Europa niet klaar voor machtspolitiek

De Europese Unie heeft nu haar eigen nabije buitenland. Dat schept verplichtingen. Een complicatie is dat dit nabije buitenland samenvalt met het nabije buitenland van een andere mogendheid, de Russische Federatie. De Unie en de Federatie hebben ieder zo hun eigen kenmerken en doeleinden en die vallen niet altijd, vaak niet, samen. Dat levert spanningen op. Een doorgewinterde machtsmachine als het Kremlin kan daar goed mee leven. Maar de Unie, die zelfs nog in het onzekere verkeert over haar eigen toekomstige status, begeeft zich in de gevarenzone.

Plaats van handeling: Oekraïne, een gebied dat geografisch Europees is, maar cultureel en historisch tot voor kort behoorde tot Rusland, overgangsgebied tussen Europa en Azië. Op zichzelf is Oekraïne ook weer een overgangsgebied, in religieuze en in etnische zin. Politieke verdeeldheid dreigt daarom onmiddellijk te worden vertaald in religieuze en etnische tegenstellingen, een explosief mengsel zoals de Balkan heeft aangetoond. Op grond van haar voorstellingen van mensenrechten, democratische omgangsvormen en behoorlijk bestuur bemoeit de EU zich nu met een gebied dat zij tot dusver zo links als mogelijk liet liggen. Zij heeft daarmee een voorschot genomen op een ontwikkeling die zij, voorzover uit haar gedragingen valt af te leiden, eigenlijk helemaal niet wil: het ontstaan van een nauwere band tussen Unie en Oekraïne.

Hoewel de Unie niet over een buitenlands beleid beschikt, heeft zij min of meer spontaan een buitenlands politieke verantwoordelijkheid op zich genomen die verder reikt, veel verder reikt dan de gebruikelijke verdragen met omliggende gebieden. Dergelijke verdragen zijn vooral bedoeld om die gebieden op afstand te houden zonder ze al te zeer van het Europese kerngebied te vervreemden. Dat is een wijze van opereren die een bekend Engels spreekwoord op zijn kop zet; zij is praktisch, beheersbaar en doorgaans onbesproken gebleven. De kritische beoordeling door woordvoerders van de Unie van de stembusuitslag in de Oekraïense presidentsverkiezingen alsmede de uitzending van bemiddelaars door de Unie naar Kiev doorbreken dat patroon. `Brussel' is zijns ondanks een factor geworden in de worsteling om invloedssferen.

Invloedssferen, dat was toch een begrip uit het verleden waar de wereld van na de Tweede Wereldoorlog zich niet meer mee bezighield? En ook nu zullen hoge vertegenwoordigers van de EU bij hoog en bij laag ontkennen dat zij Oekraïne in de invloedssfeer van de Unie zouden willen opnemen. De Unie, zullen zij zeggen, heeft geen invloedssfeer, hoogstens is er een onderscheid tussen buurlanden die wel en die niet op de nominatie staan om tot de Unie toe te treden. Oekraïne hoort tot die laatste categorie, zal desgevraagd worden opgemerkt. Of toch niet?

Eerst het thema van de invloedssfeer. De schijn is belangrijk. De ijzigheid van Ruslands president Poetin bij diens bezoek aan Den Haag sprak voor zichzelf. Russische leiders spreken graag van het nabije buitenland. Daarmee bedoelen zij de nieuwe staten die tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie tot het Russische rijk behoorden. In de ogen van het Kremlin hebben die staten een bijzondere status. Zij zijn soeverein, maar ja, zij behoren tot de legitieme Russische invloedssfeer. Iedere bemoeienis van buitenstaanders met deze gebieden die verder gaat dan normale diplomatieke en handelsbetrekkingen wekt in Moskou argwaan. Europa's edele oogmerken die EU-voorzitter Balkenende zijn Russische gast voorhield, konden deze dus niet overtuigen.

Het Kremlin heeft het al moeilijk genoeg met de uitbreidingen van NAVO en EU in een regio die tot de val van de Muur een vazalstatus had. De opneming van de drie Baltische landen kwam daarenboven bijzonder hard aan omdat deze staten eens deel waren van het Russische rijk. Een belangrijk steunpunt van de Russische marine is inmiddels tot een enclave verworden, omringd door lidstaten van EU en NAVO. Amerika's interventies in het Midden Oosten en Amerika's militaire aanwezigheid in Centraal-Azië en de zuidelijke Kaukasus worden in het Kremlin beoordeeld als speerpunten van een Amerikaanse omsingelingsstrategie. De zichtbare en onzichtbare Amerikaanse hand, werkzaam in de vreedzame revoluties in Servië, Georgië en nu Oekraïne wordt gezien als bewijs van de juistheid van dit oordeel.

Maar het is voorstelbaar dat de Europese bemoeienis met wat er in Kiev gebeurt, Russische leiders meer zorgen baart dan de Amerikaanse helpende hand bij de organisatie van de oranjerebellie. Europa is nabij en biedt Oekraïne een wezenlijk alternatief voor een geleidelijke inkapseling door de Russische buurman. Althans, zo kan dit worden gezien in een Russische strategische analyse van de toestand.

Waarschijnlijk is dit een denktrant die ook onder Poolse leiders wordt gevolgd. Polen zond onmiddellijk een hoge missie naar Kiev. Poolse zegslieden kritiseerden achter de hand `Brussel' omdat de Unie niet over een heldere aanpak van de crisis beschikte. Daarmee kan, spiegelbeeldig met de Russische benadering, maar een ding worden bedoeld: als Oekraïne al niet tot de EU kan toetreden, dan moeten de banden toch zo nauw mogelijk worden aangehaald. Polen hebben geen moeite met het scheppen van invloedssferen ten koste van het Kremlin.

De Unie opereert in Oekraïne op twee niveaus. Zij maakt zich sterk voor beginselen waarmee zij historisch haar eigen ontstaan en bestaan rechtvaardigt. Zij doet dit bewust en weloverwogen. Zij houdt zichzelf en de andere betrokkenen voor dat dit de enige weg is naar een vreedzame, onbloedige oplossing van het conflict dat over de verkiezingsuitslag is ontstaan. En dat zo een oplossing van belang is voor heel Europa. Tegelijk bedrijft zij machtspolitiek, onbedoeld maar onontkoombaar, waarvan de consequenties verder reiken dan het einde van deze crisis. Voor machtspolitiek is zij overigens niet klaar. De Polen hebben wat dat betreft gelijk.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.