Ex-vrienden

Haat is altijd fascinerend om te zien.

Jarenlang waren de twee mannen vrienden geweest, nu zaten ze voor hun rechters. Samen, maar toch gescheiden. Ieder had zijn eigen verhaal, zijn eigen advocaat. Ze beschuldigden elkaar van de ergste leugens en misdaden.

Als ze ergens spijt van hadden, dan was het niet van hun misdaden, maar van hun vriendschap. Hun leven draaide nu alleen nog maar om verraad. Wie kon daarmee de ander het zwaarst treffen? Wie wist nog meer troebele geheimen op te diepen uit hun gedeelde verleden?

Misschien is de zwakste in een relatie in potentie altijd de grootste verrader. Hij heeft het meest te wreken, al was het maar uit schaamte voor zijn ondergeschiktheid. Maar zijn positie is hopeloos, want elke bekentenis is een nieuwe confrontatie met de vernedering die hij zichzelf heeft aangedaan. Niets blijft er van hem over, een vuiltje in het heelal.

De zwakste droeg de onopvallendste kleren, een grauw truitje en een spijkerbroek. De sterkste stapte achter zijn advocaat pontificaal naar binnen, een royale blazer fladderde om zijn bovenlijf. Hij keek opgewekt, alsof hij niets of niemand te vrezen had. Hij dronk gulzig uit zijn waterglas, maakte driftig aantekeningen, zond veelbetekenende blikken naar zijn advocaat. Moet je nou weer horen! Belachelijk! Ze doen maar!

De zwakste had toen al zijn hele verhaal gedaan. Het ging in de eerste plaats over een gezamenlijke droom. Ze hadden met hun bedrijf groot willen worden in hun discipline, de turnsport. Ze wilden als trainers olympische kampioenen opleiden, beroemd worden met de roem van een ander. Daarvoor was geld nodig, veel geld, dat ze niet hadden.

Het stelen kon beginnen.

Ze reden met een aanhanger door Nederland en België om in sporthallen de duurste attributen te roven. Bruggen, balken, trampolines, als het maar goed spul was. De opbrengst investeerden ze in hun droom, hun bedrijf.

De zwakste was inmiddels bij de sterkste en zijn gezin ingetrokken. Kost en inwoning vrij, plus een kleine vergoeding voor de lease-auto. Zeven dagen per week trokken ze met elkaar op, werkweken van honderd uur waren gebruikelijk.

De zwakste deed alles wat de sterkste van hem verlangde. Als hij de pis van de ander had moeten drinken, had hij het ook gedaan, zei een collega. Naast het bedrijf was er in het leven van de zwakste alleen maar leegte. In zijn vrije uurtjes zat hij eenzaam voor zijn computer, turend naar kinderporno.

Roem vergt opoffering en offers. Zonder genadeloosheid geen roem. Mededingers naar de roem zullen moeten sneuvelen. Zat er een lastige concurrent in een sporthal verderop? Dan moest die sporthal maar verdwijnen. Gooi er wat benzine in, hou er een lucifer bij, en val niet van het keukentrapje.

De zwakste had alles meteen bekend, daarvoor was hij nu eenmaal de zwakste. De sterkste haalde zijn schouders op, hij geloofde in zijn eigen onschuld, dat moest genoeg zijn. Hij keek steeds opzij naar de zwakste, die nooit terugkeek.

Vier jaar voor de zwakste, vijf jaar voor de sterkste, eiste de officier van justitie. De zwakste zweeg. De sterkste keek misprijzend naar zijn advocaat. Ze doen maar!