`Ik kan Barroso zeggen wat ik denk'

Voorzitter Barroso van de Europese Commissie koos een fervent federalist als `speciaal adviseur'.

Naast een kast vol boeken over Europa, waar hij er zelf trouwens een aantal van heeft geschreven, staat een weekendtas. Dusan Sidjanski, professor-met-emeritaat van het Europese Instituut van de Universiteit van Genève, reist al jaren de wereld over om te spreken voor denktanks en prestigieuze universiteiten als Princeton, Harvard of de Sorbonne. Maar tegenwoordig vliegt hij het meest naar Brussel. José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, heeft hem onlangs benoemd tot zijn `speciale adviseur'.

,,Een eer'', vindt Sidjanski (78). Toch komt deze benoeming niet uit de lucht vallen. Barroso studeerde begin jaren tachtig in Genève bij Sidjanski. Later werd hij Sidjanski's assistent. Zijn voormalige mentor, die één van de meest uitgesproken pro-Europeanen van Zwitserland is – hij is actief in fora die de toetreding van Zwitserland tot de EU propageren, en is directeur van het Centre Européen de la Culture in Genève – vertelt dat ze jaren een kamer hebben gedeeld. ,,Ik had niet genoeg kamers voor alle assistenten. Zelf had ik een enorme kamer waar wel iemand bij kon. De vraag was: wie? Instinctief koos ik Barroso. We zijn goede vrienden geworden.''

Die opmerking is haast overbodig. Overal in Sidjanski's kantoor staan foto's van hem met Barroso: uit de periode dat Barroso minister van Buitenlandse Zaken van Portugal was, later toen hij premier werd (2002), en een recente foto, van na diens benoeming tot voorzitter van de Europese Commissie.

Wat doet een `speciale adviseur'?

Sidjanski: ,,Die geeft ongezouten zijn mening. Ik ben een professor van buiten. Ik kan zeggen wat ik denk. Hij zal van mij misschien andere dingen horen dan van zijn medewerkers, die op de payroll van de Commissie staan. Verder zal ik speciale missies en projecten voor Barroso doen. Vooral op het gebied van het Europese onderwijs en de Balkan [Sidjanski werd in Belgrado geboren, woont sinds 1943 in Zwitserland en heeft de Zwitserse nationaliteit, red.], en over de toekomst van Europa.''

U bent een federalist.

,,Ja. Al decennia woedt er in Europa een conflict tussen federalisten en intergouvernementalisten. De laatsten zien de toekomst van Europa vooral als samenwerkingsverband tussen lidstaten. In hun ogen moeten regeringen het in de EU voor het zeggen hebben. Voor federalisten, zoals ik, is dit een doodlopende weg. Ten eerste kan de EU nooit een politieke eenheid worden als nationale belangen zo'n cruciale rol blijven spelen. Dan blijft de EU een economische club, meer niet. Ten tweede is een intergouvernementeel Europa niet democratisch. Ministers of staatshoofden zijn voor onderlinge besluiten geen verantwoording schuldig aan het Europees Parlement, de Europese Commissie wél – die kan vrijwel niets zonder goedkeuring van het Parlement.''

Dat is wel gebleken. Het Parlement accepteerde één van Barroso's commissarissen, de Italiaan Buttiglione, niet. Heeft hij een misrekening gemaakt?

,,De heer Buttiglione was niet te managen. De helft van de parlementariërs ook niet. Ik denk dat Barroso er wel van geleerd heeft. Ik hoor net van een Griekse europarlementariër dat ze voor het eerst van haar leven door een eurocommissaris is gebeld. Hij wilde een afspraak maken. `Ik kom wel naar u toe', zei ze. `Nee', zei hij, `ik kom naar ú toe.' Barroso heeft zijn commissarissen gezegd: `De Commissie is nergens zonder het parlement. Ik wil dat jullie je daar persoonlijk voor inzetten'.'' [Vervolg SIDJANSKI: pagina 4]

SIDJANSKI

'Op de lagere scholen in Europa is een revolutie nodig'

[Vervolg van pagina 1] De enige methode om de macht van de lidstaten te keren, zegt men weleens, is als Commissie en parlement de handen ineen slaan.

,,Mee eens.''

In uw boek `The Federal Future of Europe' staat: als de Commissie meer te zeggen krijgt over buitenlandse politiek, krijgt de búrger ook meer te zeggen.

,,Natuurlijk. Uit peilingen blijkt dat de burger dat ook wil: meebeslissen over de toetreding van Turkije, of het vredesproces in het Midden-Oosten.''

De perceptie van de burgers is veeleer: de Commissie heeft te veel macht.

,,Dat komt deels uit onkunde voort en deels omdat hun regeringen tegen hen zeggen: `Dat heeft de Commissie bedisseld, wij wisten daar niets van!' Burgers moeten beter worden opgevoed. Je kunt dat niet aan regeringen overlaten. Die geven vaak af op de Commissie. De Commissie tast hun macht immers aan. Als adviseur van Barroso wil ik hard werken aan een onderwijsrevolutie in Europa. Alleen als burgers zich meer Europees voelen, heeft de EU een kans.''

De Commissie heeft niets te zeggen over onderwijs in de lidstaten.

,,Nee, maar ze kan wel politieke visies ontwikkelen, wat onder Prodi te weinig is gedaan. De EU moet investeren in `Europeaness'. De Europese regeringsleiders hebben zelf in 2000 in Lissabon gezegd dat de EU de boot economisch mist als ze niet snel samen investeren in wetenschap en onderwijs. Lees het rapport van Wim Kok er maar op na. We hebben Europese doctoraalstudies, post-doctorale opleidingen en onderzoekscentra nodig om de brain drain naar Amerika te stoppen. Maar de echte revolutie moet zich op lagere scholen afspelen. Kinderen moeten onafhankelijk leren denken. Er is een onderwijsmethode, `La main à la pâte', die in Frankrijk, Zweden en een deel van Zwitserland wordt gebruikt, en in heel Europa ingang zou moeten vinden. Ze is ontwikkeld door twee Nobelprijswinnaars, en leert kinderen dat kennis niet gebaseerd moet zijn op verhalen die ze horen, of aannames, maar op keihard bewijs. Ze leren vragen stellen, doordenken. We gaan alle EU-ministers van Onderwijs naar dit soort scholen slepen.''

Wat heeft dit met `Europeaness' te maken?

,,Europese burgers zijn kritische burgers. Het is belangrijk om je nationale geschiedenis te kennen. Maar je moet ook openstaan voor àndere lezingen over oude veldslagen, nieuwsgierig zijn naar het verhaal àchter die minister die weer zegt dat `Brussel dit allemaal bedisseld heeft'. Pas dan kan, zeg, een Nederlander zich óók een beetje Europees voelen. Neem ook de pers. Er wordt gelukkig meer over Europa geschreven dan vroeger. Maar veel van die verhalen zijn zó nationaal. De focus is bijna altijd: `wat schiet ons land hiermee op?', of `wat kost het ons?'. Zo krijgt de burger dag in, dag uit Europa door een nationale bril gepresenteerd.''

U vertelt dit allemaal aan Barroso. Luistert hij ook naar u?

(Lacht fijntjes) ,,We praten hier al jaren over. Als hij het niet meer zou willen horen, had hij me niet benoemd, denk ik zo.''