Het tragische continent

De lotgevallen van helden uit de tragedie bieden inzicht in actuele gebeurtenissen. Het drama van de moord op Theo van Gogh is te herkennen in `Antigone' van Sophocles, met Ayaan Hirsi Ali in de titelrol.

Sinds de moord op Theo van Gogh heerst de angst dat de strijd tussen geloof en rede een nieuwe, en tegelijkertijd ouderwets gewelddadige fase is ingegaan. Die strijd is niet nieuw. In zijn vorig jaar november in Tilburg gehouden Nexus-lezing De idee Europa stond George Steiner uitvoerig stil bij de tweevoudige erfenis van de Europese cultuur, die verbonden is met de namen Athene en Jeruzalem. De idealen van de joods-christelijke traditie en die van de rationalistische geest, die sinds de Renaissance en Verlichting het aanzien van Europa steeds sterker is gaan bepalen, hebben van meet af aan op gespannen voet gestaan. Hoewel de tijd dat de strijd op de brandstapel werd uitgevochten achter ons ligt en christendom en rationalisme gekozen hebben voor een min of meer vreedzame coëxistentie, staan de principes nog scherp tegenover elkaar. De turbulente gebeurtenissen van de afgelopen maand lijken de strijd weer op de spits te drijven en oude en nieuwe Europeanen opnieuw voor een fundamentele keuze te plaatsen: Athene of Mekka.

De tegenstelling tussen monotheïstisch geloof en verlichte ratio levert een overzichtelijk plaatje op, maar de realiteit is complexer. Christendom en Verlichting gaan soms onverwachte allianties aan. Zo verbaasde Verlichtingsfan Frits Bolkestein vriend en vijand met de stelling dat de waarde van de Europese cultuur `misschien wel in de eerste plaats' in de joods-christelijke traditie ligt. Nu verkondigde hij deze stelling in de context van het mede door hem geïnitieerde debat over de islam. Men zou in eerste instantie kunnen denken dat we hier te maken hebben met een oprisping van een `eigen irrationalisme eerst'-sentiment. Maar Bolkesteins versie van de Verlichting vertoont op althans één punt een opmerkelijke overeenkomst met meer fundamentalistische stromingen in het christendom, die momenteel onder leiding van Bush jr. de boventoon voeren in de VS, en met de islam, zoals die wordt gepraktiseerd op het Arabisch schiereiland.

Kenmerkend voor fundamentalisme is het geloof te beschikken over principes met een universele geldigheid waaraan op geen enkele manier getornd kan worden. Een dergelijk fundamentalisme leidt de Tilburgse imam Ahmad Salam, die weigerde minister Verdonk een hand te geven, maar wordt net zo openhartig door Bolkestein beleden. Zo stelt hij in zijn Multatuli-lezing in 2000: `Scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, verdraagzaamheid en non-discriminatie zijn beginselen die weliswaar producten van de Europese geschiedenis zijn, maar waarvoor het liberalisme universele geldigheid en waarde claimt.' Nadat hij heeft gewezen op de povere staat van dienst van de islam op deze punten, vervolgt hij, iets minder verdraagzaam: `Hier eindigt dus de dialoog en dient stelling te worden genomen. De hiervoor genoemde beginselen zijn niet onderhandelbaar. Daar kan niet mee gemarchandeerd worden. Ook niet een klein beetje.' Vice-premier Gerrit Zalm ging na de moord op Van Gogh zelfs zover het woord oorlog in de mond te nemen.

Ik onderschrijf de door Bolkestein genoemde principes van harte. Wat me verontrust, is de dogmatische toon. Juist van liberalen die zich bij herhaling op Kant beroepen, zou men een radicale bereidheid mogen verwachten ook de eigen vooronderstellingen en vooroordelen ter discussie te stellen. Dat Bolkestein en veel andere zelfverklaarde `Verlichtingsfundamentalisten' die bereidheid niet tonen, hangt wellicht samen met het wereldbeeld dat zij met religieuze fundamentalisten delen: er is één universele waarheid (die van God, Allah of de Rede), op basis waarvan waarheid en leugen, goed en kwaad, schoonheid en lelijkheid zich ondubbelzinnig laten vaststellen. Helaas zit de wereld niet zo simpel in elkaar. In `the global village' worden we voortdurend, en sinds 9/11 steeds gewelddadiger, geconfronteerd met een veelheid van tegengestelde waarheden, waarden en smaken. Dat wijst geenszins, zoals Wedergeboren Verlichters als Michaël Zeeman triomfantelijk menen te mogen concluderen, op het failliet van het cultuurrelativisme. Integendeel: het bevestigt juist hoe radicaal de verschillen feitelijk zijn!

