Brown negeert angstvisioenen Britse economie

Het blijft goed gaan met Groot-Brittannië, blijft minister Gordon Brown de Britten verzekeren. Gisteren presenteerde hij in het Lagerhuis opnieuw optimistische cijfers over de groei van de economie.

De huizenmarkt zakt in als een soufflé, koopzieke Britten komen bij zinnen en knippen hun creditkaart doormidden, terwijl de hoge olieprijs en het dure pond korte metten maken met de export. De angstvisioenen voor de Britse economie uit sommige hoeken van de City, van de Bank of England, het IMF, de OESO en van de politieke oppositie, beginnen vertrouwd te raken. Bijna net zo vertrouwd als het zonnige antwoord dat minister van Financiën Gordon Brown meestal geeft: het gaat goed – zie de banengroei, de lage inflatie en rente, en de hoogste groeicijfers van de grote EU-landen – en het blijft ook goed gaan.

De doemdenkers hebben Brown achteraf steeds grotendeels gelijk moeten geven. Tijdens de presentatie van zijn jaarlijks tussentijdse begroting, het zogeheten pre-budget report, nam hij daar opnieuw een voorschot op. De economie zal het komende jaar met tussen de 3 en 3,5 procent groeien, verzekerde Brown in het Lagerhuis; tot 1,6 punt méér dan het IMF, de centrale bank en een deze week verschenen analyse van ABN Amro voorzien.

Volgens Brown staan de openbare financiën er florissant bij: de staatsleningen (49 miljard euro in het lopende begrotingsjaar tot april) zijn uitsluitend nodig om investeringen te dekken, niet om gaten in de begroting te vullen, zoals zijn zelfverklaarde golden rule luidt. Met een overschot van 8 miljard pond en een fors lagere groei in de overheidsuitgaven hoeft hij die regel ook het komende jaar niet te schenden, denkt Brown.

Dat komende jaar is cruciaal. Want Brown is minder goed gebleken in het voorspellen van de belastinginkomsten en sommigen geloven dat de opbrengst uit met name vennootschapsbelasting sterk zal tegenvallen. Gecombineerd met de moeilijk te beheersen uitgaven op het gebied van de gezondheidszorg zit Brown volgens zijn critici op een `zwart gat' van 10 miljard pond, dat Labour zal dwingen de belastingen te verhogen. ,,Misplaatste zelfgenoegzaamheid'', oordeelde Vince Cable, financiële man van de Liberal Democrats. ,,Het tij van [Browns] geloofwaardigheid verloopt'', zei Tory-evenknie Oliver Letwin.

Maar het is wel de vraag of de eb doorzet vóór de verkiezingen, die zo goed als zeker in mei volgend jaar zullen vallen. Brown gelooft van niet, zo bleek uit een reeks cadeautjes ter waarde van 2 miljard pond, die duidelijk de toon moeten zetten van een komende campagne. De ,,gewone hardwerkende gezinnen'', die premier Blair tijdens de laatste Labourconferentie als belangrijkste doelgroep identificeerde, krijgen het meest van Brown toegestopt. Betaald ouderschapsverlof wordt verlengd van zes naar negen maanden, scholen krijgen extra geld voor na-schoolse opvang en éénoudergezinnen waar die ene ouder de bijstand verlaat om te gaan werken, krijgen ook een bonus.

Brown bedacht ook bejaarden met extra geld. Hun stem telt immers vier keer zo zwaar als die van Britten onder de 25, omdat er twee keer meer bejaarden zijn en omdat het twee keer zo waarschijnlijk is dat ze gaan stemmen. Het accijns op brandstof wordt voorlopig niet verhoogd, terwijl gemeentes een miljard van de staat krijgen zodat ze de lokale belastingen niet sterk hoeven te verhogen.

Veel kiezers twijfelen of hun gestegen kosten onder Labour opwegen tegen de verbetering van de zorg, het onderwijs en het vervoer. Maar uit peilingen blijkt óók dat ze in meerderheid niet geloven in het Tory-argument dat de verbeteringen zijn te behalen met belastingverlaging. Dat wil Brown graag zo houden: de verkiezingen moeten Labour niet alleen een historische derde regeertermijn bezorgen, maar hemzelf een eerste termijn. Als premier.