`Juliana vroeg: omkoping, wat is dat?'

Oud-minister Vredeling moest prins Bernhard in 1976 vertellen dat hij geen militair uniform meer mocht dragen. Een gesprek vlak voor het overlijden van Bernhard.

In zijn gerieflijke studeerkamer kijkt Henk Vredeling, minister van Defensie tussen 1973 en 1977, zwijgend voor zich uit. Hij plaatst de vingertoppen tegen elkaar en zegt ,,tsja''. De vraag was: wat zijn uw leukste herinneringen aan prins Bernhard? ,,Het klinkt niet aardig op de dag dat je hoort dat iemand ongeneeslijk ziek is, te zeggen dat ik aan hem geen leuke herinneringen bewaar. Maar het is wel zo.''

Juliana – dáár had hij een zwak voor. Die deed hem altijd denken aan zijn eigen moeder. Maar toch ook weer niet zó'n zwak dat hij haar wens wilde inwilligen om haar zilveren regeringsjubileum in september 1973 met militair vertoon luister bij te zetten. ,,Ik heb een hekel aan militair vertoon. Altijd gehad. Ik wilde een civiele viering. Ging tijdens de ministerraad de telefoon: Juliana aan de lijn, die op een huilende toon vroeg of de parade toch kon doorgaan. En ik kan helemaal niet tegen huilende vrouwen! Daarna Bernhard aan de lijn. Toen heb ik gezegd: wij verschillen van mening. U vindt dit en ik vind dat. Dat kan. Maar het verschil tussen u en mij is, dat ik beslis. Hij draaide om als een blad aan de boom, werd de serviliteit zelve.''

Omgekeerd was wel sprake van waardering, merkte Vredeling. Diens verzetsverleden zal daarbij een rol hebben gespeeld en het feit dat Vredeling in de zogeheten `generaalskwestie' (de generale staf in Den Haag en het Legerkorps in Apeldoorn waren verwikkeld in een ware machtsstrijd) een paar generaals zonder pardon de laan uitstuurde. ,,Kwam zo'n man en dreigde met ontslag – nou, dan had hij het al.'' En het viel Bernhard alles mee dat een PvdA-minister niet de goedkoopste vliegtuigen kocht.

Vliegtuigen – de prins had er wat mee. Niet helemaal onlogisch gezien zijn functie van inspecteur-generaal van de strijdkrachten. Maar waar Vredeling niet van gediend was, was de rechtstreekse inmenging van Bernhard in het aankoopbeleid. Zoals die keer toen de prins (,,via de ministerlijn'') Vredeling vroeg of hij er wel aan dacht dat de Neptune vervangen moest worden en dat de Amerikaanse vliegtuigfabriek Lockheed mooie producten vervaardigde. Vredeling: ,,Ik dacht: waar bemoeit hij zich mee?!'' Of de keer dat de prins Vredeling op Soestdijk uitnodigde, waar op dat moment ook de hoogste baas van de Northrop-vliegfabrieken op bezoek was. ,,Ik heb hem dat vreselijk kwalijk genomen. Hij bracht mij in een situatie waarin hij, zo bleek later, zelf zat. Dat had hij nooit mogen doen. Ik had op dat moment nog geen besluit genomen over de aanschaf van F-16 vliegtuigen.''

,,Zo bleek later'' – althans dat vermoeden drong zich op na verklaringen van Lockheed-directeur A.C. Kotchian voor een Amerikaanse Senaatsscommissie dat een hoge Nederlandse regeringsfunctionaris steekpenningen zou hebben ontvangen van vliegtuigfabrikant Lockheed. De verklaringen wezen in de richting van prins Bernhard. Die wees ze tegenover premier Den Uyl nadrukkelijk van de hand. Voor het kabinet waren de uitspraken van Kotchian wel aanleiding tot het instellen, op 9 februari 1976, van de Commissie van Drie die onderzoek moest doen ,,naar de juistheid van verklaringen over betalingen door een Amerikaanse vliegtuigfabriek''.

Vredeling: ,,Na het onderzoek van de Commissie van Drie was het voor mij volstrekt duidelijk dat Bernhard geen uniform meer mocht dragen. En daar heb ik tijdens de ministerraad waar het rapport werd besproken, ook geen geheim van gemaakt. De enige die mij hardop bijviel was De Gaay Fortman (minister van Binnenlandse Zaken, red.) Hij zei: de collega heeft gelijk. De rest zweeg, ze waren allemaal bang zich aan koud water te branden. De dreiging van abdicatie van Juliana hing in de lucht. En Den Uyl was ook nog eens bang voor een opstand van militairen in geval van een uniformverbod. Hij vroeg mij of ik kon nagaan of uit die hoek geen gevaar te duchten was.''

Maar eerst was er de gang naar Soestdijk waar Vredeling het koninklijk paar op de hoogte moest stellen van het kabinetsbesluit. Juliana vroeg Vredeling, nadat hij het haar had verteld: ,,Omkoping, wat is dat?'' Er volgde een korte uitleg waarna Juliana de minister begeleidde naar het vertrek van haar man. Vredeling: ,,De deur ging open en wij liepen de kamer in. Toen zei Bernhard: mevrouw, ik kan het alleen met deze minister af. Dat zei hij tegen zijn eigen vrouw! Dat vond ik raar.''

,,De sfeer was om te snijden. Voor hem was het niet leuk te horen, voor mij was het niet gemakkelijk om hem namens het kabinet te verzoeken zich niet meer in enig uniform te steken. Hij reageerde erg theatraal, deed een kast open waarin allemaal uniformen hingen en zei: wat kunnen mij die schelen?!''

Toen werd het donderdag 26 augustus. Die middag zou premier Den Uyl om 17.00 uur in de Tweede Kamer een verklaring afleggen naar aanleiding van de bevindingen van de Commissie van Drie. Intussen hadden Vredeling, diens staatssecretaris Bram Stemerdink en de directeur voorlichting van Defensie Ab Sligting zich het hoofd gebroken over de vraag hoe ze mogelijke onrust in het militaire kamp de kop in konden drukken.

Vredeling: ,,We riepen de drie bevelhebbers plus de chef defensiestaf op 26 augustus naar het departement. Daar kregen ze te horen dat ze in een kamer via de radio de toespraak van Den Uyl moesten beluisteren en daarna onmiddellijk naar mijn kamer moesten komen. Zonder één seconde ertussen om te voorkomen dat ze naar de telefoon zouden grijpen. Zo is het gegaan. Niemand heeft geprotesteerd.''

Begin oktober belde de secretaresse van prins Bernhard. Of Vredeling langs wilde komen op Soestdijk, want de prins wilde hem spreken. ,,Ik zei: ik heb geen tijd. En dacht: wat moet ik met zo'n man, ik kan er niet mee overweg. De drempel is mij te hoog. Ik ben hem sinds `Lockheed' met terugwerkende kracht gaan wantrouwen. Wat deed hij bijvoorbeeld voor de oorlog bij IG-Farben in Parijs? Ik heb nooit meer contact met hem gehad, dat heb ik bewust gemeden. Toch ben je natuurlijk wel benieuwd wat hij wilde. Zou hij zijn einde hebben zien naderen?''