Het bittere verhaal van een zoete thee

Zoet als honing en ook nog gezond: rooibosthee uit Zuid-Afrika verovert de wereld. Het succes van de thee wordt echter vooral buiten Zuid-Afrika gevierd, aan de andere kant van de oceaan, klagen de boeren.

,,Er zijn onzichtbare handelsbarrières. Het systeem is onacceptabel.''

Er is slechts een handvol uitvindingen waar Zuid-Afrika op kan bogen. Er is de Kreepy Krauly natuurlijk, de stofzuiger die in de achtertuin van iedere welgestelde Zuid-Afrikaan de blaadjes van de zwembadbodem eet. Dan zijn er de opwindbare radio's en zaklantaarns, onmisbaar in woestijn en krottenwijk. En de speedgun, het pistool dat op cricketvelden de snelheid van het balletje kan meten. De innovaties zijn stuk voor stuk reuze handig voor typisch Zuid-Afrikaanse omstandigheden. Maar het dagelijks leven in de rest van de wereld is er weinig mee geholpen.

Behalve de ontdekking van de rooibosthee dan, misschien wel de zoetste onder de theesoorten. De rossige theestruiken die de Afrikaners rooibos hebben genoemd, groeien nergens anders dan in Zuid-Afrika. Niet alleen de theeleuten in Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië, Duitsland, Scandinavië, Rusland en de Verenigde Staten zijn intussen verslaafd aan de kruidige honingsmaak van de Zuid-Afrikaanse thee. Ook de landen die thee als hun uitvinding beschouwen kunnen niet meer zonder. China, Japan, Maleisië, Singapore zijn belangrijke afnemers. De exportmarkt van rooibos is met 6.000 ton per jaar inmiddels groter dan de Zuid-Afrikaanse afzetmarkt (4.000 ton) en is de afgelopen vijf jaar 30 procent per jaar gegroeid.

Rooibos is cafeïnevrij, vol antioxidanten, en zo zoet dat er geen suiker bij hoeft. Volgens talloze onderzoeken helpt de thee bovendien tegen nieuwerwetse aandoeningen als hart -en vaatziekten, maagklachten, huidallergieën, haaruitval. Zelfs huilbaby's zouden er baat bij hebben. Rooibos: nu ook verkrijgbaar in zeepjes, badschuim, bodylotions en kaarsen.

Maar wat het economisch potentieel van de thee ook is, de rooibosboeren in de Zuid-Afrikaanse theeprovincie, de West-Kaap, hebben geenszins het gevoel dat ze op een goudmijn zitten. Het verhaal van de mierzoete thee noemen zij een bittere kroniek van diefstal, oneerlijke concurrentie en handelsbarrières. Het resultaat van dat verhaal: bijna 90 procent van de naar schatting 150 miljoen euro die de belangrijkste ontdekking op Zuid-Afrikaanse bodem jaarlijks in het buitenland omzet, verdwijnt in kassen van bedrijven aan de andere kant van de oceaan.

De klaagzang begint op het terrein van Rooibos Limited, een coöperatie van 200 boerderijen en de belangrijkste exporteur van de thee. Het bedrijf ligt in de vallei van het machtige Kaapse achterland in Clanwilliam, een ochtend rijden van Kaapstad. De lente op het zuidelijk halfrond heeft de heuvels in een kleurrijke bloei gezet. Dit zijn de vruchtbaarste bergruggen van Zuid-Afrika. Ze produceren behalve thee ook wijn, fruit en bloemen.

Op het erf van Rooibos Ltd liggen de schilfers van de rode theeblaadjes te drogen in de middagzon, het hele kantoorgebouw ruikt ernaar. Maar directeur Martin Bergh is niet in de stemming. De gezamenlijke rooibosboerderijen hebben door de aanhoudende droogte van de afgelopen twee jaar slechts 7.500 ton geproduceerd, rekent hij voor. Dat is een kwart minder dan waar de markt in binnen- en buitenland op rekent. Weinig reden om de twee mijlpalen te vieren die de industrie dit jaar bereikte. Er wordt precies honderd jaar in rooibos gehandeld. En tien jaar geleden werd rooibos een serieus exportproduct toen Zuid-Afrika dankzij de afschaffing van apartheid niet langer fout was.

Dat brengt Bergh op zijn grootste kopzorg, ,,die vervloekte rechtszaak in de Verenigde Staten''. Die draait om de vraag wie het handelsmerk `rooibosthee' mag voeren. Het handelsmerk staat momenteel op naam van de Amerikaanse Virginia Burke Watkins, eigenaar van het Texaanse bedrijf Burke International dat schoonheidsproducten maakt. Ze kocht het handelsmerk in 2001 van de Zuid-Afrikaanse ondernemer Annique Theron, die rooibos in 1994 registreerde bij een Amerikaans handelsmerkkantoor. Tot verbijstering van haar collega's, die rooibos beschouwen als een soortnaam, zoals sinaasappels of peren, waar niemand patent op kán aanvragen. De rechtszaak heeft Berghs bedrijf inmiddels 2 miljoen rand (250.000 euro) aan advocaten gekost en zal naar verwachting pas in 2006 tot een ontknoping komen.