Dat betekent natuurlijk niet dat er geen kritiek mogelijk is. Men kan ervoor kiezen bepaalde beginselen en wetten met hartstocht tegenover andere te verdedigen. Wel noopt het tot een erkenning van de tragische dimensie die de botsing van onverenigbare beginselen kenmerkt. Temeer omdat zo'n `clash' van beginselen zich niet alleen tussen culturen kan voordoen, maar ook, zoals de voor Europa kenmerkende spanning tussen christendom en rationalisme leert, binnen een cultuur. En zelfs tussen beginselen binnen één enkele traditie. Zo laten de gebeurtenissen van de afgelopen maand zien hoe de in de grondwet verankerde beginselen van non-discriminatie en vrijheid van meningsuiting met elkaar in botsing kunnen komen. Er kan zelfs een ondragelijke spanning optreden binnen één enkel beginsel, bijvoorbeeld wanneer men zich gedwongen voelt onverdraagzaam te zijn jegens personen of groepen die onverdraagzaamheid prediken of praktiseren, en daarmee precies datgene bewerkstelligt wat men zou willen vermijden.

Als we de draagwijdte hiervan willen vatten, dienen we onze blik te richten op een derde traditie. Een traditie die misschien nog wel meer dan christendom en rationalisme Europa van de andere continenten onderscheidt. Ik doel op het tragische wereldbeeld, zoals dat in de tragedies van Aeschylus, Sophocles en Euripides zijn klassieke uitdrukking vond en in het werk van auteurs als Shakespeare, Lessing, Ibsen en Sartre zijn moderne en in toenemende mate seculiere gestalte heeft gekregen. Nu doen tragedies zich vanzelfsprekend ook buiten Europa voor. Vroeg of laat klopt het noodlot bij ieder mens aan de deur. Wat deze tragische traditie onderscheidt, is de houding die tegenover het noodlot wordt ingenomen.

Tragedies zijn er in vele soorten en maten, maar alle voeren ze personages ten tonele die worstelen met een fundamenteel probleem. Daarbij dreigen ze verscheurd te geraken tussen tegenstrijdige omstandigheden, motieven, wetten en/of beginselen. Aan de inzet van tragische helden hoeft niet te worden getwijfeld. Als zij in hun worsteling ten onder gaan is dat doorgaans niet door een gebrek aan vastberadenheid (Hamlet is de uitzondering die de regel bevestigt), maar juist door de onmenselijke grootsheid van hun inspanningen. Hun tragiek is er in gelegen dat zij met en ondanks hun eigen verantwoordelijkheid meegesleurd worden in een noodlottige reeks gebeurtenissen. Door misrekening (hamartia), verblinding door het eigen gelijk (ata) of overmoed (hybris) laadt de tragische held een even onbedoelde als onvermijdelijke schuld op zijn schouders.

De lotgevallen van de tragische helden uit het verleden zijn vaak opvallend actueel. Een goed voorbeeld daarvan is Antigone in de tragedie van Sophocles. Nadat haar broers Etéokles en Polyneikes elkaar in een tweegevecht om de macht hebben gedood, besluit haar oom Kreon, de regent van Thebe, dat de getrouwe Etéokles met alle eer begraven zal worden, terwijl de verrader Polyneikes buiten de stadsmuren moet worden achtergelaten als aas voor de vogels. Antigone vindt het haar heilige plicht haar broer de laatste eer te bewijzen. Terwijl haar zus Ismene en haar verloofde (en Kreons zoon) Haimon de zaak proberen te sussen, zet Antigone koppig haar plan door. Kreon wordt steeds halsstarriger. Ook hij heeft zo zijn principes. Hij kan geen subversieve daden tolereren, zelfs niet – juist niet – van een familielid. Terwijl het koor in zijn becommentariërende tussenzangen de ontzaglijkheid van de mens en de kwetsbaarheid van de menselijke beschaving bezingt, en de blinde ziener Teiresias Kreon tot inzicht probeert te brengen, ontrolt zich een spiraal van geweld. Nadat Antigone Polyneikes niet één- maar voor de zekerheid tweemaal de laatste eer heeft bewezen, wordt zij levend begraven. Kreons zoon Haimon en zijn vrouw Eurydike plegen zelfmoord en Kreon blijft ontredderd achter. Terwijl Kreon met zijn gevolg het toneel verlaat, besluit het koor de tragedie: `In streven naar geluk staat inzicht ver vooraan/ in niets mag men der goden eer kleineren/ grootsprekers oogsten ergste blaam/ op hoge leeftijd krijgt men dat te leren.'

