Waanzin van Komrij slaat als boemerang terug

Gerrit Komrij vindt minister Donner een dwaas, omdat hij de toestand van het land onderschat en omdat hij de discussie in het land wil smoren (NRC Handelsblad, 18 november).

Komrij kletst, want verbieden van godslaster is niet hetzelfde als verbieden te discussiëren over God. Komrij vindt dat Donner gelovigen wil beschermen in plaats van gelovigen op hun plaats te wijzen. Daarmee is Donner in de ogen van Komrij ook een godsdienstwaanzinnige, net als de pleger van de aanslag op Theo van Gogh.

De logica van deze redenering ontgaat mij ten enenmale, want Donner heeft de aanslag op Van Gogh nergens vergoelijkt. Maar alles wordt mij duidelijk als Komrij zomaar plompverloren de zin opschrijft, dat iemand die gelooft, een godsdienstdwaas is, want dwaasheid en waanzin zijn broer en zus van elkaar.

Als Komrij iets plompverloren, zonder argumenten, mag beweren, dan mag ik het ook. Ik pak de Schrift, sla hem open en kom bij de zin: ,,De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.'' [Psalm 14:1] Zo'n dwaas is Komrij volgens mij en hij is niet de enige, want 3000 jaar geleden waren ze er ook al. En de opmerking van Komrij dat Donner met alle christenen (dus ook met mij) alles moet verpletteren wat onchristelijk is, is pure waanzin. De waanzin die Komrij aan Donner toedicht, komt als een boemerang bij hemzelf terug. In zijn waanzin roept Komrij christenen op tot terrorisme, maar christenen strijden met het Woord, het woord des kruises, dat voor hen die verloren gaan, een dwaasheid is, maar voor hen die behouden worden, een kracht Gods is

[I Cor 1:18].

En homo's mogen dit woord aannemen of verwerpen, niemand vraagt hun te beloven de God van de christenen te slijmen en te aanbidden, als ze dat niet willen.

De oproep van Donner om, net als homoseksuelen, ook gelovigen niet onnodig te kwetsen, brengt homoseksuelen, gelovigen en Donner niet in diskrediet. Ik begrijp dan ook totaal niets van de woede van Komrij over deze opmerking.