`Voetbal moet een feestje zijn'

Veel betaald-voetbalclubs zijn actief bezig met de begeleiding van lastige supporters. Maar hoe lang nog? ,,Nu het relatief goed gaat bestaat het gevaar dat gemeenten weer overal de stekker uit trekken'',

Hoe groter de rel, hoe harder de roep om maatregelen tegen voetbalvandalisme. De veldslag tussen aanhangers van Feyenoord en Ajax in 1997 op een weiland nabij Beverwijk werkte als een katalysator voor het opzetten van talloze supportersprojecten in steden die een profclub huisvesten. Zeven jaar na de dood van Ajax-supporter Carlo Picornie doen 29 betaald voetbalorganisaties al dan niet in samenwerking met partijen als politie, gemeente of het plaatselijke onderwijs iets aan de begeleiding van voetbalfans. ,,Nu het relatief goed gaat bestaat het gevaar dat gemeenten weer overal de stekker uit trekken'', waarschuwt Stephan Steinmetz, coördinator van het Landelijk Informatiepunt Supportersprojecten (LIS).

Na `Beverwijk' besloot het ministerie van VWS geld beschikbaar te stellen voor het opzetten voor zogenoemde sociaal preventieve supportersprojecten. Het was allereerst zaak verschillende partijen bij elkaar te krijgen, zegt Steinmetz die ,,met een zak vol subsidiegeld'' het land doortrok. ,,Vaak wisten de clubs niet wat ze met de lastige fans aan moesten en zaten de jongerenwerkers even verderop in een leeg buurthuis te wachten op klanten. Onderling contact ontbrak nog al eens. Het is voorgekomen dat de partijen elkaar na uitnodiging van ons voor het eerst zagen'', zegt Steinmetz die tussen 1998 en 2002 zo'n 26 projecten overal in het land zag ontstaan. Het LIS geldt tot 2006 als het landelijk expertise- en informatiecentrum voor clubs in het betaald voetbal. Wat er na 2006 gaat gebeuren, is nog niet duidelijk.

In navolging van een handvol clubs die al sinds 1988 aan supportersbeleid doet, ontwikkelden zich verschillende projecten waarbij doorgaans de aandacht verdeeld wordt over drie categorieën: 1. De jongste jeugd, tot twaalf jaar. 2. Jongeren in de leeftijd van twaalf tot zestien. 3. De groep van zeventien jaar en ouder.

Bij de projecten gericht op de jongste fans geldt het in Den Haag begonnen initiatief `De Held' als een lichtend voorbeeld. Daarbij worden spelers van de profclub verplicht naar scholen te gaan om met kinderen te praten over thema's als racisme en pesten. ,,Kinderen zijn voor clubs de klanten van de toekomst'', stelt Steinmetz. ,,Je kunt ze al op jonge leeftijd wijzen op de gevolgen van hun gedrag''. In navolging van ADO Den Haag zijn verschillende clubs soortgelijke preventieve projecten als De Held begonnen.

Puberende tieners moeten volgens de deskundigen op een andere manier worden benaderd. Zo is PSV een van de clubs die met een juniorclub (PSV Redz) een band proberen te kweken met 13- tot 16-jarigen. Steinmetz: ,,Dat is doorgaans een moeilijke groep. Jongens zijn vaak op zoek naar spiegelbeelden. Ze laten zich kenmerken door stoer gedrag. Het werkt vaak om ze intensief bij de club te betrekken en aan het werk te zetten. Zo zijn er clubs die hen internetsites laten bouwen, spandoeken laten ontwerpen of hun vak in het stadion laten schilderen. Je kunt ze ook opdrachten geven die net iets te lastig zijn om uit te voeren. Het is zaak ze aan te leren waartoe vandalisme kan leiden.''

De supporters die zich eenmaal aan voetbalvandalisme schuldig hebben gemaakt kregen veelal een persoonlijke benadering. Deze `softe aanpak' waarbij doorgaans professionele jongerenwerkers betrokken zijn, blijkt in verschillende steden goed te werken. Zo veranderden voormalige probleemclubs als Cambuur Leeuwarden en FC Groningen na de invoering van verschillende gesubsidieerde projecten binnen een paar jaar in een organisatie met een voorbeeldfunctie. Volgens Steinmetz is het zaak dat verschillende partijen zich vooral met hun eigen werk bezighouden. ,,In het verleden ging de politie ook vaak voor jongerenwerker spelen, maar dat moet ze juist niet doen. Het is juist belangrijk dat ingegrepen wordt op de momenten dat regels overtreden worden'', stelt Steinmetz in het kantoor van het LIS in Amsterdam. ,,Jongeren die in de problemen zijn gekomen kunnen opgevangen worden door jongerenwerkers. Het is zaak dat gemeenten initiatieven ondersteunen. Voetbalvandalisme is voor een groot deel een maatschappelijk probleem. In steden met voetbalclubs concentreren jongeren zich vaak rond een club. Er is toch geen betere plek om anoniem de emoties de vrije loop te laten dan bij het voetbal? Maar als het voetbal verdwijnt, zijn de ongeregeldheden echt niet voorbij. Steden als Amersfoort en Gouda zijn toch ook niet verschoond van problemen?''

Naast de begeleiding van verschillende supportersgroepen kunnen clubs en politie volgens Steinmetz meer aan klantenbinding doen. ,,Je moet mensen toch het gevoel proberen te geven dat ze op een feestje aanwezig zijn. Daarbij kun je als club best zelf de grens bepalen. Als de toeschouwers op de eretribune al gaan schelden kan je verwachten dat de fanatieke aanhang nog veel verder zal gaan. Dat geldt ook voor het plaatsen van hekken. `Hekken maken gekken', zo heeft de voorzitter van Veendam al eerder betoogd. Kijk bijvoorbeeld eens naar de organisatie naar Lowlands. Daar komen toch ook duizenden mensen bijeen zonder dat daar iets gebeurt?''

Dit is de vierde aflevering van een serie over supportersprojecten in het betaald voetbal. Eerdere delen zijn te lezen op www.nrc.nl/sport