Antigone is geen strijd tussen `good guys' en `bad guys': Antigone is geen voorbeeldige Hollywoodheldin die eenzaam strijdt tegen `the Empire of Evil'. Ze zegt uit liefde voor haar broer te handelen, maar in haar koppigheid is ze ronduit liefdeloos jegens haar oom Kreon, en ook jegens haar zus Ismene en haar verloofde Haimon. Kreon valt te prijzen om zijn pogingen in het door burgeroorlog gehavende Thebe het schip van staat op de juiste koers te houden. Maar zijn gebrek aan bestuurlijke souplesse leidt er uiteindelijk toe dat hij de ondergang van de staat juist dichterbij brengt. Door de ambiguïteit van beide hoofdpersonen kunnen we ons met beiden identificeren. We ervaren, zoals Aristoteles opmerkt in zijn Poetica, zowel medelijden als vrees, omdat we beseffen dat ons hetzelfde kan overkomen. Maar uiteindelijk – vaak, maar gelukkig niet altijd te laat – treedt er ook een loutering (catharsis) op, zowel bij de tragische held als bij de toeschouwer. De tragedie brengt ons tot het inzicht dat absolute principes misschien aardig zijn voor de goden, maar dat wij ons moeten hoeden voor verblinding, misrekening en overmoed. We moeten leren leven met de beperktheden, de tegenspraken en de pijn die zijn verbonden met de eindigheid van het menselijk bestaan.

Met dit inzicht staat de tragedie tegenover het christendom en de islam – verhalen met de belofte van een `happy end' en in dat opzicht eerder behorend tot het genre van de komedie. Maar de tragedie staat evenzeer tegenover het optimisme van de Verlichting. Het tragische inzicht kan het leed in de wereld niet wegnemen, maar het kan helpen te voorkomen dat we meer leed teweegbrengen dan onvermijdelijk is. Als haar eigen tragische geschiedenis Europa iets heeft geleerd, dan is het dat we zorgzaam moeten omspringen met het menselijke geluk. En dat we mededogen moeten hebben met degenen die de klappen van het lot te verduren krijgen. Men kan deze houding humanistisch noemen en bijvoorbeeld verbinden met de Europese verzorgingsstaat, maar ze heeft ook een bedding gevonden in niet-fundamentalistische vormen van christendom, islam en Verlichting. Het is de houding waarmee Europa zich onderscheidt van de Verenigde Staten. Deze jonge natie heeft Europa zowel in religieus fundamentalisme als in rationalistisch vertrouwen in de maakbaarheid van de wereld ruimschoots overtroffen, daarvan getuigt de tragedie in Irak. Maar evenmin als hunislamitisch-fundamentalistische bondgenoten en vijanden lijken de VS open te staan voor tragische wijsheid.

Als we Europa het tragische continent mogen noemen, dan doen we dat in de hoop dat die traditie ons iets kan leren. Bijvoorbeeld over de multiculturele samenleving, die in Europa, en sinds de moord op Van Gogh ook in Nederland, een steeds grimmiger karakter krijgt. De gebeurtenissen in Nederland doen in meer opzichten denken aan die in Antigone. De rolverdeling zal sterk afhangen van het gekozen perspectief. Vanuit het verlichte perspectief speelt Ayaan Hirsi Ali de rol van Antigone (hoewel ook andere `afvalligen' zoals Afshin Ellian deze rol met verve vertolken). De rol van Kreon wordt vertolkt door orthodoxe imams als el-Moumni en Salam. Mohammed B. en Van Gogh treden op in de rollen van Etéokles en Polyneikes (dat Etéokles in de actuele versie overleeft, lag niet in de bedoeling). Gematigde moslims als de Amsterdamse wethouder Ahmed Aboutaleb bezetten de rollen van Haimon, Ismene en Eurydike. De rol van de blinde ziener Teiresias, die de boel wanhopig bij elkaar probeert te houden, is Job Cohen op het lijf geschreven. Met de vaderlandse pers als het veelstemmig koor lijken dan alle elementen aanwezig te zijn om het `multiculturele drama' om te vormen tot een 'multiculturele tragedie'.

