Kauwtjesbom

Speciale smulbossen aanleggen voor allochtonen? Nergens voor nodig, elk bos is een eldorado voor smulpapen die houden van bijvoorbeeld tamme kastanjes.

Het projectiel schoot rakelings langs haar hoofd. ,,Krijg nou wat'', krijste het bevallige deerntje, terwijl zij een luchtsprong maakte. De bom rolde over de stoeptegels richting goot en ik schoot in de lach. Zij draaide zich om en siste: ,,Deed u dat?''

Zoals gebruikelijk wist ik van de prins geen kwaad, keek naar boven, naar links en rechts – geen terrorist in zicht. Zag alleen een groep schuddebuikende scholieren die hun middagpauze gebruikten om onze dorpswinkel op stelten te zetten. ,,Misschien is het een uiting van genegenheid van je puistkoppige kompaantjes'', bromde ik.

,,Mwah, ik wor zooo moei van hun, zeg maar.''

De bron des onheils, wijsneusde ik, is de walnootboom die een halve kilometer verderop in het weiland staat. Kauwtjes zijn, in tegenstelling tot bonte kraaien en roeken, zo slim een noot van grote hoogte op de stoep voor de dorpswinkel te laten vallen. Meestal doen ze dat rond de dageraad of tijdens de schemering. Soms breekt de bast open; soms niet. Ik wilde de compositietechniek van John Cage uitleggen, toen ze me onderbrak: ,,Maar het is half één 's middags!'' Antwoord: nood breekt wet en bovendien doen dieren niet aan zomer- of wintertijd. Nee, de rijweg als notenkraker gebruiken hebben ze afgeleerd, te veel auto's en tractoren, dus te gevaarlijk. Een zandpad is te modderig.

Smulbossen aanleggen voor allochtonen was een plan dat onlangs aanleiding gaf tot algehele hilariteit. Terecht, want elk bos, zelfs elke bosschage, is een eldorado voor smulpapen van allerlei pluimage, alloch- of autochtoon, gevederd of ruigbehaard, twee- of vierbenig. In het aan Duitsland grenzende deel van de Achterhoek was vorige maand sprake van een heuse invasie van paddestoelplukkers.

Godlof is mijn atelier, in het buitengebied gelegen, onvindbaar, want verscholen en gerugdekt door een bos en twee eeuwenoude tamme kastanjebomen. In de tuin staan twee peren- en drie hazelnootbomen plus een antieke appelboom. Om maar te zwijgen over bramen-, frambozen-, rode- en zwarte- en kruisbesstruiken.

In het weitje van de buurmanboer, waar hij schapen houdt, staat een enorme walnootboom. Dit jaar oogstte hij meer dan tweeduizend noten – ik kreeg een emmer met vijfhonderd van vorig jaar. Elk jaar raap ik tientallen kilo's kastanjes en verdeel die traditiegetrouw over intimi. Zij kennen mijn omnipotente recept:

- verwijder de stekeligheid

- snij met gekarteld mes een kruis in het zachte deel (= grijs)

- kook twintig minuten (geen zout)

- afkoelen, daarna pellen

Tamme kastanjes zijn, net als natte walnoten, een traktatie in combinatie met spruitjes en bosworteltjes. Geen dier lijdt eronder en de kauwtjes redden zich wel. Net als het gehoofddoekte deerntje dat in de lucht sprong.