Woonbazaar Nederland

Welkom in woonbazaar Nederland! Zeven miljoen huishoudens verdringen zich rondom de aanwezige voorraad woningen, om zo fraai mogelijk onder dak te komen. Er zijn huizen te kort. De woningnood stijgt. Krakers winkelen proletarisch: zij wonen praktisch voor niets, door zonder betaling woonruimte in te pikken. De grootst denkbare meerderheid van de woningzoekenden houdt zich daarentegen aan de regels: zij kopen of huren. Ruim de helft van alle huishoudens heeft een huis gekocht. Doorgaans is de gehele aankoopprijs hypothecair geleend. Kopen op krediet is geen probleem, want bij de kassa van de nationale woonbazaar komen huizenkopers een Bekende Nederlander tegen. Het is minister Zalm van Financiën. Hij dirigeert de huizenkopers naar drie kassa's. Bij elke kassa krijgen zij – dankzij de aftrek van de hypotheekrente – een wisselend deel van hun rentelasten terug.

Mensen met een bescheiden inkomen, die met de top van hun inkomen in de eerste tariefschijf van de inkomensheffing vallen, krijgen van Zalm eenderde van hun rentekosten retour. Bij deze kassa voor de gewone man zijn de wachtrijen kort. Inmiddels zijn de huizenprijzen zo sterk gestegen, dat de meeste mensen met een relatief laag inkomen van een eigen huis alleen nog maar kunnen dromen. Bij de tweede kassa staan de middengroepen in de rij. Minister Zalm geeft ze een subsidie van meer dan 40 procent op elke afgetrokken euro hypotheekrente. Kassa drie is voor de huizenkopers uit het topsegment van de inkomensverdeling. Zij krijgen meer dan de helft van elke euro hypotheekrente van de schatkistbewaarder terug. Samen trekken de eigen-woningbezitters dit jaar 23 miljard euro hypotheekrente af. Dit levert ze in vereniging een belastingvoordeel van meer dan 9 miljard euro op. Daarbij geldt: hoe hoger de schuld en hoe hoger het inkomen, hoe meer rentesubsidie de huizenkoper door minister Zalm krijgt toegestopt.

De goedheiligman die over de schatkist gaat is heel wat minder royaal voor huishoudens die – uit voorkeur, maar meestal noodgedwongen – op zoek zijn naar een huurwoning. In de afdeling Huren van de woonbazaar gelden heel andere spelregels dan in de afdeling Kopen. De prijzen van koopwoningen zijn vrij. Zij worden bepaald door vraag en aanbod. Daarentegen bepaalt de overheid het maximum huurbedrag voor bijna alle huurwoningen. Vooral nieuwere woningen zijn voor een groot aantal huurders erg duur. Daarom krijgen zij huursubsidie. Het subsidiebedrag hangt af van het inkomen en de huurprijs. Samen toucheren rond een miljoen huurders dit jaar 1,5 miljard euro. Een fors bedrag, maar minder dan een zesde van het fiscale voordeel voor beter bemiddelde 3,5 miljoen huizenbezitters.

Jaarlijks mag de huur slechts in beperkte mate stijgen. Bovendien geldt huurbescherming: wie eenmaal onder de pannen is, zit goed en kan niet uit zijn huis worden gejaagd. Vooral huurders met een flink stijgend inkomen zitten gebakken. Zij wonen relatief steeds goedkoper. Het kabinet wil huurders met een goed inkomen in de toekomst een marktconforme huur laten betalen. Zij zullen dan eerder kiezen voor een koopwoning. Zo komen bestaande huurwoningen vrij voor wat minder bemiddelde woningzoekenden. Daartoe wordt vanaf midden 2006 een kwart van de huurwoningen `geliberaliseerd'.

Voor deze 750.000 huurhuizen – de beste – wordt de prijsbeheersing stapsgewijs losgelaten. Na 2009 zijn de huren van deze woningen in beginsel helemaal vrij. Zij worden voortaan, net als de prijzen van koopwoningen, bepaald door vraag en aanbod. Wie nu al, met huursubsidie, voor een prikje in zo'n fraaie woning bivakkeert, krijgt extra subsidie. Hij hoeft dus niet te verhuizen. De woningverhuurders (corporaties) nemen die hogere huursubsidie voor hun rekening. Zij kunnen de extra last dragen, dankzij de hogere huuropbrengst van de geliberaliseerde woningen. Verder dienen de corporaties de extra huurontvangsten in te zetten voor méér sociale woningbouw.

Zo ontstaan in de nationale woningbazaar een tijd lang extra bizarre effecten. Aan het trappenhuis van een gewild complex huurwoningen wonen straks bemiddelde lieden, die de volle hoge, marktconforme huur betalen én mensen die uitsluitend door de fors opgetrokken huursubsidie nog `op stand' kunnen wonen. Na verloop van een aantal jaren, wanneer de groep gesubsidieerde huurders is afgedropen dan wel uitgestorven, zullen de betere huurwoningen uitsluitend beschikbaar zijn voor mensen die de marktconforme huur uit eigen zak kunnen betalen.

Dit stuit op heftig verzet, met name bij `linkse' stadsbestuurders en onder voorstanders van woonbuurten met een gemengde bevolkingssamenstelling. Inderdaad leidt het kabinetsbeleid na verloop van jaren tot `armenwijken' met een eenzijdige sociaal-economische samenstelling. Is dat erg? Nee, want zulke wijken zijn er altijd geweest. Modieuze opinievormers, die zich keren tegen wijken met een sociaal-economisch homogene, overigens qua sociaal-culturele samenstelling rijk geschakeerde bevolkingssamenstelling, shoppen doorgaans zélf in een heel andere afdeling van de woonbazaar Nederland. Zij drentelen voor de kassa waar minister Zalm op dit moment 42 of 52 procent van elke betaalde euro hypotheekrente als subsidie teruggeeft. Zij wonen allang tot volle tevredenheid in een wit getto.

Door de subsidie voor woningeigenaren te beperken, en door mensen die in verhouding tot hun inkomen goedkoop huren te bewegen te verkassen naar huizen waarvan de lasten beter stroken met de woonkwaliteit en hun inkomen, wordt het beter winkelen in de woonbazaar Nederland.