Prins Bernhard

De monarchie met het Huis van Oranje is over het algemeen een onomstreden en gewaardeerd symbool van de Nederlandse natie. Vanaf 1937, het jaar waarin hij huwde met prinses Juliana, heeft de nu overleden prins Bernhard een bijzondere bijdrage aan het koloriet van Oranje geleverd. Eerst als ideale schoonzoon, vervolgens als voorbeeld van onstuimige dadendrang tegen de Duitse bezetter, later als man van de wereld en als getalenteerd vertegenwoordiger: zo leerde het Nederlandse publiek hem kennen. Via de beelden van het Polygoon-journaal was hij ook te zien als de toegewijde vader van zijn kinderen, de anjer in het knoopsgat als een handelsmerk van vrolijkheid en optimisme.

Met diezelfde prins liep Oranje ook enkele keren langs de rand van de afgrond. Eerst met de Greet Hofmans-affaire, waar de nuchtere overtuigingen van Bernhard botsten met de hang naar het hogere van zijn echtgenote. De prins heeft de zaak toen hoog gespeeld en hij heeft gewonnen. Greet Hofmans vloog eruit, een dreigende echtscheiding werd afgewend en de monarchie bleef overeind. Anders gezegd: de prins had een belangrijk aandeel in de redding van het instituut. De tweede keer was het omgekeerd. De uitkomst van de Lockheed-affaire in 1976 maakte aan het vertrouwde, publieke bestaan van Bernhard een eind. Hij verloor zijn functies en nu was het koningin Juliana die haar verantwoordelijkheid nam en doorging.

Kameradentrouw en kwajongensstreken waren twee karaktertrekken die de Nederlandse politiek en de prins vaak in gunstige en soms in ongunstige zin met elkaar in verbinding brachten. Als telg van een van de vele Duitse adellijke families was hij zonder veel politieke belangstelling opgegroeid in de tijd van Weimar en Hitler. Als student had hij vooral de speelse kant van het studentenleven genoten, zoals feestvieren en autorijden. Na een korte kennismaking met het internationale zakenleven in Parijs, huwde hij met de kroonprinses. Kort daarna kwam de oorlog, die hem als nieuwe Nederlander definitief vormde. In Londen ontpopte hij zich als rechterhand en oogappel van koningin Wilhelmina. Deze kranige, stuurse vrouw belichaamde het Nederlandse verzet tegen de `verkrachting van de natie', maar ze had tegelijkertijd een uitgesproken minachting voor politici en parlementariërs. Wilhelmina en haar schoonzoon bevestigden en versterkten elkaar. Als het aan hen beiden had gelegen had prins Bernhard niet slechts als bevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten de bevrijding van Nederland meegemaakt, maar had hij commando gevoerd over strijdende troepen.

Nog decennia later bracht Bernhard eens een kabinet in moeilijkheden met zijn opmerking dat de slagvaardigheid van het landsbestuur zou kunnen verbeteren wanneer men het parlement een tijdje naar huis zou sturen. Het waren uitlatingen die niet pasten bij het prudente keurslijf van de monarchie. De band die de prins met het verzet had, bleef intussen een constante in het naoorlogse Nederland. De oorlog was voor allen een emotionele, pijnlijke en zingevende generatiebelevenis geworden, die bij herdenkingen en crises om herbevestiging vroeg. Zijn dood beëindigt het tijdperk van de gepersonifieerde verbinding tussen monarchie en verzet.

Het afgelopen decennium werd het stiller rond de prins. Hij overleefde tragisch genoeg zijn schoonzoon Claus en zijn echtgenote Juliana. Bernhard tobde met zijn gezondheid. Veelvuldig werd hij opgenomen en geopereerd. Soms was het kantje boord, maar hij bleef leven en werd hoogbejaard. Begin dit jaar verdedigde hij zich in een opmerkelijke open brief tegen de ,,vele vaak gemene en ongefundeerde aantijgingen in publicaties en in de media''. Op geheel eigen wijze maakte hij schoon schip in zijn liefde-haatrelatie met de publiciteit. Even kenmerkend was een recente inmenging in het openbare debat. Bernhard was verbolgen over de vervolging van twee supermarktbediendes die een winkeldief te hardhandig overmeesterden. Hij belde het ochtendblad en liet weten hun eventuele boete te zullen betalen. Opschudding alom. Het kon eigenlijk niet, maar omdat het Bernhard was mocht het. Het was de prins ten voeten uit. Met zijn dood neemt Nederland afscheid van een man die de monarchie levendigheid en kleur gaf.