Kiezen tussen studies

Als het aan universiteiten of hogescholen ligt, hebben ze allemaal `meerwaarde', `topkwaliteit' en `excellentie'. Toch komt de adviescommissie-Korthals tot de conclusie dat die `meerwaarde' vaak neerkomt op het halen van het gemiddelde niveau. Er zijn weinig onderlinge verschillen. Dat blijkt uit visitatierapporten of andere ranglijsten van hoger onderwijsinstellingen. De instellingen zijn gevangen in een uniforme overheidsbudgettering en hebben dezelfde toelatingseisen.

Het is goed dat sommige hogeronderwijsinstellingen uit deze eenvormigheid losbreken door te experimenteren met hogere toelatingseisen of hoger collegegeld. Daar moet dan wel een bovengemiddelde opleiding met goede vooruitzichten tegenover staan. Dan maken de studenten des te meer kans om na afloop hun hogere studielening af te betalen. Andere hogescholen eisen geen diploma's van vooropleidingen, maar hanteren een eigen selectiesysteem. De commissie-Korthals adviseert de minister over de plannen die moeten worden goedgekeurd en gesubsidieerd. Volgende week valt het besluit.

De Universiteit Leiden maakte als eerste plannen bekend om studenten te selecteren. De commissie vindt dat Leiden dat bij vijf studies mag gaan doen. Alleen de voorselectieaanvraag voor de rechtenstudie werd afgekeurd en dat is spijtig voor een faculteit met veel studenten die ooit toonaangevend was.

De drie nieuwe university colleges, algemeen vormende driejarige Engelstalige bachelor-opleidingen met hogere toelatingseisen in Utrecht, Middelburg en Maastricht kregen ook steun van de commissie. Dat is terecht, ook al is prof. H.P.M. Adriaansens betrokken bij twee van de mede door hem gehonoreerde drie colleges. University colleges zijn een uitkomst voor getalenteerden die het moeilijk vinden om zich al direct na hun middelbare schooldiploma op een studierichting vast te leggen. De noodzaak tot vroege specialisatie is een nadeel van het continentaal Europese universitaire systeem. Twijfelende generalisten vallen dan terug op rechten of een toevallige modestudie. Afgestudeerden aan algemeen vormende colleges komen ook in bètavakken terecht.

De commissie-Korthals beloont initiatief en dat is beter dan het van bovenaf opleggen van bureaucratische hervormingsplannen. Diversiteit in opleidingen en studierichtingen bevordert de concurrentie. Niet iedere instelling moet aan de top willen staan. Studenten kunnen dan kiezen tussen zwaardere of lichtere, goedkopere of duurdere, meer of minder schoolse versies van een studierichting. Daar hebben ze meer aan dan aan weer een nieuw studiefinancieringssysteem dat hen in staat stelt elk jaar van opleiding te wisselen. Concurrentie heeft alleen zin als er duidelijk onderscheid is in kwaliteit, tempo en doelstellingen van opleidingen.