Lakmoesproef voor pygmee EU

De NAVO draagt vandaag het bevel van de vredesmissie in Bosnië over aan de EU. Het is de eerste militaire operatie van de Europese Unie.

Zo'n tachtig procent van de zevenduizend internationale militairen in Bosnië ruilt vandaag hun NAVO-insignes in voor die van de EU. De NAVO, in 1996 begonnen met 60.000 soldaten in IFOR en vervolgens SFOR, draagt het commando over aan de Europese Unie: SFOR wordt EUFOR. Volgens diplomaten is het een moment van grote politieke betekenis: de NAVO beëindigt na negen jaar haar eerste grote militaire operatie ,,succesvol'', en de EU begint haar eerste grote militaire operatie.

Het feit alleen al dat ,,'s werelds machtigste militaire alliantie'' nu een missie kan overdragen aan wat jarenlang is weggehoond als een ,,militaire pygmee' zorgt voor tevredenheid bij de NAVO en de EU, menen diplomaten. Het is een lakmoesproef voor het buitenlands beleid en de defensie-inspanningen van de EU hoezeer de EU nog steeds achterblijft in slagkracht en defensieuitgaven bij de Verenigde Staten. Nog niet eerder opereerden met de circa 7.000 man van EUFOR zoveel soldaten onder EU-vlag. Tot nu toe kon de EU alleen terugkijken op twee in omvang en in duur bescheiden missies in Congo en Macedonië.

De stationering van EUFOR is een concrete vertaling van het groeiend besef dat de EU een buitenlands beleid moet hebben. Dat er nu duizenden EU-militairen in Bosnië zijn, is een logisch vervolg op het EU-besluit hierover. ,,Het defensiebeleid maakt een integrerend deel uit van het buitenlands beleid van de Unie'', zegt de Europese Grondwet die de leiders van de 25 lidstaten eind oktober in Rome ondertekenden.

Dit betekent nog niet dat over de inzet van troepen voortaan in Brussel wordt besloten. Het buitenlands beleid en ook de militaire aspecten ervan blijven een zaak voor de lidstaten. Tijdens de moeizame onderhandelingen over de grondwet bleek dat de grote landen er niet over peinsden bevoegdheden af te staan aan de EU.

Maar de Unie kan wel besluiten tot een gemeenschappelijke actie zoals nu in Bosnië. De EU meent ook dat de toekomst van de westelijke Balkan in de EU ligt en dat het garanderen van de veiligheid van Bosnië dan ook een specifiek Europese opdracht is. De NAVO blijft nu achter met een klein hoofdkwartier in Sarajevo voor contraterrorisme, de jacht op [de belangrijkste] oorlogsmisdadigers en defensiehervormingen in Bosnië.

De commando-overdracht geeft volgens diplomaten ook aan dat zowel het naoorlogse Bosnië als de samenwerkingsrelatie tussen de NAVO en de EU volgens het `Berlijn Plus'-model hier beide klaar voor zijn, zo is de algemene conclusie in Brussel. Bosnië heeft volgens diplomaten nu minder behoefte aan grootschalige NAVO-betrokkenheid en meer behoefte aan een ,,bredere aanpak en dus een rol van de EU, die zich ook richt op goed bestuur, opleiding van rechters en andere civiele taken''. Bosnië is negen jaar na de oorlog een ,,veilig land'' dat de hervorming van het leger nu aan een nationaal ministerie van Defensie heeft overgedragen. ,,Daarmee is de angel uit het risico dat hier nog legers voor binnenlandse doelen worden ingezet'', zegt een hoge westerse diplomaat.

Hoe de EU-missie op de grond uitpakt, moet blijken, maar volgens diplomatieke en militaire ingewijden is de NAVO-EU-samenwerking in de voorfase goed verlopen en blijft de NAVO ook betrokken: niet alleen stapt tachtig procent van SFOR naadloos over in EUFOR, de planning voor het operationele plan van de EU-missie is gedaan bij de NAVO en dat blijft ook zo. Die planning is in handen van de plaatsvervangend NAVO-opperbevelhebber, die tevens ook de operationele commandant voor Europese troepen is. Ook voor ,,communicatiereserves, beveiliging van het luchtruim en inlichtingen'' blijft de EU afhankelijk van de NAVO.

Die beperkte aanwezigheid van de NAVO staat niet los van de zorg binnen de NAVO over de Europese aspiraties voor een geheel eigen defensiemacht. Dit wordt alom beschouwd als een directe ondermijning van het bondgenootschap. Landen als Frankrijk, Duitsland en België hebben herhaaldelijk laten weten dat Europa losser van de NAVO, lees de VS, actief moet kunnen zijn. Maar ze troffen daarbij telkens het atlantisch georiënteerde Groot-Brittannië op hun weg dat daarbij onder andere werd gesteund door Nederland.

Ook de VS zijn volgens diplomaten na aanvankelijke ,,scepsis'' nu ,,blij''. De Amerikaanse houding blijft dualistisch: de VS willen meer eigen militaire inspanningen van Europa, maar al teveel is ook niet goed en de NAVO moet de hoeksteen van de Europese veiligheid blijven. Zo beschouwd zien de VS de commando-overdracht als een test voor de samenwerking tussen de NAVO en de EU. De VS houden van 2.000 man nog 150 tot 120 in Bosnië, in bilateraal verband. Bijkomend voordeel voor de VS: zij die weggaan, kunnen elders worden ingezet in het toch al overbelaste Amerikaanse leger.