Tot die tijd moeten de Zuid-Afrikaanse exporteurs de Amerikaanse markt via Burke International in Dallas bedienen. Jaarlijks importeren de VS voor 12 miljoen dollar aan rooibos. ,,Zonder dat geschil zou de export een veelvoud van dat bedrag kunnen zijn'', zegt Bergh. ,,Zolang deze zaak niet is opgelost is geen enkel Amerikaans theebedrijf bereid te investeren in het rooibosassortiment. Terwijl bijvoorbeeld groene thee en muntthee enorm succesvol zijn in de VS.''

Door het krakeel over de rechten op rooibos zou je bijna vergeten wie ook alweer de eerlijke vinders van de theesoort zijn. De Aspalathus linearis werd al ver voor de komst van de eerste kolonisten in Afrika gebruikt door de Khoisan, de oorspronkelijke Kaapbewoners. Zij ontdekten de heilzame werking van talloze andere Kaapse vruchten die nu de schappen vullen in gezondheidswinkeltjes over de hele wereld. Het bekendst is de Hoodia-cactus, die de Khoisan op hun dagenlange tochten door de woestijn hielp honger en dorst te vergeten. De hoodia wordt nu vooral in de VS gepromoot als het ultieme medicijn voor vraatzuchtige Amerikanen.

De rooibos van de Khoisan is niet te vergelijken met de thee die door de Chinese Keizer Shen Nung in 2737 v.Chr. werd ontdekt. Rooibos is een peulvrucht die onversneden nog het meeste lijkt op wilde tijm. Volgens de logboeken van de eerste kolonisten in Afrika – Hollanders, Duitsers en Fransen – werd er in 1772 voor het eerst thee van getrokken. De Russische immigrant Benjamin Ginsberg maakte de Europese markten er in 1904 voor het eerst attent op. Een exportproduct was geboren.

De kracht van dat exportproduct wordt volgens producent Willem Engelbrecht van The Big Five Rooibos Company niet alleen ondermijnd door de diefstal van de exportrechten. De boerderij ligt op de weg tussen Clanwilliam en Lambertsbaai, aan de Atlantische kust. ,,Het probleem van rooibos is een Afrikaans probleem. Van de export van dit continent bestaat 90 procent uit grondstoffen. Met als gevolg dat het grootste deel van de winst elders wordt gemaakt.''

Engelbrecht maakt een rekensommetje. Een Zuid-Afrikaanse boer verdient aan één kilo rooibos 20 rand, ofwel 2,5 euro. De rooibos wordt onverpakt in balen van 20 kilo naar Europa verscheept. Duitsland is de grootste afnemer, en koopt ruim 75 procent van de Zuid-Afrikaanse export op, ofwel 4.000 ton. ,,Tegen de tijd dat diezelfde kilo rooibos in aantrekkelijke doosjes op de schappen van de grote Europese supermarkten staat, kost die kilo 25 euro. Met andere woorden: de verpakkers, de handelaren en de supermarkten dáár verdienen 90 procent van de omzet van een product dat hier vandaan komt.''

Engelbrecht heeft geprobeerd de groothandelaar in Duitsland te omzeilen. Hij heeft de supermarkten in Nederland rechtstreeks benaderd om zijn `African Dawn' rooibos verpakt en wel te verkopen. ,,Maar de tarieven die ze voor de merchandising en advertenties vragen, zijn voor kleine boeren als ik onbetaalbaar. Bedrijven als Douwe Egberts zijn alleen geïnteresseerd in de onverpakte lading, zodat ze controle van de markt in handen houden. Zeker, er is een vrijhandelsverdrag met Europa. Maar dit zijn onzichtbare handelsbarrières. Het systeem is onacceptabel.''

Engelbrecht handelt nu op kleine schaal met een aantal gezondheidsspeciaalzaken die zijn doosjes voor een vriendenprijs op de schappen zetten. Adverteerderkosten vragen zij niet. Engelbrecht heeft de naar schatting 300 andere rooibosboerderijen in de Westkaap vergeefs benaderd voor een gezamenlijke strategie. ,,De collega's willen er niks van weten. Het heeft toch geen zin, zeggen ze.''

De ondergaande zon werpt lange schaduwen over de velden van Engelbrechts boerderij als de mannen in blauwe overalls achter op de tractor springen. Van 's ochtends zeven tot 's avonds zes kappen de landarbeiders hier met sikkels de rooibosstruiken. Chris-Jan de Rooij (43) doet al 25 jaar hetzelfde werk. Zijn rug is nu al kromgegroeid. Hij nodigt het bezoek uit een kop thee te drinken bij hem thuis, in het arbeiderswoninkje achter op het erf. Elektriciteitsdraden hangen bloot tegen de steunbalken. Zijn zoontje Chris loopt met een lege antivriesfles met limonade aan de lippen naar de slaapkamer. Ze slapen er met zijn zessen. ,,Ik krijg 14 randcent per kilo rooibos'', zegt De Rooij, dat is 1,75 eurocent. Daarmee verdient hij

25 euro per week, precies het minimumloon dat de Zuid-Afrikaanse regering de boeren vorig jaar heeft opgelegd.

De Rooij wijst over de heuvelruggen in de verte. Daar liggen de andere theeboerderijen waar hij de afgelopen 25 jaar heeft gewerkt. ,,Nergens verdien je meer. Dit is het beste wat je hier kunt krijgen.''