Hier, met die vijftien miljard

,,In gelul kun je niet wonen'', zei Jan Schaefer, voormalig staatssecretaris van volkshuisvesting (PvdA, 1973-1977) en wethouder Woningzaken (1978-1986) in Amsterdam. Dat waren de jaren waarin de overheid pensioenfondsen onder druk zette om geld te investeren in sociale woningbouw. De pensioenwereld had toch geld genoeg en stak dat maar in suffe staatsleningen.

De pensioenbazen weerstonden de druk. Met moeite. Nu zijn het de woningcorporaties zelf die onder grote druk staan: zij moeten opschieten met investeringen in sloop, nieuwbouw en de sociale vitaliteit van buurten en steden, vinden lokale en landelijke politici, inclusief minister Dekker (VVD, Volkshuisvesting).

Er is echter een klein uitvoeringsprobleem: de corporaties zijn tien jaar geleden volledig op afstand gezet van de geldstromen van de rijksoverheid. Zij bedruipen zichzelf, deels door woningen te verkopen overigens. Maar wat Den Haag toen met de ene hand gaf, wil het nu met de andere hand weer terug. Als de corporaties niet met hogere inkomsten (extra huurverhogingen) gelokt kunnen worden, dan moeten ze maar gestraft worden, bijvoorbeeld met belastingheffing.

De corporaties zijn een niet te missen doelwit: ze bezitten samen zo'n 2,4 miljoen woningen. Zij hebben een kapitaal bezit: de controleur van de woningcorporaties, het Centraal Fonds Volkshuisvesting, becijfert de waarde van hun woningen eind 2002 op 68 miljard euro. De marktwaarde ligt gemakkelijk drie keer zo hoog. Het vrije vermogen van de corporaties is inmiddels gestegen tot 15 miljard euro, onthulde het tv-programma Nova deze week.

In een gisteren verschenen rapport over de publiek-private uitvoerders van cruciale maatschappelijke dienstverlening (onderwijs, ziekenhuizen) kraken onderzoekers van de WRR, de denktank voor publiek beleid, harde noten over de manier waarop de corporaties worden bestuurd.

Daarbij vallen termen als ,,afwezigheid van positieve prikkels'', een ,,slepend legitimiteitstekort'' en de noodzaak van beter intern toezicht door bijvoorbeeld onafhankelijke commissarissen, al vereist dat ,,nog wel een forse professionaliseringsslag''.

Tegenover de kritiek van de buitenwereld op het succes van de grote verzelfstandiging staat in elk geval één positief aspect voor de binnenwereld: het salaris van menig directeur is plezierig gestegen. Soms kunnen de gouden handdrukken de concurrentie met het bedrijfsleven glansrijk doorstaan. Dat heeft tot een vertrouwde politieke reflex geleid: ook bij woningcorporaties moeten de directiesalarissen vanaf volgend jaar openbaar gemaakt worden. In het bedrijfsleven heeft dat de stijging niet veel afgeremd.