Onverschrokken tot het eind

Prins Bernhard bleek te beschikken over eigenschappen die bij uitstek in een oorlog van pas komen. Een man zonder vrees, niet zwak en weifelmoedig. Cees Fasseur blikt terug op een prins die niet in de wieg was gelegd om politici naar de mond te praten.

Het overlijden van prins Bernhard roept eerst en vooral herinneringen op aan de Tweede Wereldoorlog. De jaren 1940-1945 waren zijn grote tijd. Ze vormden het hoogtepunt van zijn lange leven. Hij was de laatste ooggetuige van wat in die bewogen periode in Nederlandse regeringskringen in Londen, in contacten tussen koningin en kabinet en tussen kabinetsleden onderling, voorviel en dat was niet weinig. Voor de vuurproef die de oorlog voor ieder was slaagde hij met lof.

Wat er verder ook te zeggen valt over zijn, door hemzelf tegen beter weten ontkend, lidmaatschap van nationaal-socialistische organisaties in de vroege jaren van Hitler-Duitsland – een feit dat Wilhelmina in 1936 overigens onbekend was toen hij naar de hand van haar dochter Juliana dong – hij maakte alles goed door zijn onverschrokken en standvastige houding in de strijd op leven en dood die de oorlog tegen zijn vroegere vaderland was. De hartstocht waarmee hij de zaak van zijn nieuwe vaderland diende, liet Wilhelmina niet onberoerd. Velen onder haar landgenoten vielen in het eerste oorlogsjaar door de mand, toonden zich zwak of weifelmoedig bij de verdediging van de goede zaak, maar zo niet Bernhard.

Hij bleek te beschikken over eigenschappen die bij uitstek in een oorlog van pas komen. Dat was in de eerste plaats zijn grote persoonlijke moed. Vrees leek hij niet te kennen. Bij de Battle of Britain die in de zomer van 1940 begon en Londen van de kaart dreigde te vegen, maar ook bij latere bombardementen in zijn directe omgeving, legde hij een koelbloedigheid, een sang-froid, aan de dag die indruk maakte. Dat gold ook voor de Engelsen met wie hij in aanraking kwam.

Als een gewezen Duitse prins had hij het in Londen in het begin niet gemakkelijk, het wantrouwen tegenover hem was groot. Dank zij de loyaliteit van Wilhelmina die hem door dik en dun steunde, maar vooral door zijn persoonlijk optreden, door de jongensachtige branie die hij uitstraalde, wist Bernhard de geallieerden voor zich te winnen. Ook bij de Amerikanen had hij een goede pers. Zo zette de Amerikaanse generaal Marshall – later in ons land bekend van de gelijknamige hulp – hem in 1943 in een brief aan opperbevelhebber Eisenhower neer als ,,a likeable type, easy, informal''.

De ontberingen van het bestaan aan boord van een Amerikaanse Liberator, waarmee hij ook enkele keren in het geheim (Wilhelmina mocht het immers niet weten!) deelnam aan bombardementsmissies naar zijn vroegere Heimat droeg hij `with equanimity', met gelijkmoedigheid. Dat informele optreden had natuurlijk ook een schaduwzijde. Het was niet moeilijk er soms misbruik van te maken.

Over die oorlogsjaren kon Bernhard met smaak vertellen: of het nu ging om de Nederlandse minister-president Gerbrandy die hij aan de bandjes van diens zwempak uit het water van de Thames opviste, toen deze kopje-onder dreigde te gaan, of om zijn contacten met de grote Britse oorlogsleider Sir Winston Churchill.

Hun eerste ontmoeting was niet veelbelovend, zoals hij een klein gezelschap bij een bezoek aan Soestdijk in maart van dit jaar vertelde. Bernhard had zich onledig gehouden met een briefwisseling met de koning der Belgen, Leopold III, over de voor- en nadelen van de mineralen standaard (berekend op basis van grondstoffenprijzen) als mogelijke vervanging van de enkele jaren eerder door beide landen losgelaten gouden standaard. In het oorlogsgeweld dat in mei 1940 over de Lage Landen losbarstte, kwam deze correspondentie minder gelegen. Het Belgische leger stond op het punt te capituleren. Leopold besloot in een stemming van valse soldatenromantiek aan het hoofd van zijn troepen in krijgsgevangenschap te gaan. Hij hield zich doof voor de smeekbeden van de Britse minister-president Churchill, die hem aanspoorde naar Engeland over te steken in het voetspoor van Wilhelmina (de verstandigste beslissing die zij ooit nam). Wel gaf Leopold de Engelse liaison-officier nog een brief voor Bernhard mee, inderdaad over die mineralen standaard. De Engelsman in kwestie gaf op weg naar Churchill de brief de volgende ochtend bij de prins af en schetste hem een invoelend beeld van het koninklijke dilemma. Diezelfde avond fulmineerde Churchill voor de Engelse radiozenders tegen het verraderlijk gedrag van de karakterloze en lafhartige Leopold. Bernhard vond dit wat eigenaardig. Churchill wist toch, geïnformeerd door dezelfde zegsman als de prins, van de bittere emotionele strijd die de koning voorafgaande aan zijn beslissing had gevoerd? Hij verstoutte zich de Prime Minister daarover aan te spreken, waarop deze hem koeltjes geantwoord had: ,,Young man, you do not know anything about politics!''

Inderdaad, voor politicus was Bernhard niet in de wieg gelegd. In deze dagen zal er ongetwijfeld aan worden herinnerd hoe zijn onbezonnen uitlatingen over wat er mis was met de staatkundige besluitvorming in Nederland meer dan eens kabinet en Tweede Kamer tot razernij brachten. Hij toonde vaak een zekere politieke naïviteit, die wel duidelijk maakte dat zijn hart bij andere zaken lag dan bij het scherpen van eigen of andermans politieke inzichten.

Het dieptepunt van zijn loopbaan blijft in dit verband natuurlijk de Lockheed-affaire, het omkopingsschandaal rond af te nemen gevechtsvliegtuigen, waarover wel meer Europese prominenten in de late jaren zeventig gestruikeld zijn.

Bernhard is toen door een diep dal gegaan. Vooral het inleveren van zijn uniformen – die onmisbare outfit voor de mannelijke leden van Europese vorstenhuizen – zat hem hoog. Het zal nog wel even duren voordat wij het fijne van deze zaak, de onthullingen in het rapport van de commissie-Donner (de vader van de minister) ten spijt, zullen kennen. Er schijnt op de stukken, die ook zorgvuldig buiten het Nationaal Archief zijn gehouden, een embargo van honderd jaar te rusten.

Een biograaf van de prins zal vermoedelijk meer hebben aan de correspondentie die hij in de oorlog en gedurende tientallen jaren daarna met zijn levenspartner, koningin Juliana, voerde. Die briefwisseling heeft de tand des tijds doorstaan en getuigt, ondanks de soms moeizame tocht rond de talrijke klippen waarop huwelijken kunnen stranden, van een verbondenheid tussen twee mensen die bijna zeventig jaar heeft bestaan.

Cees Fasseur is schrijver van een biografie over koningin Wilhelmina.