In deze rolbezetting kan men slechts bewondering hebben voor de inzet van Hirsi Ali. Voor haar radicale kritiek op de orthodoxe, vrouwonderdrukkende islam zet ze, net als Antigone, niets minder dan haar leven op het spel. Inmiddels dreigt ook zij levend begraven te worden in een safe-house. Tegelijkertijd bekruipt ons ook hier het unheimliche gevoel dat zij op ramkoers ligt en vrezen we de catastrofale logica van het geweld. Vanzelfsprekend heeft Hirsi Ali het recht en na de dood van Van Gogh misschien zelfs de plicht haar kritiek te uiten, maar het tragische is dat ze ook niet zonder schuld is. Tegen haar intenties vormt ze een schakel in de spiraal van geweld. Net als Antigone bevindt ze zich voorbij de simpele tegenstelling tussen schuld en onschuld. Maar geldt dat ook niet voor de goedwillende moslim, die, wanneer van hem op hoge toon wordt geëist openlijk afstand te nemen van zijn traditie, de tegenovergestelde richting inslaat en gaandeweg radicaliseert? En doet, in een alternatieve rolbezetting, minister Rita Verdonk niet sterk denken aan Kreon, toen ze, zoals Selma Leydesdorff vorige week in deze krant opmerkte, haar bestuurlijke prudentie liet varen en imam Salam na zijn weigering haar een hand te geven in het openbaar vernederde? Ook het bonte koor van journalisten en opinieleiders gaat in deze tragedie niet vrijuit wanneer ze met vaak onverholen gretigheid hun olie op het vuur spuiten. Het verst daarin ging Andries Knevel, die zijn gast Abdul-Jabbar van der Ven de provocerende doodswensen zowat in de mond propte.

De confrontatie met een gewelddadig islamitisch-extremisme stelt, net zoals de links-extremistische Baader-Meinhofgroep dat enkele decennia geleden deed, het fragiele evenwicht van de Europese cultuur danig op proef. De vraag is niet of, maar hoe we deze uitdaging tegemoet treden. Moeten we de ramkoers vervolgen, zoals de Duitse Bundesinnenminister Otto Schily lijkt te doen? Hij beantwoordde de provocerende uitspraak van de plegers van de terroristische aanslag in Madrid – `Jullie houden van het leven, wij van de dood' – met een ferm `Wer den Tod liebt, kann ihn haben!'. Of kiezen we voor een minder heroïsche weg? Wanneer we liever de verworvenheden van de Europese cultuur koesteren – behalve vrijheid en non-discriminatie zijn dat vooral ook mededogen en solidariteit – dan doen we er goed aan de tragische traditie in gedachten te houden. Een traditie die niet alleen waarschuwt voor de catastrofale logica van het geweld, maar ons ook de ogen opent voor de zegeningen van het polytheïsme, dat – in geseculariseerde vorm als trias politica – misschien nog wel meer dan de Verlichting heeft bijgedragen aan het pluralisme dat het tragische continent Europa zo aantrekkelijk maakt.

En laten we vooral ook de tragische ironie voor ogen houden. De tragische held bewerkstelligt precies het tegenovergestelde van wat hij beoogt. Die ironie roept niet alleen medelijden en vrees op, maar is vaak ook lachwekkend. Tragische humor is wanneer men desondanks lacht. Weinig dingen werken zo deëscalerend als het samen kunnen lachen om de principes en vooroordelen van zichzelf en de ander. Een tragikomedie als Shouf shouf habibi, die zowel de achterlijkheid van de allochtonen als de hufterigheid van de Hollanders aan de kaak stelt en bij beide groepen een groot succes was, draagt misschien meer bij aan de integratie dan op hoge toon gevoerde principiële debatten. Voor een op Monty Python gebaseerde Life of Ahmed is het waarschijnlijk nog wat te vroeg, maar aan een vervolg op Shouf shouf habibi is volgens mij momenteel meer behoefte dan aan de serieuze film over de multiculturele samenleving waaraan regisseur Albert ter Heerdt nu de voorkeur zegt te geven. En ook Hirsi Ali's Submission II zou best wat meer humor kunnen gebruiken. Theo had het ongetwijfeld zo gewild.

Gelukkig lopen niet alle tragedies slecht af. Soms komt inzicht net op tijd. Dat heeft niemand beter gezien dan de zestiende-eeuwse humanist Michel de Montaigne, toen hij schreef dat hij voor zijn overtuiging bereid was tot aan de brandstapel te gaan, maar beslist geen stap verder. Het lijkt mij tijd voor een pas op de plaats.

Zie voor de met verwijzingen aangevulde versie van dit artikel: www.demul.nl

European Intellectual Summit: http://www.nexus-instituut.nl/