid, weg uit de soft society, zoals Albeda het formuleert. Wie kan werken, moet werken, dat is de inzet van De Geus. En, schrijft Albeda: werkloosheid moet ook `een periode van herbezinning en heroriëntatie zijn en ook van herscholing'.

Na zijn periode in het kabinet stapt Albeda uit de politiek. Tussen hem en CDA-leider Lubbers lijkt weinig liefde verloren te gaan. Albeda gaat weer in de wetenschap en wordt bemiddelaar bij arbeidsconflicten in de publieke sector. Hij recruteert Pim Fortuyn voor de Albeda-leerstoel, krijgt mot met hem over het beslag dat zijn politieke ambities op zijn tijd leggen, maar wordt na de moord in 2002 wel lid van de raad van toezicht van de Pim Fortuyn Foundation. Om het gedachtegoed te bewaren, `hoewel iedereen het fout vond dat ik dat deed'. De vleesgeworden verzoener kiest partij.

Wil Albeda, met Roelof Bouwman en Maurits van den Toorn: Ik en de Verzorgingsstaat. Herinneringen van Wil Albeda. Boom, 270 blz. €19,50