Het nieuws van 3 december 2004

Dubbelleven in Madrid

Eigenlijk zijn er twee Almodóvars. De ene Pedro regisseert extravert urbaan drama dat door hysterische personages moeiteloos tot campkomedie der kakafonieën wordt bijgebogen. De andere Pedro is de stille van de twee, zoekt in zijn fictie naar het gevoel in de kleine hoeken, naar de littekens en innerlijke strijd van een karakter. Voerde Pedro één vroeger de boventoon in bonte genre-paëlla als Mujeres al borde de un ataque de nervios (1988) en Kika (1993); sinds geruime tijd lijkt in dit artistieke dubbelleven Pedro twee de koers te bepalen met ingetogen drama als Todo sobre mi madre (1999) en Hable con ella (2002). Gelukkig gaat Pedro au sérieux niet zonder Sjors, pardon Pedro van de Rebellenclub; in ieder Almodóvar-één-tweetje zit wel iets hilarisch, zij het als een maf filmpje-in-een-film (Hable con ella), zij het in uiterst ironisch uitgespeelde dialogen, een grappig nevenpersonage of semi-documentairebeelden van een studentendemonstratie tegen bezuinigingen van de Spaanse regering. De drie laatstgenoemde recalcitrantiesurprises ziet men terug in het Madrileense bloemenperkje La flor de mi secreto, één van de minder bekende titels uit de Almodóvar-catalogus. Niet zonder enige autobiografische connotatie vertellen de beide Pedro's over Leocadia (Marisa Paredes), een met te krappe laarzen, huwelijkscrisis en drankprobleem kampende schrijfster die onder het pseudoniem `Amanda Gris' meerdere succesvolle liefdesromans per jaar aflevert. Maar lucratief of niet, Djuna Barnes-bewonderaarster Leocardia – Leo voor familie en vrienden – heeft schoon genoeg van haar leven als éénpersoonsfabriek van oppervlakkige formulelectuur met verplichte zonsondergang plus happy end. Of dat laatste er voor Leo/Amanda nog in zit? De Almodóvars houden ons lang in spanning, terwijl ondertussen cinefiele knipogen naar The apartment en Casablanca voorbijkomen, bittere en zotte momenten elkaar afwisselen en dierbaren Leo's dubbelleven verlaten en binnenwandelen. Aandoenlijkste personage is Leo's moeder, een langzaam blind wordend kruidje-roer-me-niet dat niks van chirurgen wil weten: ,,Een operatie is net een meloen; je moet hem openmaken om te weten of 'ie verrot is.'' La flor de mi secreto bewijst: Pedro en Pedro gaan best samen.

Jos de Gruyter

Toen bekend werd dat W. Jos de Gruyter in 1955 directeur zou worden van het Groninger Museum, schreef de Telegraaf dat hij ,,de Sandberg van het Noorden'' zou worden. De Gruyter was toen al jaren een gezaghebbend criticus met veel belangstelling voor moderne kunst. De Gruyter heeft het Groninger Museum inderdaad de nieuwe tijd in getild, zoals Willem Sandberg dat deed met het Stedelijk in Amsterdam. Heel toepasselijk is nu dat tegelijk met de aandacht die in Amsterdam aan oud-directeur Sandberg wordt besteed, in Groningen een overzicht te zien is van de aanwinsten van De Gruyter uit zijn directeursperiode tot 1963. Hij vond dat een museum niet alleen moest conserveren, maar ook stimuleren. Hij richtte zich om te beginnen op de hedendaagse kunst die dicht bij huis, in Groningen zelf, was ontstaan. Hij beschouwde het expressionistische werk uit de jaren 1920 van de kunstenaars van De Ploeg als het uitgangspunt voor de moderne collectie. Hij maakte ook het kader van die kunst zichtbaar door werken aan te kopen van Duitse en andere expressionisten zoals Kirchner en Paula Moderssohn-Becker. Wonderlijk is wel dat hij 25 jaar na zijn dood alweer bijna lijkt te zijn vergeten. In Zelfportret als zeepaardje, dat zorgvuldig is uitgegeven door het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, schrijft hij niet alleen over de kunst, maar ook over zijn leven. Het boek is behalve een aardige invoering in de twintigste-eeuwse Nederlandse kunstwereld, ook een kennismaking met een begaafde, gevoelige schrijver-criticus: een mooie posthume comeback.