Gezellige gevaren

Sinds ongeveer tien jaar doen geesteswetenschappers en sociale wetenschappers er goed aan om in hun aanvragen voor geld voor wetenschappelijk onderzoek, de term sociale cohesie, centraal te stellen. De politiek heeft bepaald dat wetenschap maatschappelijk relevant moet zijn en wat is, zo heeft men ooit bedacht, beter dan wetenschap die zich richt op de vraag hoe een sterk veranderende samenleving tegen desintegratie en sociale onrust kan worden behoed. Behalve sociale cohesie doet de term identiteit het ook erg goed, vooral als je deze vooraf laat gaan door de woorden nationale of culturele. Europa is op allerlei manieren een eenheid aan het worden, en de vraag hoe Nederland zich in dit Europa onderscheid wordt even relevant geacht als de sociale cohesie binnen de Nederlandse samenleving.

Bij dit alles hoort ook het toverwoord diversiteit. ,,Wat vindt u van diversiteit?'' vroeg de een of andere assistent, van een kleine universiteit waar ik ooit werkzaam was mij eens. Het was wel duidelijk dat: `die hele diversiteit vind ik een loze kreet en de vraag die u mij stelt doe mij denken aan de vraag: wat vindt u van het milieu? Je kunt er moeilijk over zeggen dat je er tegen bent maar echt heel opgewonden word ik er niet van' niet het gewenste antwoord was.

Samen met de diversiteit is ook de term dialoog in zwang gekomen. Als men het even niet meer weet, als de sociale cohesie bedreigd lijkt te worden en de integratie van allochtonen niet geheel vlekkeloos verloopt, als de culturele en nationale identiteit vervaagt door het veel genoemde proces van individualisering, dan wordt gezegd dat over al deze ingewikkelde kwesties vooral de dialoog moest worden aangegaan. Interessant is dat deze stelling doorgaans in een monoloog uiteen wordt gezet, maar een kniesoor die daar moeilijk over doet.

Na de aanslagen van 11 september en de moord op een politicus en een cineast, klinkt in het maatschappelijk debat met hernieuwd enthousiasme de roep om de boel bij elkaar te houden (dat is dus een wat lossere omschrijving van wat er met de term cohesie wordt bedoeld). UNESCO Nederland speelt daar op in met een internetdiscussie voor jongeren. ,,Uit de verhitte discussie in de media naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh, blijkt dat onduidelijk is wat `de Nederlandse identiteit' is,'' valt op

Unesco.unitedknowledge.nl te lezen. Dat schijnt een ellendige situatie te zijn waar wat aan veranderd moet worden. De deelnemers (een diversiteit van jonge mensen) aan de discussie worden daarom uitgenodigd vanuit hun visie te geven op hun eigen identiteit en in het bijzonder hun immaterieel erfgoed (een term die klaarblijkelijk regelmatig door de doelgroep op het vmbo gebezigd wordt). Het bewustzijn van de eigen identiteit dat op deze manier tot stand moet komen, zou volgens de UNESCO bijdragen aan wederzijds begrip en meer respect voor elkaar. Ook zou, jawel daar komt het d-woord, de dialoog, tussen mensen en groepen er door bevorderd worden.

Dat is natuurlijk onzin. Waarom zou dat zo zijn? Het is mij onduidelijk via welk wonder dat allemaal op de website van de UNESCO zal geschieden. Maar het maakt wel nieuwsgierig wat dat immaterieel erfgoed van de Nederlandse jongeren zou kunnen zijn. Waar zijn ze trots op en wat willen ze behouden, wat bindt hen? In het debat zijn volgens de UNESCO inmiddels verschillende interessante, rijpe en groene, voorbeelden van Nederlands immaterieel erfgoed gegeven.'' Zo zijn daar onder andere Sesamstraat, Ali B., André Hazes, Sinterklaas, Koninginnedag, Bevrijdingsdag, de Elfstedentocht, koek en zopie, Dodenherdenking, gezellig een bakkie koffie drinken op verjaardagen, moeder die klaar zit met thee en koekjes, het suikerfeest, boerenkool met worst, het oranjegevoel, Pluk van de Petteflet en Jip en Janneke. Wat een treurnis.

De jongeren kunnen bepaald niet op het bezitten van een inspirerende fantasierijke gedachtewereld worden betrapt.

Nu heeft Benedict Anderson ooit aangegeven dat wij allen in een verbeelde gemeenschap leven. Iedere natie, stelt, Anderson, is een `imagined community', omdat de leden ervan de meeste van de andere leden nooit zullen kennen, spreken, ontmoeten of horen. Slechts in hun gedachten bestaat het beeld van hun eenheid. Nou wat er dan ook na de moord op Theo van Gogh in Nederland aan de hand mag zijn, zeker is dat de verbeelding er niet aan de macht is. In ieder geval niet bij de UNESCO-jongeren. Sterker nog, als je op die internetdiscussie af gaat is er werkelijk niets aan de hand in Nederland. Helemaal niets. Hooguit is er het gevaar dat al deze oersaaie boerenkool met suikerfeest jongeren, zich stierlijk vervelen, net als de oersaaie ouders en grootouders die hen deze volstrekt oninteressante erfenis en bijbehorende verbeelding van hun natie hebben nagelaten.

Geen wonder dat heel Nederland opleeft en opbloeit als er plotseling overal geroepen wordt dat er gevaren dreigen. Polarisatie en sociale desintegratie. Oorlog en terrorisme. Een aanval op onze normen en waarden door allerlei niet boerenkool etende exotisch uitgedoste vreemdelingen. Dan gebeurt er nog eens wat. Kun je samen met je moeder die tot vervelens toe klaar zit om thee voor je in te schenken, eens lekker griezelen. Brrr, voor je het weet word je hier om je mening vermoord.

Welke mening dat dan mag zijn is een beetje onduidelijk maar spannend is het wel als je met je exemplaar van Pluk van de Petteflet lekker vroeg onder de wol kruipt na een dag vol van boeiende sociaal bindende activiteiten; traantje weggepinkt over de prins, stem uitgebracht op grootste Nederlander, het mooiste plekje, het leukste boekje, de beste buur, het fijnste immateriële erfgoed. Zo nu en dan een stille tocht die heel ontroerend en treurig maar ook wel heel gezellig is. Daarna kun je fris naar het sociale cohesie en dialoog bevorderende buurtfeest met multicultureel koken en allerlei andere gezellige activiteiten waarbij zowel de plaatselijke hangjongeren als de wijkagent, de burgerwacht en de buurtbeheerder betrokken worden. Dat en een vleugje gevaar en dreiging, en Nederland is tevreden met wat het in zijn schoentje vindt. Erg tevreden. Boerenkool en suikerfeest. Sinterklaas en de koningin. Meer is het niet. Meer wordt het niet.