Het beeld

Precies dertig dagen domineerde de moord op Theo van Gogh en de nasleep ervan de Nederlandse televisie. De dood van een andere vrijbuiter neemt nu alle aandacht in beslag, zolang het duurt. Postuum bewijst prins Bernhard het nut van een koningshuis in moeilijke tijden, als een symbool waar het volk zich omheen kan scharen.

Sinds de Tweede Wereldoorlog vervulde de prins die functie bij uitstek voor oorlogsveteranen, als een portret op het dressoir. In de uitnemende follow-up die NOS Actueel gisteren aan het leven van Bernhard wijdde, noemde historicus Geert Mak de veteranen `een vergeten groep', omdat Nederland geen militaire traditie kent. Voor de verzetsmensen, militairen en BS'ers uit de jaren veertig was Bernhard hun oude baas, die via korte lijnen met hen verbonden bleef en persoonlijk grote en kleine problemen kon oplossen. Zo werd hij niet alleen een historisch symbool, maar ook een voorbeeld hoe je zonder bureaucratie dingen zou kunnen regelen. `De baas' was een aanraakbare mythe en een model voor overzichtelijk regeren in een ingewikkelde samenleving.

De documentaire Het defilé van Michiel van Erp, opgenomen in de meidagen van dit jaar bij diverse herdenkingen, toonde haarscherp de tragiek van de stramme oude mannen, het gestolde venijn van mensen die zich niet serieus genomen voelen en de schoonheid van hun hardnekkige loyaliteit. Van Erp, onder meer bekend van de documentaire Prins Claus - Op handen gedragen, is een scherp en barmhartig observator van het menselijk tekort. Eergisteren verdronk zijn ook al mooie documentaire Un cuore perduto - over een melodramatisch mislukte harttransplantatie op Sardinië – in een zee van actualiteiten.

De verdieping die Maartje van Weegen in de tweede avond over Bernhard aanbracht was weldadig. Haar gasten, Geert Mak en `beoogd biograaf' Robbert Ammerlaan keken mee naar oude en nieuwe reportages over de Bilderbergconferenties, de affaires Greet Hofmans en Lockheed. Er werden interessante kwesties aangekaart: was de prins altijd al een `inlichtingenman', die in spionagekringen verkeerde? Heeft Harry van Wijnen gelijk in zijn boek De prins-gemaal dat een slordige inburgering in 1936 ten grondslag ligt aan wat een lid van de commissie-Donner noemde ,,een volkomen onderontwikkelde kennis van de fundamenten van het staatsbestel''? Of had de prins gewoon geen affiniteit met politiek?

In het gisteren aangekondigde interview in De Groene van de prins met de ook al overleden Martin van Amerongen typeert Bernhard zichzelf aan het slot als ,,eerlijk gezegd altijd een jongen van elf gebleven'', onthulde Mak. Pietje Bell houdt ons nog wel even van de straat. Na de onthulling van de gemeente Jena dat prins Bernhard niet op 29 juni 1911, maar een dag eerder geboren werd en een nagelaten bekentenis over de Lockheedsteekpenningen, voorspelde societykenner Thomas Lepeltak in B&W (VARA) een of twee Franse dochters bij Bernhards uitvaart, net als destijds bij de begrafenis van president Mitterrand. Wie heeft het dan nog over godslastering en integratie?